Het gevaar van identificatie met een slechte prognose

Volgens wetenschappers is jouw verwachtingspatroon over je ingreep, het aanslaan van behandeling of medicatie, je herstel en je kans op genezing een biologische self fulfilling prophecy: wat je verwacht bepaalt in grote mate jouw biologische realiteit. Dit komt omdat het brein anticipeert op jouw verwachtingspatroon en alvast de bijbehorende mechanismes en stoffen activeert, zowel in positieve als in negatieve zin.

Patiënten met een positief verwachtingspatroon ervaren gezondheidsbevorderende effecten omdat hun hersenen daarop vooruitlopen door helende mechanismes en stoffen te activeren. Dr. Andrea Evers, expert op dit gebied, geeft zelfs klip en klaar aan dat placebo-effecten vanwege het positieve verwachtingspatroon potentieel iedere actieve reguliere medische behandeling en werking van medicatie kunnen verbeteren.

Helaas werkt dit andersom precies zo. Want als patiënten angstig, gestrest of pessimistisch zijn over hun operatie, behandeling of medicijn is er een groot risico op het ontstaan van het nocebo-effect. Dit is het gezondheidsbeschadigende effect dat optreedt in reactie op een negatief verwachtingspatroon omdat het brein alvast mechanismes en stoffen activeert die bijvoorbeeld leiden tot meer pijn, een grotere kans op complicaties en een langzamer en slechter herstel.

Dit gegeven zou mijns inziens een heel andere blik op de waarde van prognoses en statistieken kunnen werpen. Deze zijn immers gebaseerd op gemiddelde uitkomsten die betrekking hebben op alle patiënten die eenzelfde diagnose of behandeling hebben gekregen. Nu onderzoek laat zien dat meer dan twee derde van de patiënten bang is voor hun operatie (bij hartoperaties zelfs 80%) en het eveneens een bekend gegeven is dat bijvoorbeeld mensen met kanker na hun diagnose vaker last hebben van sombere gevoelens, angst, wanhoop, verdriet of depressie is het aannemelijk dat ook de hierop betrekking hebbende prognoses en statistieken in ieder geval voor een gedeelte worden beïnvloed door het opgetreden nocebo-effect. Dit komt omdat je iemands verwachtingspatroon nu eenmaal niet kunt uitschakelen. Een prognose is immers ‘een oordeel van de arts over het te verwachten beloop van een ziekte’ dat hij moet delen met zijn patiënten. Zodra die patiënten de ongunstige prognose horen, gaat dit verder bijdragen aan het ontstaan van een (zeer) negatief verwachtingspatroon.

Met andere woorden: zou het kunnen dat deze ongunstige prognoses, hersteltijden en statistieken deels zo ‘slecht’ zijn omdat deze voornamelijk betrekking hebben op patiënten die met een negatief verwachtingspatroon hun operatie of behandeling hebben ondergaan?

Voor alle duidelijkheid: dit bedoel ik vanzelfsprekend niet als enige vorm van ‘verwijt’, het is puur een constatering. Want angst, bezorgdheid en spanning voelen met betrekking tot een ernstige diagnose, een operatie of medische behandeling is volkomen normaal en menselijk.

Gezien de manier van totstandkoming kunnen prognoses dus geen rekening houden met de enorme biologische kracht van de geest van de patiënt in kwestie, noch in positieve noch in negatieve zin. Terwijl het voor het daadwerkelijke verloop toch van het grootste belang is om de persoonlijke health beliefs van patiënten – wat zij ten diepste geloven over hun gezondheid – daarin op enigerlei wijze te kunnen verdisconteren. Hoe hoog scoren ze bijvoorbeeld op hun perceived susceptibility (in hoeverre ze zichzelf vatbaar achten om bepaalde ziektes te ontwikkelen) en perceived seriousness (in welke mate zij eventuele beperkingen daarvan ervaren)?

Een bijkomend probleem is dat artsen verplicht zijn om hun patiënten te wijzen op de risico’s, kans op complicaties en bijwerkingen van respectievelijk operaties, behandelingen en medicijnen. Dit kan het risico op het ontstaan van het nocebo-effect onbedoeld verhogen. Dankzij onze evolutionaire instelling op ‘overleven’ zijn we namelijk sowieso heel gevoelig voor negatieve informatie, vooral als het gaat over gevaar en pijn. Deze gevoeligheid kan nog groter zijn wanneer je je, zoals bij ziekte, extra kwetsbaar voelt.

Niet voor niets wijzen wetenschappers op de gevaren van de ‘given up is giving up’-hypothese. Dit ziet op de situatie dat er patiënten zijn die zo gevoelig zijn voor een slechte prognose (‘opgegeven’) dat ze echt opgeven. In sommige gevallen gaat dit zelfs zo ver dat ze precies op de ‘uitgerekende’ datum van de prognose sterven.

Onderzoek toont aan dat het verwachtingspatroon van patiënten vooral in de spreekkamer van de dokter tot stand komt. Als een arts – voor patiënten doorgaans een gezaghebbend persoon – zegt dat herstel ‘heel lang zal duren’, wordt dit door de meeste patiënten zonder meer voor waar aangenomen. Een neveneffect hiervan kan zijn dat ze zich hier op voorhand al bij neerleggen. Deze passieve houding nodigt niet uit tot proactieve handelingen om het herstel desalniettemin zelf proberen te bevorderen. Bovendien zorgt het brein ervoor dat het herstel dan daadwerkelijk langzamer gaat verlopen. Zo is er een grote kans dat het negatieve verwachtingspatroon bewaarheid wordt.

De hersentraining die ik heb ontwikkeld zorgt ervoor dat deze ongewenste nocebo-effecten zoveel mogelijk worden geneutraliseerd en worden vervangen door een zo positief mogelijk verwachtingspatroon. Zo schakel je de ongunstige effecten die enkel en alleen door jouw verwachtingen worden veroorzaakt uit en profiteer je tegelijkertijd optimaal van een betere werking van je immuunsysteem, minder pijn en een kleinere kans op complicaties.

Samengevat luidt mijn advies dan ook: volg medisch advies op maar identificeer je niet klakkeloos met een ongunstige prognose, slechte statistieken of voorspelde mate van pijn of lange hersteltijd. Toen ik in 2016 onverwacht een zware buikoperatie moest ondergaan, werd me vooraf bij herhaling door de chirurg verteld dat ‘daar 6 tot 8 weken hersteltijd voor stond’.  Omdat me dat sowieso al erg lang leek én mijn boekpresentatie rond die tijd stond gepland, antwoordde ik meteen al dit aanzienlijk korter moest kunnen. Dankzij mijn optimale mentale voorbereiding in de vorm van intensieve hersentraining ben ik na mijn operatie inderdaad binnen slechts een paar dagen hersteld in plaats van de voorspelde 6 tot 8 weken.

Let wel: hiermee bedoel ik niet dat je onbesuisd en onverantwoord je herstel gaat forceren. Ik mocht toen bijvoorbeeld een tijdje echt geen krachttraining doen in verband met mijn verse litteken en dat heb ik uiteraard ook niet gedaan.

Geloof dus in je eigen kunnen en begin tijdig met hersentraining om een zo positief mogelijk verwachtingspatroon te krijgen. Want een gezonde portie eigen-wijsheid kan zomaar een groot verschil maken voor jouw gezondheid.

Vraag jij je af of deze hersentraining ook iets voor jou is, neem dan gerust gratis en vrijblijvend contact met me op. Je kunt me mailen via info@academievoorzelfherstel.nl of bellen: 06-30771377.