Interview met sportpsychologen Afke van de Wouw en Yara van Gendt over de biologische effecten van visualisaties in de sport en bij revalidatie (2)

Wat hebben Wayne Rooney, Epke Zonderland, Mark Tuitert, Dries Mertens, Pieter van den Hoogeband, Robert Lewandowski, Louis van Gaal, Erben Wennemars en Novak Djokovic met elkaar gemeen, behalve dat ze allemaal werkzaam zijn (geweest) in de topsport?

Ze gebruiken allemaal visualisatie als instrument om hun sportprestaties nog verder te verbeteren. Sportpsychologen en performance coaches Afke van de Wouw en Yara van Gendt van WOUW Performance Coaching gevestigd in het innovatiecentrum van de KNVB Campus in Zeist weten daar alles van. Een interview over de praktische toepassing én verrassende resultaten van visualisatie – het (re)creëren van een gewenste ervaring in gedachten waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van alle zintuigen – binnen de sport en de gezondheidszorg.

Afke van de Wouw (45), van origine fysiotherapeut, studeerde Bewegingswetenschappen met als hoofdrichting Sportpsychologie. Met haar bedrijf WOUW Performance Coaching werkt ze voor sportorganisaties zoals NOC*NSF, sportbonden en NLcoach. Ook geeft ze lezingen en cursussen voor sporters, trainers, coaches en (para)medici en begeleidt ze sporters, teams en coaches met name in het voetbal.

Yara van Gendt (27) heeft een master sport- en prestatiepsychologie afgerond aan de Universiteit van Amsterdam. Daarvoor heeft ze sociale-, arbeids & organisatiepsychologie gestudeerd aan de Universiteit van Utrecht. In 2018 heeft ze de Postacademische Opleiding tot Praktijk Sportpsycholoog aan de VU afgerond wat haar de titel SPORTPSYCHOLOOG VSPN® geeft. Yara is gefascineerd door het gegeven dat succes en falen verklaard én beïnvloed kunnen worden door je brein.

De proeftuin Revalidatie in Beeld (RIB) van Behandel Centrum Brabant (een organisatie die geriatrische revalidatiezorg verleent en een samenwerking is van Volckaert, De Riethorst Stromenland en Schakelring) onderzocht of implementatie van geleide-  en motor visualisatieoefeningen binnen de Schakelring kan bijdragen aan het herstel van cliënten die een nieuwe heup en een nieuwe knie hebben gekregen. WOUW Performance Coaching maakte deel uit van deze pilot waarbij het programma bestond uit ontspanningsoefeningen (inbeelden van favoriete plek), motorische verbeeldingsoefeningen (bijvoorbeeld het in de verbeelding oproepen van een normaal looppatroon) en oefeningen gericht op het verminderen van pijn. Daartoe werd een groep van 40 cliënten die deze visualisaties deden vergeleken met een even grote groep die deze niet hadden gedaan (controlegroep). Uit het onderzoek is gebleken dat de patiënten met een knieprothese die wel hadden gevisualiseerd een tweetal testen voor wat betreft hun mobiliteit (de Timed Up& Go test: opstaan van een stoel, een stukje lopen en terugkeren naar de stoel en een 10 meter looptest) na verloop van tijd significant sneller konden uitvoeren dan de controlegroep. De groep heuppatiënten die had gevisualiseerd kon de beide testen eveneens sneller uitvoeren dan de controlegroep, zij het dat hier net niet een significant verschil werd gemeten. Ook bleek de ervaren pijn in de beide groepen die hadden gevisualiseerd significant minder dan in de controlegroep.

Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek is het de ambitie van Behandel Centrum Brabant om het geleide visualisatie en motor imagery programma uit te breiden naar dezelfde doelgroep bij de twee andere aangesloten zorgorganisaties en te verkennen of er ook verbreding mogelijk is naar andere doelgroepen.

Alle reden dus om het gesprek aan te gaan met Afke en Yara! Vandaag het tweede en laatste deel van mijn interview.

Op welke manieren is visualisatie inzetbaar?

Yara: Visualisatie kun je op drie manieren inzetten. Bij de geleide visualisatie wordt een ontspannend beeld opgeroepen, bijvoorbeeld van een favoriete plek of van je laatste vakantie. Door de ontspanning komt het lichaam tot rust en dat leidt tot sneller herstel, betere slaap en vermindering van pijn. Motorische visualisaties zijn gericht op de bewegingen die je met fysiotherapie doet in het kader van revalidatie. Je visualiseert dan bijvoorbeeld hoe je normaal moet lopen. Gebleken is dat de fysiotherapiesessies dan effectiever zijn, mensen hebben minder angst voor de fysiotherapie en hebben minder medische zorg nodig. En tenslotte zijn er helende visualisaties die onder andere leiden tot snellere wondgenezing.

Afke: Wondgenezing gaat beter door ontspanning, zo blijkt uit onderzoek. Mensen die pijn hebben willen daarvan af, door het innemen van medicatie maar ook door het aannemen van een zogenoemde antalgische houding (houding waarin de pijn het minst gevoeld wordt, redactie). Fysiek nemen ze zo afstand van de pijn en dat werkt averechts. Door de visualisatieoefening breng je je aandacht er juist naar toe. Waar zit die pijn precies, hoe diep? Wat voor pijn is het, voelt het warm? Door ontspanning worden vaten wijder, daardoor ontstaat er een betere doorbloeding, komen er meer voedingsstoffen en worden afvalstoffen beter afgevoerd. Dat alles bevordert de genezing. Martine Busch van het Van Praag Instituut heeft ook veel (literatuur- en praktijk)onderzoek naar visualisatie gedaan en daaruit blijkt dat visualisatie leidt tot een kortere operatieduur, minder bloedverlies, minder misselijkheid en minder medicatie. Dat zijn allemaal zeer positieve gevolgen voor de gezondheid die bovendien tot veel geldbesparing kunnen leiden.

‘De meeste artsen begrijpen wel dat er meer is dan een pil en een mes.’

 Wat vinden artsen van visualisatie?

Afke: Ik geef les aan sportfysiotherapeuten en orthopeden. Na een congres is er wel eens een orthopeed naar me toe gekomen die zei: ‘Interessant verhaal, we vergeten het wel eens, maar er zit natuurlijk ook een hele persoon achter die knie hè?’ Dat is veelbetekenend. Maar artsen hebben doorgaans ook weinig tijd om te besteden aan een patiënt. Ik denk dat de meeste artsen wel begrijpen dat er meer is dan een pil en een mes. Martine Busch van het Van Praag Instituut geeft visualisatieles aan verpleegkundigen en sportartsen in opleiding dus in die zin zit er wel beweging in.

Hebben jullie zelf ervaring met visualisatie?

Afke: Ik heb zelf twee hartoperaties gehad en voorafgaand daaraan heb ik ontspanningsoefeningen met behulp van visualisatie gedaan. Die hebben mij heel erg geholpen om ontspannen die operaties in te gaan, mezelf over te geven en vertrouwen te hebben.

Yara: Ik gebruik helende visualisaties – healing imagery – omdat ik veel last heb van hoofdpijnen vanuit mijn nek door een ongeluk.  Dan ga ik in gedachtennaar die pijnlijke plek toe en sta ik stil bij wat ik ervaar. Hoe voelt die pijn precies? Waar zit die? In eerste instantie wordt de pijn dan veel heftiger maar daarna wordt deze stukken zachter. Maar ik gebruik het voornamelijk voor het sporten. Ik doe aan hockey en geef strafcorners aan. Dat is een vaste actiebeweging die ik vaak visualiseer waarbij ik verschillende scenario’s doorneem en alvast in gedachten voor me zie wat ik dan doe.

Hoe doe je deze sportvisualisaties precies?

Yara: Meestal doe ik ze de avond van tevoren, als ik in bed lig en de spanning voel voor de dag van de wedstrijd. Ik sluit dan mijn ogen en zoek ontspanning door mijn handen op mijn buik te leggen en een aantal malen diep in en uit te ademen. Vervolgens zie ik het veld en de spelers voor me, ik zie wat voor weer het is, hoe de speler op me afkomt en wat ik dan doe. Ik voel dan al dezelfde gezonde spanning in mijn lijf als die ik op het echte moment zou voelen.  Die ontspannen staat voorafgaand aan de visualisatie en tegelijkertijd de kriebel in mijn buik van gezonde spanning, die readiness,gaan voor mij in een visualisatie op een wonderlijke manier samen.

Wat merk je in je sportprestaties van de toepassing van visualisaties?

Yara: Ik merk vooral de snelle herkenning van bepaalde situaties. Dan denk ik ‘O ja, dat heb ik al bedacht’. Vaak heb ik de neiging om een bepaalde beweging te doen en als ik die vooraf gevisualiseerd heb, ervaar ik dat die mij gemakkelijker afgaat in de wedstrijd.  Zo kom ik in spelmomenten veel sneller tot de juiste beslissing.

Hoe nu verder?

Afke: We kijken of binnen de Schakelring ook een andere doelgroep aangeboord kan worden dan mensen met een nieuwe knie of heup, bijvoorbeeld mensen die een CVA hebben gehad (CVA staat voor Cerebro Vasculair Accident waarbij een deel van de hersenen opeens te weinig of geen zuurstof krijgt hetgeen kan leiden tot een herseninfarct of een hersenbloeding, redactie). Verder zijn we bezig met een orthopeed in Nieuwegein en een fysiotherapiepraktijk in Utrecht voor mensen – vaak topsporters – die gescheurde kruisbanden hebben. Daar willen we de patiënten, liefst al voorafgaand aan de operatie, visualisatieoefeningen laten doen. We willen ook graag fysiotherapeuten opleiden zodat deze de visualisatieoefeningen kunnen opnemen in hun protocollen.

Tot slot: Welk advies op het vlak van visualisatie zouden jullie aan de lezers willen geven?

Afke: Op de website van sportsimagery.nl kun je mp3-bestanden downloaden van allerlei soorten visualisaties. Dat betreft oefeningen die we destijds voor de Nederlandse Olympische ploeg hebben ontwikkeld en die voor iedere sport toepasbaar zijn. Bovendien vind je op deze site praktische visualisatietips als je er zelf mee aan de slag wilt. Zo kun je het beste in een rustige omgeving beginnen, doe de visualisatie het liefst met oordopjes in en vanuit een ontspannen staat. Ook is regelmaat belangrijk. Het liefst doe je visualisaties elke dag of om de dag.

Yara: Kijk ook eens naar het Nikefilmpje van Bayern München voetballer Lewandowski! Daar zitten al heel veel praktische tips in. Als je overweegt om met visualisatie te beginnen zou je je bijvoorbeeld kunnen afvragen wat je grootste valkuil is en wat je wil verbeteren. Vervolgens beeld je je de gewenste situaties in. Dat helpt echt!

 

Interview met sportpsychologen Afke van de Wouw en Yara van Gendt over de biologische effecten van visualisaties in de sport en bij revalidatie (1)

Wat hebben Wayne Rooney, Epke Zonderland, Mark Tuitert, Dries Mertens, Pieter van den Hoogeband, Robert Lewandowski, Louis van Gaal, Erben Wennemars en Novak Djokovic met elkaar gemeen, behalve dat ze allemaal werkzaam zijn (geweest) in de topsport?

Ze gebruiken allemaal visualisatie als instrument om hun sportprestaties nog verder te verbeteren. Sportpsychologen en performance coaches Afke van de Wouw en Yara van Gendt van WOUW Performance Coaching gevestigd in het innovatiecentrum van de KNVB Campus in Zeist weten daar alles van. Een interview over de praktische toepassing én verrassende resultaten van visualisatie – het (re)creëren van een gewenste ervaring in gedachten waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van alle zintuigen – binnen de sport en de gezondheidszorg.

Afke van de Wouw (45), van origine fysiotherapeut, studeerde Bewegingswetenschappen met als hoofdrichting Sportpsychologie. Met haar bedrijf WOUW Performance Coachingwerkt ze voor sportorganisaties zoals NOC*NSF, sportbonden en NLcoach. Ook geeft ze lezingen en cursussen voor sporters, trainers, coaches en (para)medici en begeleidt ze sporters, teams en coaches met name in het voetbal.

Yara van Gendt (27) heeft een master sport- en prestatiepsychologie afgerond aan de Universiteit van Amsterdam. Daarvoor heeft ze sociale-, arbeids & organisatiepsychologie gestudeerd aan de Universiteit van Utrecht. In 2018 heeft ze de Postacademische Opleiding tot Praktijk Sportpsycholoog aan de VU afgerond wat haar de titel SPORTPSYCHOLOOG VSPN® geeft. Yara is gefascineerd door het gegeven dat succes en falen verklaard én beïnvloed kunnen worden door je brein.

De proeftuin Revalidatie in Beeld (RIB) van Behandel Centrum Brabant (een organisatie die geriatrische revalidatiezorg verleent en een samenwerking is van Volckaert, De Riethorst Stromenland en Schakelring) onderzocht of implementatie van geleide-  en motor visualisatieoefeningen binnen de Schakelring kan bijdragen aan het herstel van cliënten die een nieuwe heup en een nieuwe knie hebben gekregen. WOUW Performance Coaching maakte deel uit van deze pilot waarbij het programma bestond uit ontspanningsoefeningen (inbeelden van favoriete plek), motorische verbeeldingsoefeningen (bijvoorbeeld het in de verbeelding oproepen van een normaal looppatroon) en oefeningen gericht op het verminderen van pijn. Daartoe werd een groep van 40 cliënten die deze visualisaties deden vergeleken met een even grote groep die deze niet hadden gedaan (controlegroep). Uit het onderzoek is gebleken dat de patiënten met een knieprothese die wel hadden gevisualiseerd een tweetal testen voor wat betreft hun mobiliteit (de Timed Up& Go test: opstaan van een stoel, een stukje lopen en terugkeren naar de stoel en een 10 meter looptest) na verloop van tijd significant sneller konden uitvoeren dan de controlegroep. De groep heuppatiënten die had gevisualiseerd kon de beide testen eveneens sneller uitvoeren dan de controlegroep, zij het dat hier net niet een significant verschil werd gemeten. Ook bleek de ervaren pijn in de beide groepen die hadden gevisualiseerd significant minder dan in de controlegroep.

Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek is het de ambitie van Behandel Centrum Brabant om het geleide visualisatie en motor imagery programma uit te breiden naar dezelfde doelgroep bij de twee andere aangesloten zorgorganisaties en te verkennen of er ook verbreding mogelijk is naar andere doelgroepen.

Alle reden dus om het gesprek aan te gaan met Afke en Yara!

‘Train your brain like a muscle’

Afke, jij hebt veel ervaring opgedaan met het coachen en begeleiden van Olympische sporters en voetballers van eredivisieclubs. Wat zijn jouw ervaringen met het toepassen van visualisatie in de sport?

Bij individuele sporten zie je dat er meer gebruik wordt gemaakt van visualisatie om prestaties te verbeteren. Dat komt omdat individuele sporten een vaststaande cyclus kennen. Deze sporters weten dus precies wat ze op welk moment moeten doen, denk dan bijvoorbeeld aan topturner Epke Zonderland. Bij een teamsport als voetbal zijn er meer, ook onverwachte, situaties denkbaar. Dan werk je met what if scenario’s, bijvoorbeeld wat als we achter komen te staan, wat als ik een penalty moet nemen enzovoorts. Bijna alle voetballers denken de avond van tevoren al na over de wedstrijd, bijvoorbeeld als ze in bed liggen, en nemen dan diverse scenario’s door. Maar daar zit niet echt structuur of training in. De Engelse voetballer Wayne Rooney (voormalig speler van Manchester United en Everton en als ex-international topscorer aller tijden, redactie)gebruikt visualisatie wel als tool om zijn prestaties te optimaliseren. Ook Nike heeft een mooi filmpje opgenomen met Bayern München voetballer Lewandowski waarin mooi wordt uitgelegd wat visualisatie is. Nike noemt dit Train your brain like a muscle. Dus je ziet wel dat visualisatie steeds vaker wordt toegepast. Voorheen was het zo dat mensen naar een sportpsycholoog gingen als ze een probleem hadden. Nu is het steeds meer aan het opschuiven naar prestaties verbeteren, bijvoorbeeld door het toepassen van visualisaties.

Wat vinden mensen ervan als visualisatie ter sprake komt?

 Afke: Ik breng visualisatie als onderdeel van prestatie, daarom noem ik visualisatie een vorm van performance coaching. Soms ervaar ik wel wat weerstand omdat mensen denken dat het zweverig is, maar als ik uitleg hoe het werkt en vertel dat prestaties erdoor verbeteren begrijpen mensen dat het praktisch toepasbaar is. Dat helpt.

Is visualisatie bij Olympische sporters inmiddels ook een vrij normale tool om prestaties te verbeteren?

Afke: Jazeker! Steeds meer sporters durven er nu ook mee naar buiten te komen. Toen ik bij NOC*NSF zat was er voor Olympische sporters ook de mogelijkheid gecreëerd om een onderdeel visualisatie te doen. Maar het is altijd aan de sporter zelf om te kijken of hij of zij het daadwerkelijk wil gebruiken.

Betreft het hier altijd een geleide vorm van visualisatie? Met andere woorden, krijgt de sporter dan iets aangereikt waarop ingesproken tekst staat die hem of haar meeneemt in de verschillende stappen tijdens zo’n visualisatie?

Afke: Ja. We hebben drie soorten visualisaties. Eentje voor peak performance (topprestaties), eentje voor recovery (herstel) en eentje voor rehab (revalidatie). Die hebben we opgenomen en op een usb-stick gezet en die stick werd uitgedeeld aan alle sporters van het Nederlandse Olympische team.  Daarbij hebben we gezien dat die sporters die er vooraf al van hadden gehoord deze visualisaties eerder daadwerkelijk gingen gebruiken dan de sporters die daar nog nooit eerder kennis van hadden genomen. Dus een zekere begeleiding en uitleg daarbij is belangrijk voor de kans van slagen, met name moeten we zorgen dat de sporters snappen hoe het werkt. Je ziet ook dat sommige sporters met de opgenomen oefeningen beginnen en vervolgens de usb-stick niet meer nodig hebben omdat ze het zelf gaan doen.

‘Voor je hersenen maakt het niet uit of je de beweging in het echt doet of dat je je inbeeldt dat je een beweging uitvoert’

Kunnen jullie uitleggen waarom visualisaties werken?

Yara: Uit onderzoek is gebleken dat het voor je hersenen niet uitmaakt of je de beweging in het echt doet of dat je je inbeeldt dat je een beweging uitvoert. In beide gevallen zijn dezelfde hersengebieden actief en in beide gevallen worden dezelfde verbindingen gelegd in je brein. Er zijn ook onderzoeken gedaan waarbij bleek dat de spierkracht toenam ten gevolge van het enkel uitvoeren van visualisatieoefeningen. Dat verbaast heel veel mensen wel, veel mensen geloven daar niks van. Maar als ze het dan echt gaan doen, zien ze dat het werkt. Zo leren ze dat ze veel vaker kunnen trainen dan alleen die keren op het veld. Visualiseren kun je immers op elk moment van de dag doen.

 

Tot zover deel 1.  Volgende week dinsdag volgt deel 2 van dit interview over de biologische kracht van visualisaties.

Het gelijk van Einstein

Einstein wist het zeker: verbeeldingskracht is belangrijker dan kennis. ‘Logica brengt je van A naar B. Voorstellingsvermogen brengt je overal.’

Onze verbeeldingskracht is een unieke menselijke capaciteit die in staat is om aantoonbare biologische effecten op ons lichaam te produceren. Die effecten lopen uiteen van alledaagse voorbeelden – als je honger hebt en  het beeld van je lievelingsmaaltijd oproept loopt het water je immers al in de mond – tot meer spraakmakende gevallen.

Zo zijn er diverse onderzoeken gedaan met behulp van elektromyografie (EMG). Daarbij worden de elektrische activiteit van de spier en de activiteit van de zenuw die de spier aanstuurt gemeten zodat jelive kunt zien welke instructies de hersenen geven aan het lichaam. EMG-onderzoeken uitgevoerd met skiërs toonden aan dat hun hersenen tijdens het enkel geestelijk oefenen van een afdaling (mental rehearsal) precies dezelfde elektrische impulsen naar de betreffende spieren stuurden als tijdens het maken van de echte bochten en sprongen. Ons brein kan namelijk vrijwel geen verschil zien tussen een situatie die je levendig in je geest oproept (zoals bij een visualisatie) en de daadwerkelijke uitvoering van een lichamelijke actie. Zodoende zet het intense verbeeldingsproces – dat levensecht lijkt – de hersenen er toe aan om alvast bepaalde chemicaliën te produceren, neurale netwerken (verbindingen tussen zenuwcellen in het brein) aan te leggen en spieren en zenuwen te ‘trainen’ voor het echte werk.

Topsportersgebruiken visualisatie om deze redenen al jaren. Bokser Muhammad Alizag in zijn verbeelding het wedstrijdverloop al helemaal voor zich. Hij rook als het ware reeds het zweet en bloed van zijn tegenstander, hoorde het publiek uitzinnig voor hem juichen en zag zichzelf door de scheidsrechter tot winnaar worden uitgeroepen lang voordat hij dit alles in werkelijkheid zou ervaren. Hij noemde dat ‘Future History’. Een recenter voorbeeld is toptennisser Novak Djokovicdie eveneens groot fan van visualisatie is.

Visualisatie leidt zelfs totfysiek waarneembare verschillen in het lichaam. Een voorbeeld hiervan is een experiment waarbij deelnemers in twee groepen werden opgedeeld; een groep ging echt naar de sportschool en trainde volgens een voorgeschreven schema met bepaalde gewichten, de andere groep volgde hetzelfde trainingsschema maar deed dit enkel met behulp van hun verbeeldingskracht. Na afloop bleek de spiermassa van de sportschoolgroep te zijn gegroeid met 30%, maar de groep die uitsluitend geestelijk had getraind liet opmerkelijk genoeg een spiergroei zien van bijna 14%.

Ander onderzoek bevestigt dit beeld. Mensen die echt bepaaldeoefeningendeden met hun pink hadden op het einde van het onderzoek 53% meer kracht in hun pink maar degenen die dat alleen in hun verbeelding hadden gedaan toonden een krachtstoename van 35% zonder letterlijk ook maar één vinger te hebben opgetild!

Deze motorische visualisatie-oefeningen worden inmiddels ook toegepast bij sommige revalidatietrajecten en leiden daar tot effectievere fysiotherapiesessies. Maar met het oog op de vergrijzing zou visualisatie ook nuttig kunnen zijn voor al die fysiek beperkte maar mentaal wel nog capabele ouderen. Spierzwakte en geringe gripkracht leiden immers tot een grotere hulpbehoefte bij dagelijkse activiteiten. Als ouderen geen lichamelijke oefeningen kunnen doen zouden ze visualisatie kunnen toepassen om hun spier- en gripkracht op peil te houden of zelfs te laten groeien. Op deze manier blijven ze langer fit, houden ze meer de eigen regie over hun leven en hebben ze minder hulp nodig waardoor ook de kosten lager worden.

Zo kan verbeeldingskracht een enorm steen-in-de-vijver effect hebben.

Had Einstein toch gelijk.

 

Dit artikel is op 1 mei 2019 gepubliceerd in De Limburger.

Interview met professor Levenslooppsychologie Nele Jacobs (3)

In het kader van haar welzijnblogs interviewt Pascale Nele Jacobs (44), professor Levenslooppspychologie bij de Open Universiteit en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de master afstudeervariant Levenslooppsychologie. Haar interesse ligt vooral op het vlak van positieve geestelijke gezondheid in het dagelijks leven. Een gesprek over floreren, veerkracht en de positieve gezondheidseffecten van positieve emoties alsmede hoe eigen regie over belangrijke aspecten van ons leven ons welbevinden kan vergroten.

Welke onderzoeksconclusies op jouw vakgebied zijn praktisch toepasbaar voor iedereen?

Op basis van eigen onderzoek weet ik dat het belangrijk is om te kijken naar die dingen die in het dagelijks leven gepaard gaan met positieve emoties. Dat is voor iedereen anders. Probeer daar zicht op te krijgen en stel je vervolgens de vraag:  hoe kun je je dagelijks leven met kleine wijzigingen zodanig veranderen zodat je frequenter positieve emoties ervaart? Daarbij kun je overkoepelend kijken naar wat voor jou belangrijk is. Stel jezelf de vraag: voor welke waarden leef ik eigenlijk? En gebruik de antwoorden dan ook om je keuzes te maken. Zo doe je een stukje zelfonderzoek, eventueel samen met een levenslooppsycholoog. Op de palliatieve zorgafdeling waar ik gewerkt heb, heb ik gezien dat een betekenisvolle invulling van het leven uniek en persoonsgebonden is. Zo was er op de afdeling een meneer die een uitgeverij had en elk jaar een boek uitgaf dat echt bekend was. Ik had veel gesprekken met die man tijdens zijn laatste dagen. Hij deed niets liever dan al die jaargangen doornemen en vertellen hoe die tot stand waren gekomen. Daar lag voor hem de betekenis van zijn leven. Dat kun je dus niet invullen voor anderen vanuit je eigen waarden.

Floreren is ook een term die geregeld wordt gebruikt in jouw vakgebied. Wat versta je daaronder?

Floreren betekent optimaal functioneren. Iemand die floreert gebruikt zijn hele potentie en ervaart daarnaast een heel breed gamma aan positieve emoties. Een van de kenmerken is dat je het gevoel hebt dat je in een flow zit, dat alles vanzelf gaat en dat je energie haalt uit wat je doet.

Welk cijfer tussen 1 en 10 geef je jezelf op de floreerladder?

(breed lachend) Dan zit ik wel op de 8 denk ik, al schommelt dat soms ook hoor. Ik ben een zondagskind, ik ben er dankbaar voor dat alles tot nu toe zo voorspoedig is verlopen. Dat ik van mensen op de juiste momenten duwtjes in de rug heb gekregen. Je creëert zelf mogelijkheden, maar je moet ook de mogelijkheden krijgen.

Hoe neem jij belangrijke beslissingen?

Bij het nemen van beslissingen ben ik eigenlijk heel intuïtief en gevoelsmatig. Pas achteraf laat ik mijn cognities, mijn verstand erover heen gaan. Ik heb dan het idee dat ik die cognitieve kant erbij moet betrekken. Dan denk ik dat het een goede strategische keuze zou zijn om iets te doen maar eigenlijk is dat voor mij nooit een goede raadgever geweest. Gebaseerd op mijn ervaringen uit het verleden weet ik dat mijn gevoel mij nog nooit in de steek heeft gelaten en eigenlijk zou ik daar ook in de toekomst op moeten blijven vertrouwen, denk ik zo.

Wat is jouw persoonlijke drijfveer?

De zorg voor anderen. Ik hoop te kunnen bijdragen aan groei en welbevinden van andere mensen. Dat heb ik destijds op die palliatieve afdeling al duidelijk ervaren. In mijn huidige werk zit dit aspect ook. Ik werk met een groep heel goede jonge mensen en ik zit op een positie in de universiteit waarin ik veel mogelijkheden heb om hen te stimuleren en hen te faciliteren. De Open Universiteit wil groeien in de toekomst en daar worden graag bepaalde targets aan gekoppeld en bepaalde organisatiestructuren voor ontwikkeld. Voor mij zit de groei van een organisatie niet zozeer in andere structuren, maar veel meer in de mensen zelf. Draag zorg voor jouw medewerkers, zorg ervoor dat ze zich optimaal kunnen ontwikkelen in een veilige klimaat, moedig hen aan om nieuwe dingen uit te proberen en met een dergelijk personeelsbeleid volgt de groei van de organisatie dan wel vanzelf. Dat is mijn overtuiging.

Welk advies heb je tenslotte voor de lezers van dit interview?

Kijk naar wie je zelf bent en blijf daar bij. Doe wat je blij maakt. Vertrouw erop dat je dan in een flow zult komen!

Foto: Chris Peeters

 

 

Interview met professor Levenslooppsychologie Nele Jacobs (2)

In het kader van haar welzijnblogs interviewt Pascale Nele Jacobs (44), professor Levenslooppspychologie bij de Open Universiteit en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de master afstudeervariant Levenslooppsychologie. Haar interesse ligt vooral op het vlak van positieve geestelijke gezondheid in het dagelijks leven. Een gesprek over floreren, veerkracht en de positieve gezondheidseffecten van positieve emoties alsmede hoe eigen regie over belangrijke aspecten van ons leven ons welbevinden kan vergroten.

Waardoor wordt bepaald of we positieve emoties ervaren?

Uit onderzoek naar het ervaren van positieve emoties in het dagelijks leven bij tweelingen blijkt dat erfelijke factoren hier nauwelijks een rol in spelen. Het ervaren van positieve emoties wordt door omgevingsfactoren en context bepaald. In dat onderzoek hebben we verschillende soorten positieve emoties bij elkaar genomen. Positieve emoties kunnen immers onder andere ingedeeld worden in high arousal en low arousal positieve emoties. Met arousal bedoelen we energie. De low arousal positieve emoties brengen kalmte en rust, de high arousal positieve emoties brengen opgewektheid en uitbundigheid. Daar ik denk dat ze allemaal wel in bepaalde mate bijdragen aan dat algemeen gevoel van welbevinden zou het wel interessant zijn om per specifieke positieve emotie na te gaan in welke mate deze door erfelijke factoren en/of omgevingsfactoren beïnvloed wordt. Als positieve emoties door factoren uit de omgeving beïnvloed worden, geeft dat immers ook mogelijkheden om zelf bewust op zoek te gaan naar die positieve emoties.

Is het kunnen voeren van de eigen regie over je leven ook een factor die bijdraagt aan welbevinden?

Als mensen het gevoel hebben dat ze autonomie hebben over belangrijke aspecten van hun leven gaat dat inderdaad gepaard met meer welbevinden. Uit recent onderzoek blijkt dat het gevoel van zelf keuzes te kunnen maken fluctueert doorheen de levensloop. Op sommige momenten hebben mensen het gevoel zelf hun leven te kunnen sturen, op andere momenten is dat gevoel minder aanwezig. Het belang van autonomie over de eigen levensloop sluit ook aan bij het mensbeeld dat ik voor ogen heb. Toen ik nog studeerde werd ik getroffen door het gedachtengoed dat vorige eeuw werd ontwikkeld door Carl Rogers. Hij stelt dat het inherent is aan de mens om te streven naar zelfontplooiing.

Persoonlijke tegenslag leidt tot negatieve emoties. Als je de tegenslag weer te boven komt, heb je veerkracht. Speelt erfelijke aanleg daarin een rol?

Mensen verschillen in de mate waarin ze veerkrachtig met tegenslag omgaan. Een stukje is inderdaad genetisch bepaald maar veerkracht wordt ook beïnvloed door ervaringen uit het verleden. Onder veerkracht verstaan we psychologische flexibiliteit: ben je in staat om op basis van wat er is gebeurd jouw toekomstbeeld bij te sturen? Het gaat dan om de mogelijkheid om te kunnen accepteren wat heeft plaatsgevonden. Er bestaat de neiging om te ontkennen, te verdringen, te negeren. Maar beter is om die negatieve emoties toe te laten voor wat ze zijn. En van daaruit kun je je dan de vraag stellen hoe je je toekomstbeeld kunt reconstrueren rekening houdend met wat zich heeft voorgedaan. Sommige mensen sturen dan hun leven bij omdat ze hun prioriteiten hebben herschikt. Dat vergt moed en dingen durven loslaten. Dat is heel moeilijk, vooral als je al eerder een bepaalde stabiliteit hebt moeten loslaten doordat je een verlies hebt moeten ervaren.

Wat is het verschil tussen veerkracht en posttraumatische groei?

Posttraumatische groei is als je er sterker uit komt nadat je een trauma of een negatieve gebeurtenis hebt meegemaakt. Dat kan op spiritueel of sociaal vlak zijn, bijvoorbeeld omdat je een nieuwe ontdekking voor jezelf doet. Die groei kan zich immers in verschillende levensdomeinen voordoen. Veerkracht kan leiden tot posttraumatische groei en daar aan bijdragen. Mensen die kunnen accepteren wat heeft plaatsgevonden, mensen die mindful zijn en een optimistische kijk op de toekomst hebben zijn degenen die posttraumatische groei kunnen doormaken. Zij zien een toekomst die voor hen nog steeds waardevol is, ondanks dat wat gebeurd is. Dat vergt dat je breder kijkt naar je eigen leven.

Hoe moeten we omgaan met negatieve berichtgeving in de media zodat we ons welbevinden niet in negatieve zin laten beïnvloeden?

We zijn van nature geneigd om ons eerder te richten op negatieve dingen. Deze roepen negatieve emoties op en die blijven vaker langer hangen, dat is evolutionair zo bepaald. Maar dan kun je je realiseren dat je in staat bent om deze negatieve emoties te counteren door bewuster positieve emoties te zoeken. Zo raak je meer in balans. Laat de negatieve emoties gewoon binnen komen maar probeer daarna bewust positieve emoties op te roepen, daar moet je dan actief naar op zoek gaan. Bijvoorbeeld door naar de sportschool te gaan, een warm bad te nemen of een goede vriendin te bellen.

Geluk, wat versta jij daaronder?

Filosofen willen geluk graag vangen in een allesomvattende definitie waarbij ze denken aan vervolmaking, je potentieel ontwikkelen en zingeving. In de wetenschap willen we alles juist opdelen in kleinere meetbare stukjes. Wij kijken niet zozeer naar de term geluk maar naar de term welbevinden. Welbevinden kunnen we in drie dimensies opdelen: emotioneel welbevinden oftewel de mate waarin iemand positieve emoties ervaart, psychologisch welbevinden dat verwijst naar zingeving en sociaal welbevinden dat te maken heeft met maatschappelijke aspecten zoals deel uitmaken van een gemeenschap. Die drie dimensies hangen nauw met elkaar samen. Mensen ervaren welbevinden in verschillende mate. Ook daar speelt een genetische factor in mee. Ook is onderzocht of mensen vanuit een bepaalde blik naar hun leven kijken en of dat verschil maakt voor hun welbevinden. Kijken ze naar het heden met de ervaringen uit het verleden? Of meer met de blik naar de toekomst? Uitkomst van dat onderzoek is dat het om de balans gaat tussen beide, een vermenging tussen beide blikken is optimaal voor je welbevinden.

Waar word je zelf het gelukkigst van?

Als ik voel dat ik iets kan bijdragen aan het welbevinden en de positieve emoties van anderen.

Volgende week het laatste deel van dit drieluik!

Foto: Chris Peeters

Interview met professor Levenslooppsychologie Nele Jacobs (1)

In het kader van haar welzijnblogs interviewt Pascale Nele Jacobs (44), professor Levenslooppspychologie bij de Open Universiteit en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de master afstudeervariant Levenslooppsychologie. Haar interesse ligt vooral op het vlak van positieve geestelijke gezondheid in het dagelijks leven. Een gesprek over floreren, veerkracht en de positieve gezondheidseffecten van positieve emoties alsmede hoe eigen regie over belangrijke aspecten van ons leven ons welbevinden kan vergroten.

Levenslooppsychologie is voor veel mensen onbekend terrein. Wat houdt het in?

Levenslooppsychologie houdt zich bezig met de ‘normale’, zeg maar functionele psychologische ontwikkeling van de mens door alle levensfases heen. Levenslooppsychologie is verwant aan de  ontwikkelingspsychologie; ontwikkelingspsychologie richt zich echter met name op de fases tot jong volwassenheid en heeft vooral aandacht voor biologische factoren. Levenslooppsychologie is breder en gaat over de hele levensloop van jong tot oud met bijzondere aandacht voor de omgeving en voor de vraag welke omgevingsfactoren van invloed zijn op onze ontwikkeling.

Als je kijkt naar jouw carrière in de levenslooppsychologie, springt daar dan iets uit?

Voor mij springen er twee dingen uit. Het intrigeert me dat het ervaren van positieve emoties wordt bepaald door invloeden vanuit de omgeving, invloeden die van kinds af aan zijn ontstaan en van nu. Daarnaast springt er voor mij uit dat zingeving oftewel psychologisch welbevinden heel belangrijk is. Dat heeft ook met mijn eigen levensfase te maken. Ik zie wat er allemaal voorbij en gerealiseerd is. Maar ik stel mezelf ook de vraag wat ik nog allemaal wil doen. Zingeving is een terrein dat ik steeds interessanter vind. Zo hebben we op basis van Amerikaans onderzoek een protocol ontwikkeld waarin we gedurende acht weken kinderen talentgericht les hebben gegeven om ze op het pad naar zelfontwikkeling te zetten. De wereld is voor jongeren veel complexer geworden, er zijn veel meer prikkels en het is lastig om daar een houding in te vinden. Je leert dat ook nergens. Ik vind het inspirerend om jonge mensen de handvatten te geven om een bewuste keuze te kunnen maken.

Hoe is jouw belangstelling ontstaan voor jouw specifieke vakgebied?

Mijn eerste werkervaring, ik was toen net afgestudeerd, was op een palliatieve zorgafdeling en volgens mij is daar al de kiem gelegd voor mijn interesse in het vakgebied van de Levenslooppsychologie. Wat me daar vooral heeft geraakt, is het gegeven dat de stervensfase weliswaar de meest droevige en moeilijke periode uit iemands leven is, maar er desondanks ook nog veel ruimte is voor positieve emoties, zoals een stukje dankbaarheid voor wat het leven gebracht heeft alsmede genegenheid en verbondenheid tussen mensen. Ik zag daar dat je die verschillende emoties naast elkaar kunt hebben.

Dat had je niet verwacht?

Nee, en mede daarom heb ik dat werk wel als intens maar niet als zwaar ervaren.

Er is wetenschappelijk aangetoond dat positieve emoties een positief effect hebben op je gezondheid. Kun jij dit nader toelichten?

Dat is inderdaad wetenschappelijk aangetoond. Positieve emoties hebben weldadige effecten voor het lichaam, ze versterken het immuunsysteem, verlagen de bloeddruk en dergelijke. Daarnaast toont recent onderzoek aan dat positieve emoties ook betekenisvol bijdragen aan onze geestelijke gezondheid. Dat positieve emoties positieve gezondheidseffecten hebben wordt theoretisch onderbouwd door de broaden and buildtheorie. Die gaat ervan uit dat als mensen positieve emoties hebben, ze ook meer open staan voor de omgeving en meer bereid zijn om nieuwe gedragingen uit te proberen. Je hebt dan een open blik. Als je positieve emoties ervaart, merk je dat je creatiever bent, je meer kennis vergaart en meer sociale contacten hebt. Die heb je vervolgens nodig bij tegenslag. Doordat je door je positieve emoties bepaalde vaardigheden hebt ontwikkeld en diverse personen in je omgeving hebt verzameld, zijn die hulpbronnen beschikbaar wanneer je ze nodig hebt. Dat zorgt voor een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Uit andere takken van onderzoek zien we dat mensen die daarentegen vast blijven zitten in negatieve gedachten en negatieve emoties vaker een risico lopen op angststoornissen en depressie. Het is dan de kunst om op een bepaald moment uit die negatieve gedachtenspiraal te komen.

Kan een pessimist optimistisch worden?

Dat kan. Er is onderzoek van hoogleraar Experimentele Gezondheidspsychologie Madelon Peters van de Universiteit Maastricht waaruit blijkt dat er strategieën bestaan om een optimistische stijl aan te leren. Een mate van verschuiving daarin is mogelijk via frequente visualisatie-oefeningen. De bedoeling is dan om zo concreet mogelijke visualisaties te doen waarin je echt een toekomstbeeld voor je ziet en voelt hoe het zou kunnen zijn als er op bepaalde gebieden een positieve verandering zou plaatsvinden. Die visualisaties hebben een effect op het teweegbrengen van een meer optimistische kijk.

Volgende week deel 2 van dit drieluik!

Foto: Chris Peeters

 

Kleur bekennen

Trouwe lezers van mijn website weten het al lang: mijn logo is mijn voor- en achternaam met daartussen een uiltje uitgevoerd in roze. Om te zeggen dat ik een speciaal plekje in mijn hart heb voor de kleur roze is een understatement. I loooove pink. Niet alleen de pastelkleuren, maar ook fuchsia. Ik kan er niets aan doen maar roze maakt me gelukkig.

Desalniettemin heb ik de drang om toe te geven aan de roep van 50 tinten rood gemengd met wit (of andersom) lang kunnen weerstaan. Misschien omdat ik word verondersteld een volwassen vrouw te zijn en roze toch nog al eens wordt geassocieerd met een kinderachtige smaak in, wel, alles zo’n beetje.

In de mode zag ik dit probleem al snel opdoemen. Zo heb ik een leuke rok in zachte pasteltinten en was ik naarstig op zoek naar een bijpassende lichtroze maillot. Nou, vergeet het maar. In een vrouwenmaat bleek een dergelijke beenbekleding niet te bestaan. Maar omdat ik van nature een nogal vasthoudend typetje kan zijn, heb ik zo’n maillot – juist op het moment dat ik de totale uitputting nabij was – uiteindelijk gevonden op de kinderafdeling van de H & M.

Sinds ik vijfitg ben geworden, ben ik op verschillende manieren boven mezelf uitgestegen. En één ervan is dat ik nu niet langer wil doen alsof ik niet van roze houd. Nou én als anderen daardoor denken dat ik mijn tienertijd nooit ben ontgroeid. Ik schaam me er niet (meer) voor. Overigens bevind ik me voor wat betreft mijn liefde voor roze in het uitstekende gezelschap van de legendarische actrice Audrey Hepburn aan wie immers het citaat ‘I believe in pink‘ wordt toegeschreven.

Als ik op internet zoek naar de betekenis van de kleur roze, kom ik uit bij de site Perron 11. Jennifer van der Meer omschrijft het daar als volgt: ‘Roze is de kleur van passie, liefde, vriendelijkheid, vrouwelijkheid, waarheid, vrede, zorg, zoetheid, vertrouwen, pragmatisme, initiatief, rationele en kalme kracht, humor, meegaandheid, zelfrespect en waardering voor de ander, trouw, onafhankelijkheid en tolerantie.’ Mwah, daar doe ik het wel voor, hoor. En zou het toeval zijn dat daarbij dit symbool van een schattig roze uiltje staat?

roze uiltje

Gelet op mijn bijzondere uilervaring (lees voor meer informatie mijn boek ‘Het Jaar van de Uil’)  ben ik geneigd te denken van niet.

Enfin, omdat ik me nu graag in de bocht gooi om al die verloren jaren in te halen heb ik een tijd geleden besloten dat ik recht heb op een studeer/werkkamer die ruimhartig is voorzien van allerlei tinten roze. Het is immers mijn werkkamer dus kan ik daarmee doen en laten wat ik wil (oké, mijn man zit er ook af en toe achter de computer maar dat telt niet).

Om te beginnen heb ik toen een vloerkleed gekocht in een heldere en vrolijke kleur roze dat ik wham bam! midden in de kamer heb neergelegd. Daar kan dus niemand meer omheen. De rest is heerlijk licht – de muren, gordijnen en meubels zijn allemaal wit – dus dat kan deze ruimte echt wel hebben.

Op mijn bureau staat een fuchsia laptophouder die er onmiddellijk voor zorgt dat ik goede zin krijg. Het normaal o zo saaie kantoormeubel fleurt er helemaal van op. De roze theelichtjes op de vensterbank en roze kartonnen dozen op de planken zorgen voor een aangenaam warme maar tegelijk vrolijke omgeving die me in de armen sluit zodra ik binnen kom. De positieve energie die er van uitgaat is onmiskenbaar en draagt bij aan een groot gevoel van tevredenheid.

Samengevat ben ik tot dusverre van mening dat het bestaan als roze minnende vijftigplusser fantastisch is.

Al is het alleen maar vanwege het voorrecht om eindelijk kleur te durven bekennen.

Dag des niet oordeels (2)

Als we heel eerlijk zijn, kennen we het verschijnsel allemaal wel; we zien iemand die naar onze (razendsnelle) overtuiging niet past binnen ons eigen groepje en hup, we hebben onze mening meteen klaar. Vaak is de drang om anderen te bekritiseren afkomstig uit de diep gewortelde behoefte om onze eigen capaciteiten, overtuigingen en waarden te toetsen.

De Amerikaanse professor en bestsellerauteur Brené Brown stelt dat schaamte, angst en bezorgdheid de ideale voedingsbodem zijn om anderen te veroordelen. Als we zelf door anderen veroordeeld worden, voelen we ons gekrenkt en beschaamd dus veroordelen wij op onze beurt weer anderen om onszelf beter te voelen.

Nog verder gaat de Amerikaanse schrijfster Byron Katie, die ons in haar boek Loving what is helemaal met de neus op de minder fijne feiten drukt. Zij gaat zelfs zo ver dat ze stelt dat datgene waaraan we ons bij anderen het meeste ergeren, juist ook datgene is waar we onszelf aan schuldig maken. Zij komt tot dit onrustbarende inzicht door toepassing van de turnaround, het omdraaien van jouw oordeel. De kern hiervan is dat je de naam van de persoon over wie je klaagt of oordeelt, vervangt door ‘ik’,  Een hele confronterende exercitie, kan ik je vertellen.

Voorbeeld 1:

Klacht: ‘Mijn moeder is zó dominant. Ik erger me groen en geel aan haar!’

Turnaround: ‘Ik ben zó dominant. Ik erger me groen en geel aan mezelf!’

Voorbeeld 2:

Klacht: ‘Ik kan mevrouw X niet uitstaan! Ze luistert nooit als ik haar iets vertel.’

Turnaround: ‘Ik kan mezelf niet uitstaan! Ik luister nooit als anderen iets vertellen.’

Voorbeeld 3:

Klacht: ‘Ik ben boos op en teleurgesteld in meneer Y omdat hij me niet waardeert.’

Turnaround: ‘Ik ben boos op en teleurgesteld in mezelf omdat ik mezelf niet waardeer.’

Get the point?

Als je van deze mentale dreun bekomen bent, kun je aan de slag om te werken aan jezelf zodat je hiervan af komt.

Wij mensen lijken meer op elkaar dan dat we van elkaar verschillen. Het is uiteindelijk altijd ons ego dat ons aanzet om ons ‘gelijk’ te willen halen door anderen te veroordelen. Het probleem met gelijk hebben is echter dat een ander dan per se ongelijk heeft. Hierdoor leidt veroordeling tot verwijdering in plaats van tot verbinding.

Een mogelijke oplossing voor dit probleem is om bewust aan dankbaarheid te doen. Probeer maar eens oprecht dankbaar te zijn en tegelijkertijd anderen te veroordelen. Dat gaat je niet lukken. Deepak Chopra adviseert om je ten opzichte van mensen die anders zijn dan jij zelf als ‘ouders’ te gedragen; zelfs de grootste ergernissen of tekortkomingen worden dan iets waarmee je ze zult willen helpen in plaats van ze ervoor te verketteren. Bijkomend voordeel is dat als je stopt met anderen te veroordelen, je tegelijkertijd ook je zelfkastijding beëindigt (denk aan de voorbeelden van Byron Katie).

Daarom daag ik je bij deze uit om ook eens een dag lang op te letten of je mensen taxeert en alvast een etiket opplakt of in een hokje stopt. Ben je echt tolerant of alleen deels? Ben  je verdraagzaam diep van binnenuit jezelf of alleen als het sociaal wenselijk is?

Sinds ik me jaren geleden bewust ben geworden van mijn (ver)oordelend gedrag, doe ik mijn uiterste best om niet meer in die val te trappen. Om een open mind te houden, om niemand buiten te sluiten. En hoewel ik inmiddels gelukkig veel verbetering zie, lukt het me helaas nog niet voor de volle honderd procent van de tijd.

Het belangrijkste is dat je je eerst realiseert wat je aan het doen bent, dan is er al veel gewonnen. De scheidslijn tussen ‘wij’ en ‘die anderen’ is flinterdun. Sterker nog, wij zijn zelf ‘die anderen’. Of zoals Brené Brown het zo mooi zegt in haar boek I thought it was just me (but it isn’t): ‘We zijn slechts één loonstrookje, één echtscheiding, één drugsverslaafd kind, één ernstige ziekte, één aanranding, één woest drinkgelag, één nacht onbeschermde seks of één buitenechtelijke affaire verwijderd van ‘die anderen’ – degenen die we niet vertrouwen, met wie we medelijden hebben, met wie we onze kinderen niet laten spelen, degenen die alle slechte dingen meemaken, degenen naast wie we niet willen wonen.’

Dat is de pijnlijke en ongemakkelijke waarheid.

 

Dag des niet oordeels (1)

Een jaar of zes geleden (voor ingewijden: in mijn periode vóór de uil) lees ik ergens dat mensen standaard zo zijn geprogrammeerd dat ze zich bewust of onbewust altijd met anderen (willen) vergelijken en dan meteen hun oordeel – positief of negatief – vellen.  Denk bijvoorbeeld maar eens aan al die onderzoeken die zouden uitwijzen dat we binnen twee (!) tot maximaal dertig seconden na een eerste ontmoeting onze indruk al klaar hebben. Stereotypen worden zelfs al in milliseconden geactiveerd.

Toen ik dit tot me door liet dringen was mijn eerste gedachte: Dat doe ik niet. Maar onmiddellijk hierna hoorde ik dat irritante innerlijke stemmetje vragen: ‘Of toch wel?’ Ik besloot er eens op te gaan letten. Vierentwintig uur later was ik me niet alleen rot geschrokken, maar was ik ook een illusie armer: ik deed niets anders.

Tijdens mijn proefperiode betrapte ik me er namelijk op dat ik inderdaad de hele dag alles en iedereen be- en soms zelfs ook véroordeelde. Vanaf het moment dat ik mijn ogen open deed totdat ik naar bed ging, nam ik iedereen voortdurend stilzwijgend, hardop of – in het ergste geval – luidkeels (zij het buiten gehoorsafstand) de maat. Ik veroordeelde mensen omdat ze er net iets anders dan anders uitzagen, hele andere dingen leuk vonden om te doen dan ik of zich publiekelijk anders gedroegen dan ik. Of ik het nu wilde of niet, op de een of andere manier viel het me op, keek ik ernaar en dacht of zei er dan het mijne van.

De ontdekking dat ik in de praktijk lang niet zo tolerant bleek te zijn als ik dacht bracht destijds bij mij een schok teweeg, temeer omdat ik oprecht van mening was (en nog steeds ben) dat je iedereen in zijn of haar waarde moet laten en niemand het verdient te worden buitengesloten.

Gewapend met de wijsheid dat je alleen datgene kunt veranderen waar je je van bewust bent, startte ik een zoektocht ter beantwoording van de vraag hoe dit in godsnaam mogelijk was. Mijn onderzoek leverde al snel een even eenvoudig als ontluisterend antwoord op: mensen zitten nu eenmaal zo in elkaar. We willen altijd graag ergens bij horen. Bij een bepaalde familie, sportclub, fanfare, vrijwilligersverband, vriendengroep, stadsdeel, geloof, seksuele geaardheid, nationaliteit of werkkring horen biedt een gevoel van geborgenheid, zekerheid en verbinding. Dat dit zelfs in negatieve zin zo werkt, bewijst de hele gangcultuur.

Het gevoel ergens echt deel van uit te maken raakt dus kennelijk een snaar die we allemaal hebben en waarnaar we altijd (onbewust) op zoek zijn. Het tragische is echter dat juist als we stevig in zo’n groepje zijn genesteld, we eerder geneigd zijn ons te gaan afzetten tegen iedereen die níet bij ons groepje hoort. Vanuit ons veilige collectief lopen we het risico een superioriteitsgevoel te krijgen en gaan we vergelijken en be- of veroordelen tot we een ons wegen. Dit leidt uiteindelijk tot een wij-zij gevoel. Als dit laatste de overhand krijgt, is de verbinding met alle anderen die buiten de groep vallen ver te zoeken.

Nadat ik was bekomen van de eerste schrik besloot ik dat ik zo snel mogelijk van mijn automatisch be- en veroordelingsgedrag af wilde. Zodoende ging ik me verder verdiepen in deze materie.

En toen werd het pas echt interessant.

 

Lees volgende week deel 2!

Gunfactor

Als je in Nederland je kop boven het maaiveld uitsteekt, zijn er maar al te veel gegadigden die hem met liefde terug willen duwen waar die vandaan kwam. Ik vind dit een fascinerend fenomeen. Waar komt dit gevoel om anderen hun succes te misgunnen toch vandaan?

Als eerste denk ik dat dit komt omdat wij het land zijn van ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’ Met andere woorden: blijf vooral braaf in je hok en verroer je niet. En ga zéker niet buiten de gebaande paden, want er is een heel legioen dat dit niet kan uitstaan en je maar al te graag terughaalt en neersabelt. Want mensen die zichzelf klein houden, willen liefst dat iedereen om hen heen hetzelfde doet zodat ze niet het idee hebben dat ze achterop raken.

Al lezende in de meest uiteenlopende boeken duikt er al snel een tweede mogelijke reden op: als mensen anderen niets gunnen is dit vanuit het diepgewortelde idee dat er ‘niet genoeg is voor iedereen’. Bezien vanuit een economisch perspectief, dat uitgaat van het principe van ‘schaarste’, is dit standpunt alleszins begrijpelijk. Er is nu eenmaal geen onbeperkte markt voor dezelfde soort producten of diensten dus wordt de concurrentie hevig. Dit stimuleert het ‘ieder voor zich’ gevoel, hetgeen ertoe leidt dat men geen kennis en ervaring wil delen met anderen, zich bedient van ‘ellebogenwerk’ en er in het uiterste geval zelfs niet voor terugdeinst om anderen rücksichtslos van de carrièreladder te duwen als dat zo uitkomt op de weg omhoog.

In het Westen is dit ‘schaarsteprincipe’ zo ingebakken in onze cultuur, dat we er niet bij stilstaan dat men op vele plekken elders in de wereld – met name in de Oosterse beschavingen – juist het principe van overvloed aanhangt. Zoals het woord al zegt gaat deze tegenhanger van ons schaarstebegrip ervan uit dat er altijd meer dan genoeg is voor iedereen, dit tegen de achtergrond van de overtuiging dat alles en iedereen met elkaar verbonden is in een veld vol oneindige mogelijkheden. Het vergt niet veel inlevingsvermogen om je voor te stellen dat afgunst dan veel minder kans krijgt om zijn onsympathieke kop op te steken.

De mooiste omschrijving van afgunst of jaloezie trof ik eens aan in een Happinez Scheurkalender: ‘Jaloezie betekent dat je je geluk laat afhangen van het geluk of ongeluk van een ander, maar dan in omgekeerde zin; het maakt jou gelukkig als de ander ongelukkig is, verdrietig als de ander gelukkig is.’ Als ik deze definitie zwart op wit lees, wordt de lelijkheid van dit gevoel extra benadrukt. Want hoe diep moet je vallen om gelukkig te worden door andermans ongeluk?

‘Voor het omgekeerde: gelukkig zijn om andermans geluk, hebben de boeddhisten een woord: mudita. Wij hebben dat niet en ook de andere westerse talen niet. We kennen wel vervangende schaamte, maar geen vervangende blijdschap. Dat geeft te denken’, lees ik verder. Ik ben het hiermee roerend eens.

Gelukkig zijn om andermans geluk. Hoe mooi zou het zijn als ook wij in onze westerse competitieve samenlevingen dit gevoel zouden kunnen internaliseren? Ik weet zeker dat de wereld er dan een stuk mooier uit zou zien. Niet alleen voor degenen die iets moois hebben of meemaken en daar gelukkig van worden. Maar eveneens voor degenen die deze ‘gelukkigen’ aanmoedigen en hen dit geluk van ganser harte gunnen. Oprechte ‘aanmoedigers’ zullen zelf ook positieve gevoelens ervaren omdat ze iets goeds doen. Bovendien delen ze zo in andermans gevoel van succes en blijdschap en dragen dit op hun beurt uit, zodat delen vermenigvuldigen wordt. Gevoelens van afgunst kosten daarentegen alleen maar negatieve energie dankzij alle bijbehorende boosheid, angst en frustraties.

Dan heb ik het nog niet eens gehad over de consequenties voor je gezondheid. Uit onderzoek blijkt dat optimisten gemiddeld zeven jaar langer leven dan pessimisten en dat mensen die regelmatig positieve gedachten en gevoelens ervaren een veel kleinere kans hebben om te overlijden aan hart- en vaatziekten dan mensen die gevoelens als haat en vijandigheid koesteren. Een harde opstelling naar anderen blijkt letterlijk te leiden tot (ver)harde (slag)aderen.

Herken je iets van je afgunstige zelf in dit verhaal, weet dan dat het nooit te laat is om het over een andere boeg te gooien. De eerstvolgende keer dat je een succesverhaal van iemand anders hoort, probeer je dan in die ander te verplaatsen en je blij te voelen voor die ander. Je krijgt namelijk altijd terug wat je geeft.

Lang leve de gunfactor!