Drijfveren: Sportinstructrice Lieveke van den Baar

D R I J F V E R E N

In het kader van een reeks interviews getiteld “DRIJFVEREN”, interview ik succesvolle vrouwen en mannen over hun heilige vuur. Wat drijft deze bijzondere mensen eigenlijk, diep van binnen? Waar vinden zij dat het om draait in het leven? Aan welke factoren schrijven zij hun succes toe? En heeft het succes hen ook gelukkiger gemaakt?

Vandaag is het de beurt aan Lieveke van den Baar.

Godelieve Christine Marie Van den Baar werd op 2 februari 1967 geboren in Herten (gemeente Roermond) en is moeder van twee zoons van 31 en 17. Deze fitter-dan-fitte sportinstructrice werkt moeiteloos vijf lessen achter elkaar af, waaronder hotyoga, bodypump en body balance. Ze traint haar dames en heren in de sportschool echter niet alleen lichamelijk. Ook geestelijk geeft ze haar leerlingen bij iedere les een enorme boost door ze te stimuleren van zichzelf te houden, trots te zijn op wie ze zijn en door ze te motiveren om toch dat beetje extra te geven zodat ze hun grenzen blijven verleggen. Haar motto is niet voor niets: ‘Waarom? Omdat het kán!’ Een indringend en openhartig gesprek over ontembare levenslust, je dromen waarmaken en over hoe zij een verleden als slachtoffer van huiselijk geweld niet alleen ternauwernood overleefde, maar gebruikte als springplank naar een nieuw en sprankelend bestaan.

 

 Geluk is tevreden zijn met wat je hebt én met wat je niet hebt.’

 Je komt over als een enorme positivo. Ben je altijd zo optimistisch van aard geweest?

Ja, dat is wel de aard van het beestje. Dat is niet kapot te krijgen. Soms op het irritante af, vind ik zelf. Ik ben ook zo opgegroeid, ik had geen zorg in de wereld. Ik was altijd vrolijk en blij. Ik stond ook nooit ergens lang bij stil en hoefde nergens van wakker te liggen. We hadden het heel fijn en goed thuis, Ik heb een hele leuke jeugd gehad. Het fundament was dat het leven fijn is.

Wat was jij voor kind?

Een lief kind, creatief, muzikaal en fantasievol. Een spring-in-het-veld. Ook wel wat ondeugend, ik deed graag met de jongens mee. Maar toch ook wel echt een meisje tussen al die buurjongens en jongens uit mijn familie. Ik zat bij wijze van spreken met een prinsessenjurk en speldjes in mijn haar ondersteboven in een boom (lacht). Ik speelde ook veel buiten want we woonden in een kinderrijk dorp. Ik rolschaatste, deed verstoppertje, tikkertje en klom dus in bomen. Maar ik picknickte evengoed met de buurkinderen op de stoep of we bouwden een boot met tafels en stoelen en lakens. Dat kon en mocht allemaal. We gingen ook vaak met de fiets naar het grindgat en de vennen, ‘s zomers om te zwemmen en ‘s winters om te schaatsen.

Wat is jouw mooiste jeugdherinnering?

Oehh…, dat zijn er veel! De allermooiste was toen we met het gezin in Zuid-Tirol op vakantie waren. Mijn vader ging dan met de jongens de sneeuw in en mam en ik pakten op grote hoogte van die lekkere strandstoeltjes en genoten van de zon. Mijn moeder zei toen: ‘Dit is toch het mooiste wat er is? Zo zou het altijd moeten zijn’ .

 Ben jij altijd al sportief geweest?

Ik ben heel jong begonnen met dansen. Vanaf mijn vijfde stond ik al in mijn balletpakje posities te oefenen. Ik was een echt balletmeisje. Ik nam dat ook heel serieus, ik wilde het liefst professioneel balletdanseres worden. Ik heb zelfs nog auditie gedaan voor de Royal Academy of Dance in Londen en toen bleek dat mijn linkerkant iets minder flexibel was dan mijn rechterkant. Daarbij was ik ook redelijk klein, dus ik was uiteindelijk niet goed genoeg. Ik heb ook nog een tijdje showballet gedaan. Toen werd ik op heel jonge leeftijd zwanger en moest ik stoppen. Daarna heb ik nooit meer mijn oude niveau bereikt. Ik moest echt afscheid ervan nemen, dat was best pijnlijk. Maar ik had door omstandigheden al eerder mijn plan moeten laten varen om na mijn VWO-studie au pair te worden in Genève en dan door te stromen naar een studie Frans naast ballet. Dat kwam omdat mijn moeder ernstig ziek werd, ik was toen vijftien. Zij had eerder al baarmoederhalskanker gehad en dat was na twee jaar teruggekeerd als botkanker. Ze stierf toen ik zestien was een pijnlijke en heel langzame dood. Daarna viel ik stil.

Leef je dan van dag tot dag?

In eerste instantie leef je omdat je er per ongeluk bent. En als je zestien bent, gebeurt zoiets gewoon niet. Het hele dorp stond op zijn kop, niemand wist wat men ermee aan moest. Als ik dat vergelijk met alle hulp die je nu kunt krijgen in zo’n situatie…Ook voor mijn vader was het een enorme schok. Hij gaf les op een grote middelbare school, daar zat ik zelf ook op. In die tijd heb ik nog twee jaar op school gezeten en toen kwam ik mijn toenmalige man tegen. Ik had ook geen thuis meer want mijn oudste broer ging studeren en mijn jongste broer is ergens uit mijn zicht verdwenen. Ik was daar ook niet mee bezig, het was echt ieder voor zich terwijl we voorheen een hecht gezin waren. Er was geen ruimte voor het uiten van verdriet. Mijn vader kon het allemaal niet aan en heeft het contact met familie en vrienden verbroken. Hij kon er ook niet voor ons zijn. Dan lag er een briefje op de keukentafel: ‘Wat eten we vandaag?’ of ‘Lief, zorg jij dat de was gestreken is?’ Ik wilde alleen maar weg. Er niet zijn.

Dan ben je een negentienjarige met een baby’tje en een man…

En een zaak!

Een zaak?

Ja, hij had een goed lopend eetcafé. We hadden geld en ruimte. We hadden geen slecht leven totdat bleek dat hij te veel dronk en daar gewelddadig van werd. Dat heeft me elf jaar later bijna mijn leven gekost. Hij was verbaal, psychisch en fysiek agressief. Eerst ging het meubilair eraan en daarna was ik aan de beurt. Gelukkig is hij nooit fysiek aan het kind, dat stil en lief was, gekomen. In die tijd heeft mijn vader ook met mij gebroken. Die is weggegaan, net als mijn jongste broer. Mijn oudste broer woonde toen in Tilburg, wij hebben wel altijd contact gehouden. Uiteindelijk is de zaak op de fles gegaan en kwam ik in een rijtjeshuis terecht. Ik leefde in totale isolatie en de situatie verslechterde. Mijn man zat toen vol drank onder de pillen met een versleten heup die veel pijn deed. Hij voelde zich een mislukkeling.

Had je niemand anders op wie je kon terugvallen?

Toen ik met mijn man, die twaalf jaar ouder was, ben gaan samenwonen kende ik daar niemand. In die tijd heb ik met een dikke buik mijn VWO afgemaakt op de avondschool in Roermond, dus voor mij was het allemaal ineens heel anders. Ik moest mijn eigen leven gaan leiden.

Heb je in die elf jaar wel eens eraan gedacht om weg te gaan bij je agressieve man?

Toen ik in dat isolement zat omdat hij geen baan meer had en ik was afgekeurd woonde ik in een anonieme buurt aan de rand van de stad. Ik móest iets gaan doen, ik wilde uiteindelijk gaan werken want ik was kostwinner. Mijn man voelde ook die onrust dus die liet me begaan. Ik ben toen logistiek management gaan studeren en had heel snel een baan. Ik ben bij Philips in de planning terecht gekomen, dat was een prima baan. Toen viel het kwartje pas echt. Ik leerde veel verschillende mensen kennen en de contrasten werden steeds groter. Binnen de poorten van de fabriek was het lekker veilig, daarbuiten moest ik me schrap zetten omdat ik niet wist wat er ging gebeuren. Buiten het werk om mocht ik niet met collega’s omgaan, niemand was bij ons thuis welkom. Op een gegeven moment begon hij me zelfs te brengen en te halen, ik mocht niet meer alleen boodschappen doen, koken of de wasmachine bedienen. Ik had zelfs geen geld meer in mijn beurs. Ik mocht alleen nog maar werken en mijn zoon naar bed brengen. Half acht naar boven en kwart over acht weer beneden, zo niet dan had ik een probleem. Ik had geen leven meer. Ik wist niet meer hoe ik daar uit moest komen, ik werd 24 uur per dag in de gaten gehouden. Het voelde alsof ik vanzelf verdween achter mijn eigen buitenkant. Het enige dat me toen overeind hield waren mijn zoon en mijn werk. Bij Philips kon ik mijn hersenen gebruiken en met mensen praten, al werd dat laatste ook steeds moeilijker omdat ik nooit iets meemaakte of ergens heen ging. Ik kon dus lastig socializen.

Heb je ooit iemand in vertrouwen genomen over het huiselijk geweld?

Een collega die tegenover mijn bureau zijn werkplek had. Hij heeft het geraden omdat ik in de zomer met lange mouwen en sjaaltjes om liep. Die heeft me op een gegeven moment apart genomen en gezegd: “Jij gaat me nu vertellen dat het niet waar is wat ik denk. En als het wel waar is wat ik denk, dan gaan we stappen ondernemen. Ik kan het niet aanzien.” Dus toen heb ik het hem gezegd. We hadden een intern maatschappelijk werkster, daar zijn we toen naar toe gegaan. Die heeft er voor gezorgd dat er een girorekening op mijn naam werd geopend waarop een deel van het salaris werd gestort. Er werd ook gekeken of ik via het werk ‘weggesluisd’ kon worden met mijn kind. Deze nieuwe situatie heeft erin geresulteerd dat ik thuis mijn mond weer open durfde te trekken. Ik pikte het niet meer dus ik ging in discussie maar dat was niet de bedoeling. Mijn man ging toen steeds harder en vaker slaan. Dat werd een onhoudbare situatie. Ik wist dat ik weg moest want hij had al drie keer een delirium gehad van overmatig drankmisbruik. Op een gegeven moment is het helemaal mis gegaan en toen had ik een mes in mijn rug. Ik heb een nacht met een klaplong thuis gelegen en toen heeft hij me ‘s morgens – toen ik bijna bewusteloos was – naar de huisarts gebracht. Die heeft meteen een ambulance laten komen, maar dat weet ik zelf niet meer. In het ziekenhuis stonden de politie en mijn broer aan mijn bed. Ik durfde geen aangifte te doen, zo bang was ik om mijn man boos te maken. Op een gegeven moment stond hij met mijn zoon aan mijn bed. Toen dacht ik: ik kan de stekker er niet uittrekken, want dat was eigenlijk wel mijn bedoeling. Voor mij was het klaar met het leven. Maar ik kon en wilde mijn kind niet achterlaten. Na twee weken was ik uit het ziekenhuis en ben ik teruggegaan naar Philips. Toen heb ik tegen mijn collega gezegd: “Ik moet weg, maar hij zal me nooit laten gaan.” Ik had niks, geen paspoort, geen bankpas (die lag in de kluis), geen geld. Op een vrijdagmiddag ben ik thuis gekomen. Mijn man lag KO op de bank, mijn zoon was lief aan het spelen. Ik heb hem meegenomen naar de WC, die ik op slot heb gedraaid. Daar heb ik hem verteld wat we gingen doen. Hij moest naar boven gaan om zijn beer en jas te pakken. Als hij weer beneden was, moest hij zijn been en jas buiten om het hoekje bij de voordeur zetten en zijn schoenen aantrekken. En dan moest hij wachten totdat ik ‘nu’ zei en dan moest hij naar oma rennen, de moeder van mijn man. Met haar had ik een goede band en zij wist ook wat zich afspeelde in ons gezin. Even later werd mijn man wakker. Ik keek naar mijn zoon en ben de gang ingelopen. Mijn man pakte toen een honkbalknuppel en begon daarmee wild om zich heen te slaan. Gelukkig was hij zo dronken dat hij alleen de muur raakte. Ik greep mijn jas van de kapstok en zei tegen mijn zoon: ‘Nu!’. Mijn zoontje rende meteen weg en ik vloog naar buiten, trok de deur dicht en rende achter hem aan. Mijn man is achter gebleven want hij kon niet rennen. Eenmaal bij mijn schoonmoeder kreeg ik een schone onderbroek en een tandenborstel en toen zijn we lopend naar de politie gegaan. Die heeft ons dezelfde avond nog naar een Blijf-van-mijn-lijf huis gebracht. Daar zijn we vier maanden gebleven. Daar zag ik wat wij tweeën waren geworden: één groot trauma.

Heb je je man daarna nooit meer gezien?

Jawel. Hij is ons gaan zoeken en mijn familie gaan lastigvallen. Maar uiteindelijk heeft hij me een half jaar later weer in Maastricht gevonden, dat was een hele enge toestand. Hij heeft me vanuit het werk laten volgen en toen stond hij voor de deur. Hij was poeslief maar ik voelde me toch heel onveilig. Gelukkig was het een studentenpand en stonden overal deuren en ramen open zodat wij in het zicht van anderen stonden. De scheiding was inmiddels rond en hij had gelukkig geen bezoekrecht voor mijn zoon. Hij zei toen dat hij zijn zoon zo miste en vroeg of we niet opnieuw konden beginnen. Het antwoord was nee. Nadat hij de sleutel van ons huis had ingeleverd, ben ik er nog een laatste keer teruggeweest. De kinderkamer was nog intact maar al mijn spullen had hij bijna allemaal verbrand. Toen mijn zoon twaalf werd heeft mijn ex ineens een verzoek ingediend bij de rechtbank dat hij zijn kind wilde zien. Ik moest toen naar de kinderrechter en toen ik hem daar zag, ben ik totaal uitgeflipt. Ik ben nog nooit van mijn leven zó door het lint gegaan. Ik wist dat daar niets kon gebeuren met al die mensen erbij, maar het was zo’n aanslag op mijn incasseringsvermogen. De rechter wilde mijn kind apart spreken dus wij moesten allemaal naar buiten. Op het moment dat ik de gang opliep, kreeg ik een enorme paniekaanval en ben ik de eerste de beste kamer ingerend waar ik bij wijze van spreken het behang van de muur heb gekrabt (haar ogen glinsteren met opkomende tranen). Maar een omgangsrecht is er gelukkig niet van gekomen. In 2006 is mijn ex aan een overdosis overleden.

Ik kan me voorstellen dat je toen niet bezig was met sport. Op welk moment is dat weer in je leven gekomen?

Vrij snel nadat ik in Maastricht was komen wonen – dat was in 1995 – was ik begonnen met sporten. Ik had nooit op een sportschool rondgelopen, maar die aerobic lessen vond ik wel interessant. Inmiddels had ik een nieuwe vriend. In 1996 ben ik weggegaan bij Philips en merkte ik dat het vlammetje begon te doven. Ik werd moe en raakte opgebrand. Toen voelde ik al dat het bergafwaarts met me ging en in 1998 ben ik afgekeurd. Ineens ging bij mij het licht uit. Ik zette op een ochtend mijn voeten naast het bed en wist meteen: ik kom de deur niet meer uit. Toen heb ik alleen maar in bed gelegen, een soort van divine intervention. Ik was totaal uitgeput, er zat geen spatje vuur meer in me. Ik kon geen boodschappen meer doen, kon het huishouden niet meer aan. Ik heb letterlijk van ellende door mijn huis gekropen. Ik wist niet wat er gebeurde. Ik snapte niet dat het leven elders wel goed kon zijn, rustiger en stabieler. Ik was niet meer gewend om een gewoon leven te leiden, ik stikte van de nachtmerries. Ik was ernstig aangetast in mijn basale gevoel van veiligheid. Toen mijn nieuwe vriend bij me kwam wonen ging het kortstondig wat beter. Maar ik had nergens meer vertrouwen in. Ik ben echt ziek geworden. Na een week of zes heb ik zelf in de Gouden Gids een psychiater gezocht, want ik voelde dat ik het alleen niet kon redden. Ik heb de eerste de beste bij mij in de buurt gebeld en daar ben ik vier jaar naar toe gegaan. In die tijd ben ik vier keer per week gaan sporten en heel goed voor mezelf gaan zorgen.

Heeft die psychiater je kunnen helpen?

Hij heeft me in eerste instantie doen beseffen wat er allemaal achter me lag (er rolt een traan over haar wang). Dat ik niet alleen maar hersenspinsels had, maar dat het echt was, hoe erg ook. Ik had besloten om geen anti-depressiva of slaaptabletten te pakken, dus dat was flink afzien. Ik wilde dat niet want dan vlak je alle emoties af en maak je je leven niet echt mee. Vervolgens zijn we gaan puinruimen. Toen het vertrouwen groeide en ik beter werd, ben ik opnieuw getrouwd en twee jaar later opnieuw moeder geworden van een zoon. Deze zwangerschap was voor mij een keerpunt. Ik weet nog dat mijn psychiater zei: “Wees erop voorbereid dat het kan gebeuren dat je hiervan een depressie oploopt.” Hij heeft me toen gezegd dat ik bij de eerste tekenen van instabiliteit meteen contact met hem moest opnemen. Gelukkig is dat niet gebeurd. Zo kreeg ik langzaam steeds meer vertrouwen in mezelf en mijn omgeving. Wat mij daarbij goed geholpen heeft is dat ik tot ver in mijn zwangerschap ben blijven doorsporten.

Hoe is het na de geboorte van je tweede zoon verder gegaan?

Na zijn geboorte heb ik de eerste twee jaar niet gesport omdat ik weinig energie over had met een slecht doorslapende baby en puber in huis. Zodoende werd ik flink dikker. In die periode vond mijn man dat ik wel erg veranderd was. En dat was ook zo. Hij wilde graag dat ik weer werd zoals in het begin van onze relatie. Maar dat kon ik niet, dus zijn we uit elkaar gegaan. Toen bleef ik met mijn twee jongens en een grote boosheid achter. Er is zoveel gif in me losgebarsten dat ik het hele huis van binnen ben gaan schilderen. Ik heb mijn haren, die toen heel lang waren, zelf afgeknipt tot een pittig kort kapsel. Ik ben weer flink gaan sporten en toen had ik het meteen helemaal gevonden met aerobics en krachttraining. Ik had ook weer een sociaal leven en ging overal naar toe. Drie maanden later was ik twintig kilo lichter en topfit. Tegelijkertijd begon het besef door te dringen dat mijn jongste zoon anders was. Dit heeft ervoor gezorgd dat ik mijn leven anders ben gaan inrichten.

Je hebt veel tegenslag moeten overwinnen in je leven. Hoe heeft dit jou als persoon gevormd?

Je kweekt er wilskracht, mentale veerkracht, tolerantie, geduld en mededogen mee. En de intrinsieke motivatie om alles wat je doet tot een goed einde te brengen. En nieuwsgierigheid! Die jaren dat ik in die cocon heb geleefd, mocht ik niet nieuwsgierig zijn of op ontdekkingsreis gaan. Dat moest ik allemaal onderdrukken; creativiteit, ondernemingszin…Ik leer ook graag, ik heb die prikkel nodig.

Waar heb je de moed en kracht vandaan gehaald om je leven om te turnen?

Ik denk dat het te maken heeft met dat moment dat ik met een klaplong in het ziekenhuis lag en ik besloten had om er niet uit te stappen. Vanaf dat moment heb ik de beslissing genomen om alleen nog maar vooruit te kijken en alles uit het leven te halen. Je kunt het kwaad alleen bestrijden met het goede.

Hoe ben je sportinstructrice geworden?

In 2003 moest ik reïntegreren. Terug achter een bureau kon niet meer wat mij betreft. Mijn jongste zoon bleek ASS (autistisch spectrum stoornis, redactie) te hebben. Deze diagnose had grote consequenties voor mijn arbeidsperspectief. In 2006 ben ik overgestapt naar een andere sportschool en in 2007 ben ik daar les gaan geven nadat ik een opleiding daarvoor had gevolgd. Ik was toen al veertig. Ik heb vervolgens nog meer opleidingen gevolgd en ben op eigen kracht uit de WAO kunnen komen. Vandaar ben ik in 2011 overgestapt naar de sportschool waar ik nu werkzaam ben. Terugkijkend heb ik eigenlijk gewoon mijn hart gevolgd en kansen gegrepen.

Als je geen sportinstructrice zou zijn geworden, wat zou je dan zijn gaan doen?

Ik denk dat ik dan zelfstandig ondernemer zou zijn geworden met als doel mensen samen te brengen met hun passie en talenten.

Je zei eens dat jij je droom nu iedere dag leeft. Leg eens uit?

Ik wist niet eens dat ik deze droom had totdat ik mocht gaan omscholen naar sportinstructrice via het UWV. Ik word heel blij van dit werk en krijg daar ook nooit genoeg van. Ik weet dat ik fysiek en mentaal veel geleerd heb en merk dat ik – als ik op dat podium sta – daar zoveel in kwijt kan, ook heel veel levenservaring. Wie ben ik om dat allemaal voor mezelf te houden? Ik hoor vaak dat mensen na een sportles niet alleen blij zijn dat ze zich lichamelijk hebben ingespannen, maar ook dat ze met nieuwe inzichten naar huis gaan. Mensen herinneren zich bepaalde uitspraken en hebben daar iets aan. Ik kan zo veel geven en delen en zie dat anderen daar blij van worden. Als ervaringsdeskundige kan ik echt iets betekenen, ik kan hun algemene welbevinden vergroten. Iedere les is anders dus iedere input ook, of het nou gaat om bodypump, yoga, aquafit of een personal training. Bewegen houdt me in evenwicht en geaard. Voor mijn gevoel gaat het vanzelf. Als ik dan ook nog zie dat iedereen in de zaal meedoet en wat ze presteren! Dat is zo mooi! (haar ogen stralen). Daar word ik heel blij van.

Wat motiveert jou om elke dag op te staan?

Nou dát dus. Ik vind mijn werk een uitdaging. Het is nooit saai. Mijn lessen zijn nooit hetzelfde, ik kom altijd andere mensen tegen. Zelfs al ben ik lichamelijk nog zo moe, als ik eenmaal op dat podium sta en ik voel dat alles begint te branden denk ik: ‘Ha! Kom maar!’ (brede lach). Het geeft me ook zoveel zelfvertrouwen. De eerste vijftien jaar van mijn leven hoefde ik nergens over na te denken. De dertig daaropvolgende jaren heb ik alleen maar in achtbanen gezeten en werd ik aan alle kanten geshaked. Pas na mijn vijfenveertigste kwam het besef dat ik volledig op mezelf kan vertrouwen. Dat kan, dat is absoluut mogelijk. Dat kun je naar je kinderen uitstralen, dat kun je naar iederéén uitstralen. Er zijn zoveel mensen die moeite hebben om zichzelf te laten zien. Je mag er zijn, echt wel.

Jij inspireert de mensen in jouw lessen om grenzen te verleggen, om van jezelf te houden en trots te zijn op jezelf. Doe je dat bewust?

Ja, bij veel mensen is er een kloof tussen hoofd en lichaam. Dan zie ik dat mensen om zich heen kijken en dan ontmoedigd raken omdat de buurvrouw slanker is en meer gewicht op de stang heeft. Als ik dat zie gebeuren, haak ik daarop in door te zeggen dat perfectie een illusie is. Zo heeft iederéén het gevoel dat ze zelf goed genoeg zijn. Ik zie dan ook altijd een glimlach op het gezicht verschijnen.

Aan welke factoren schrijf jij je succes als instructrice toe?

Het succes heeft me van meet af aan verbaasd. Iedereen was zo enthousiast. Ik denk dat het komt omdat het allemaal bij me past. En ik ben eerlijk, communicatief, ik maak oogcontact, probeer grapjes te maken (al heb ik dat echt moeten leren) en hou veel van zelfspot. Ik maak de sportschool ook toegankelijker, denk ik. Ik ben breed geschoold en heb veel ervaring. Dat deel ik. Maar het is altijd over en weer, ik sta er niet als een instituut. Zie mij maar als iemand die jou een lift geeft naar jouw bestemming.

Heeft dit werk jou gelukkiger gemaakt?

Ja! Heel gelukkig zelfs en compleet.

Wat is geluk voor jou?

Een basaal gevoel van tevredenheid. En dat zie ik heel weinig om me heen. Tevredenheid met wat je hebt én met wat je niet hebt, met alles om je heen. En het goede van de dag en de mensen om je heen zien… dat is geluk.

Wat beschouw je als je grootste persoonlijke succes in je leven?

Dat ik er nog ben (lacht hard). Toen ik vijftig werd, had ik een gezellig feest. Een van mijn vriendinnen hield een speech en zei: ‘Het feit dat jij er bent brengt ons allemaal hier naar toe’. Ik ben er nog en dat had zomaar niet zo kunnen zijn.

Waar gaat het volgens jou echt om in het leven?

Dat je iets achter laat van die dag wat het waard is om achter te laten. Een stukje voldoening, al is het maar heel klein. Toevallig heb ik onlangs het huis gepoetst van iemand die met vakantie was omdat hij er nodig uit moest. Dat is mijn cadeau aan hem. Dan weet ik: dit was een goede dag! Dat gevoel: ‘Dit laat ik achter en dat is de moeite waard!’

Geloof jij in iets hogers?

Ja, in de kracht van ons collectieve bewustzijn. Wij zijn niet klaar als wij onze ogen dicht doen, vanwege het simpele feit dat we nog teveel energie achterlaten. Als ik hier de deur uit loop, ben ik niet weg want dan blijft hier nog heel veel van mij achter. Dat is ook zo als je sterft, denk ik. Je deelt stukjes van jezelf uit tijdens je leven. Iedereen krijgt iets van jou mee. Dat is andersom ook zo, alles is met elkaar verbonden en daar zit geen einde aan… Daar zit geen einde aan.

Wat voor gevoel roept zo’n prachtige sterrenhemel bij jou op?

Ik ga regelmatig ’s avonds de straat uit en dan sta ik in het open veld. Dan kijk ik naar boven – soms ga ik zelfs eerst liggen – en denk ik: ‘Moet je ons eens zien hier, hoe wij ons druk maken om niks! Dit is toch veel gigantischer, waar hebben we het hier over?’ Het relativeert enorm.

Als je het nog eens over mocht doen, zou je dan alles hetzelfde doen?

Die zwaarste jaren zou ik natuurlijk anders doen, maar in bepaalde fases van je leven doe je wat je kunt. Je handelt op dat moment naar beste eer en geweten. Omdat mijn jeugd mij zoveel vertrouwen had gegeven, ben ik natuurlijk heel naïef in allerlei situaties gestapt. Het een heeft altijd weer gevolg voor het ander. Je doet wat je noodzakelijk vindt of je doet iets uit plichtsgevoel. Ik heb altijd geprobeerd om – voor zover ik daartoe bij machte was – mezelf niet helemaal kwijt te raken.

Heb je nu nog een droom?

Ik heb er zelfs twee! Op de lange termijn zou ik nog wel een nieuwe studie willen gaan doen die me in staat stelt om op den duur alles aan kennis en ervaring bij elkaar te brengen en met anderen te delen. Dat zaadje is al geplant. Mijn tweede droom is dat mijn jongste zoon zijn meest autonome zelf mag worden en alles uit zijn leven gaat halen. Het begin is er al.

Heb jij tenslotte nog een advies voor de lezers van dit interview?

Ik denk dat het heel zinvol is om ons te realiseren dat we steeds langer leven. Als we langer actief willen blijven, kunnen we daar zelf voor zorgen. Je kunt altijd mogelijkheden vinden om je op dat vlak te ontwikkelen. Actief blijven maakt mensen veel tevredener en gelukkiger. Actieve mensen zijn leuke mensen!

© Pascale Bruinen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

If you agree to these terms, please click here.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.