Posts

Drijfveren: Marc Rieu

D R I J F V E R E N

In het kader van een reeks interviews getiteld “DRIJFVEREN”, interview ik succesvolle vrouwen en mannen over hun heilige vuur. Wat drijft deze bijzondere mensen eigenlijk, diep van binnen? Waar vinden zij dat het om draait in het leven? Aan welke factoren schrijven zij hun succes toe? En heeft het succes hen ook gelukkiger gemaakt?

Marc Rieu – inderdaad: de zoon van – werd geboren op 1 november 1978 in Maastricht. Deze artistiek begaafde oudste zoon van de wereldberoemde Stehgeiger is kunstschilder, al zes jaar gelukkig getrouwd en heeft drie kinderen, twee zonen en een dochter. Sedert 2008 specialiseert hij zich in landschappen. Romantiek uit de 19e eeuw is zijn favoriete epoque. Op een mooie zomerochtend spreek ik hem in het Theater aan het Vrijthof in zijn geboortestad waar hij dit jaar voor de achtste keer exposeert. Een gesprek over hoe het is om zo’n beroemde achternaam te hebben, suggestief illusionisme en kijken met je hart.

 

 

 

Geluk is gezondheid, blije kinderen en dat doen waar je gelukkig van wordt.’

 

Wat voor kind was je?

Een heel rustig kind. Toen ik in de buik zat bij mijn moeder waren mijn ouders soms ongerust omdat ze mij niet voelden bewegen (glimlacht). Later als tiener was het dat ze muziek uit mijn kamer hoorden komen, anders hadden ze niet geweten dat ik thuis was. Ik zat altijd stil in een hoekje met een boekje. Ik was geen kind dat graag buiten speelde.

Tekende of schilderde je toen ook al?

Nee. Mijn fascinatie voor kunst is wel begonnen toen ik een jaar of twee, drie was. Ik zat altijd voor de boekenkast van mijn ouders en haalde dan alle kunstboeken eruit. De volgende stap was in 1990, toen ik in groep 8 van de basisschool zat. Dat was het Van Gogh jaar omdat hij toen 100 jaar geleden was overleden. Toen zag ik een documentaire op tv die iets in mij losmaakte. Ik was sowieso al fan van het impressionisme. Na het zien van die documentaire heb ik twee beslissingen genomen: ik ga schilderen en ik ga kunstgeschiedenis studeren. Ik wilde graag meer weten over Van Gogh.

Wat trok je zo aan in Van Gogh?

Zijn gedrevenheid. Hij heeft zo’n 800 à 1000 schilderijen gemaakt in zijn leven. Dat rotsvaste geloof, zijn doorzettingsvermogen en zijn trieste leven vond ik heel interessant.

Zag je ook iets in zijn schilderijen dat je herkende?

Misschien de kleurenkracht wel. En de omslag van zijn Brabantse periode – toen hij duistere, deprimerende taferelen schilderde – naar de kleurenrijkdom als hij in Frankrijk arriveert en dat Franse leven met centimeters dikke verflagen vastlegt. Geweldig!

Hoe kijk je terug op je jeugd?

Ik heb een redelijk onbezorgde jeugd gehad. Maar Ik heb wel op twee middelbare scholen gezeten omdat ik op de eerste drie jaar lang werd gepest. Dat heeft er wel in gehakt. Op de tweede school, het Jeanne d’Arc College, was het daarentegen of de hemel open ging. Daar werd ik meteen volledig geaccepteerd. In het begin dacht ik telkens: ‘Zeggen jullie niks over mijn schooltas of vinden jullie mij geen buitenbeentje?’ Maar dat gebeurde niet. Voor de rest heb ik een heerlijke jeugd gehad.

Je wordt geïnspireerd door de Duitse romanticus Caspar David Friedrich en de Noor Johan Christian Dahl. Bergtoppen die in nevelen zijn gehuld, verlaten bossen, eindeloze zeeën met zonsondergangen vind je mooi. Daar zit een heel mystieke sfeer in. Waarom trekt jou dat zo aan?

Misschien herken ik daarin wel iets van mezelf. Ik heb ook die neiging naar het melancholieke, het mysterieuze, het geheimzinnige. Ik zeg altijd: ‘Ik ben een open boek maar sommige pagina’s zitten aan elkaar vastgeplakt’. Friedrich schildert mensen enkel van de achterkant, de zgn Rückenfiguren. In 2006 heb ik een zelfportret gemaakt dat mij ook alleen van de achterkant laat zien. De basis hiervoor werd gelegd toen ik een keer aan de Engelse kust was met mijn moeder en haar vroeg of ze van mij een ‘Friedrich’-foto wilde maken. Niet meteen met het idee om er een schilderij van te maken, maar meer als eerbetoon aan mijn grote held. Een jaar later had ik op advies van pa en ma schilderles genomen en het derde of vierde schilderij dat ik maakte was dat zelfportret. Dat heb ik aan mijn ouders gegeven die het in het kasteel hebben ophangen.

Denk je dat jouw voorkeur voor dit soort mystieke taferelen te maken kan hebben met je eenzaamheid uit de periode dat je als jonge jongen werd gepest?

Poeh…Dat zou kunnen. Ik heb daar nooit zo over nagedacht. Ik ben wel al veel eerder onbewust in contact gekomen met Friedrich. Toen ik nog heel jong was draaiden mijn ouders lp’s. Mijn favoriet was de zesde symfonie van Beethoven, de Pastorale. Op de voorkant van die lp stond een landschap met een zonsondergang met een eenzame herder in de verte. Later heb ik ontdekt dat dit een schilderij is van Friedrich. Maar die drie jaar dat ik werd gepest voelde ik me inderdaad heel eenzaam, niet begrepen…. Mijn ouders zagen het wel, maar ik zei altijd maar dat alles goed was. Ik was bang dat als ik iets erover zou zeggen, het pesten alleen maar erger zou worden.

Hoe zou jij jezelf nu omschrijven?

Dromer, levensgenieter, Bourgondiër. Ik probeer ook bewust te genieten van het succes. En ik sta positief in het leven.

Sinds 2008 schilder je landschappen. Maar je bent ook een groot fan van wolkenluchten. Kun je uitleggen wat jou daarin zo aantrekt?

Wolken zijn enerzijds heel concreet en anderzijds heel abstract. Iedereen ziet er iets anders in. Bijna iedereen kijkt ook als kind al naar de lucht. Wolken vind ik het ultieme symbool van dromen, wensen en verlangens. Ik wil ooit nog eens een expositie doen van schilderijen met alleen maar wolkenluchten. Dat is echt een droom van me. Het mooiste vind ik als ik in die zin van de lucht zou kunnen leven (lacht). Ik heb geleerd dat een wolk nooit wit is, daar zitten zoveel kleuren in…Een wolk is ook driedimensionaal. Wolken veranderen voortdurend, geen twee wolken zijn hetzelfde. Die voortdurende spanning om de veranderingen in die wolkenluchten vast te leggen vind ik heel mooi.

Wat vonden je ouders eigenlijk van jouw keuze om te gaan schilderen en kunstgeschiedenis te gaan studeren?

Mijn ouders hebben me gestimuleerd om schilderles te gaan nemen. En ze hebben me de levenshouding meegegeven: ‘Als je ergens voor wilt gaan, doe het dan! Volg je passie, daar word je gelukkig van.’ Dat probeer ik mijn kinderen ook mee te geven. Ik schilder zelf ook niet om geld te verdienen.

Kunnen je ouders ook kritisch zijn?

(Brede lach) Nee! Mijn vader geeft wel commercieel advies vanaf de zijlijn en mijn moeder zegt altijd: ‘Och wat is het mooi geworden!’ Mijn vrouw is wel kritisch. Gelukkig maar, anders zou ik alles ophangen wat ik thuis heb en dan zou de kwaliteit ook dalen.

Is schilderen een gave of kan iedereen het leren?

Ik denk dat iedereen het wel zou kunnen maar dan moet je het er wel uit laten komen en er echt iets mee doen. Ik hou heel veel van dingen maken, schilderen, crëeren. De studie kunstgeschiedenis was enerzijds de mooiste studie die ik me kon voorstellen. Ik heb tijdens die studie ook prachtige reizen gemaakt. Maar anderzijds ben je wetenschappelijk bezig met iets dat uit je gevoel voortkomt. Dat is heel raar. Daarom vond ik een scriptie schrijven ook moeilijk. Kunst is eigenlijk juist géén wetenschap.

Je zegt ‘suggestief illusionisme’ te schilderen. Daarvan zeg je: ‘Ik schilder dromerige, romantische werken die suggesties bieden van de werkelijkheid waarbij mijn schilderskwast als toverstaf fungeert.’ Hoe werkt dit?

Ik probeer sowieso de toeschouwer in het verhaal van het schilderij te betrekken. Ik schilder veel diagonale lijnen en die leiden de toeschouwer bewust of onbewust in het landschap. Er is ook wetenschappelijk onderzocht dat mensen een schilderij ‘lezen’ van links naar rechts. Weliswaar heel snel, maar toch. Daarna gaat de blik alle kanten op. Met mijn diagonalen wil ik dat ‘lezen’ versterken en tegelijkertijd een deel aan hun verbeelding overlaten. Van een hele fijne leraar, Gerard Huysman uit Alphen aan den Rijn, heb ik geleerd dat je niet te veel moet invullen. Want als je bijvoorbeeld een huisje in het midden van het schilderij tot in detail schildert, moet je het gras op de voorgrond in verhouding al welhaast met alle moleculen ervan gaan schilderen. Daarom hou ik altijd ruimte voor suggestie.

Een van jouw uitspraken is: ‘Mijn leven ís eigenlijk kunst.’ Hoe moet ik me dit voorstellen?

Ik ben inderdaad heel veel met kunst bezig. Ook tijdens vakanties kijk ik naar mooie plekken en maak ik daar zekerheidshalve foto’s van, voor het geval ik daar later een schilderij van wil maken. Ik heb anders leren kijken. Schilderijen zijn altijd een reflectie van degene die ze maakt. Ik ben zelf rustig en dromerig dus zo schilder ik ook.

Je komt uit een enorm muzikale familie, maar zelf zit je niet in de muziekwereld. Je hebt wel aangegeven dat muziek een inspiratiebron voor jouw schilderwerk is. Welke muziek is dat?

Tijdens het schilderen zet ik altijd muziek op. Die is trouwens lang niet altijd van mijn vader (brede lach). Soms is dat muziek van Within Temptation (symphonische metalband, redactie) en dan ga ik helemaal los. Dat heb ik dan soms even nodig. Maar ik luister ook heel graag naar zware klassieke stukken zoals de symfonieën van Gustav Mahler. En ik hou van filmmuziek, bijvoorbeeld van Lord of the Rings of composities van John Barry. Die muziek roept gevoelens op van melancholie, treurnis, vrolijkheid… en die vertaal ik dan in mijn schilderijen.

Hoe ga jij te werk als je begint met een schilderij?

Een blanco canvas krijgt eerst een basiskleur in acryl, bijvoorbeeld zacht roze, zacht geel of zacht bruin zodat het landschap dat er vervolgens op komt harmonisch uit ziet en alles één geheel vormt. Meestal weet ik al precies wat ik wil gaan doen. Vervolgens ga ik in één sessie de lucht schilderen. Dat doe ik met olieverf.

Wanneer is een schilderij af?

Dat is heel moeilijk…(korte stilte). Het is af als ik het hele verhaal verteld heb. Maar eigenlijk is het tegelijkertijd nooit af.

Schilder je op gevoel of op techniek?

Ik schilder vooral op mijn gevoel, mijn intuïtie. Je moet ook schilderen wat je ziet en niet wat je wéét dat je ziet. Dat blijft een spanningsveld.

Wanneer heb jij het goed gedaan als kunstschilder?

Als mensen mijn schilderijen herkennen én waarderen vanwege mijn kwaliteiten als kunstschilder en niet meer als een schilderij van ‘de zoon van…’.

En wat is een echte Marc Rieu?

Een schilderij met een dromerig sfeertje waar nooit mensen op staan. Dat doe ik bewust. We leven in een wereld waarin iedereen bezig lijkt met zijn smartphone. Niemand lijkt de schoonheid van alles om ons heen nog te waarderen, dat probeer ik door mijn schilderijen juist wel te bereiken. Ik wil met mijn landschappen het signaal afgeven om een beetje lief voor elkaar te zijn en niet alles kapot te maken.

Je bent succesvol als schilder. Je exposeert, je verkoopt goed. Maakt het succes je ook gelukkiger als mens?

Het succes voelt goed maar ik word daar niet per se gelukkiger van als mens. Drie jaar geleden heb ik alle schilderijen van mijn expositie verkocht. Toen kwam een Australische dame naar me toe die opmerkte dat ik nu wel erg rijk moest zijn. Ik heb haar toen geantwoord dat ik niet rijk ben omdat ik al mijn schilderijen verkoop. (met stralende ogen) Mijn vrouw en mijn gezonde kinderen, dát is mijn echte rijkdom!

Waar schrijf jij je succes aan toe?

Mijn kritische houding. Ik ben van nature vrij onzeker behalve als ik schilder. Je moet als het ware zeker zijn van je onzekerheid om scherp te blijven en te blijven presteren. Je bent zo goed als je laatste schilderij. Veel mensen vragen me hoe lang ik over een bepaald doek heb gedaan. Dan antwoord ik: ‘Mijn leven lang, eigenlijk.’ Want ik ben me mijn hele leven lang al aan het ontwikkelen en dat blijft ook zo. En misschien heb ik ook wel talent, aanleg of gevoel voor schilderen. Je moet geloven in wat je maakt en je moet authentiek zijn. Dat geldt ook voor mijn vader, het plezier dat hij op de bühne heeft is echt. Dat geldt ook voor mijn schilderijen. Dit is wie ik ben, take it or leave it. Dan ga je wel met de billen bloot maar er is niets mooiers dan jezelf te durven laten zien.

Je bent sinds kort creative consultant bij André Rieu Productions. Wat houdt dat in?

Dat houdt in dat ik teksten schrijf in de breedste zin van het woord. Teksten voor op de cd’s en teksten die mijn vader uitspreekt op het podium. Ik stel ook muziekstukken voor die het orkest kan instuderen. Een tijdje geleden waren er in Duitsland opnames voor een kerst cd. Mijn vader was nog op zoek naar een openingsnummer, maar wilde dit keer eens niet zo’n traditioneel nummer als Stille Nacht. Hij vroeg of ik niet een origineel idee had. Toen heb ik hem de tip gegeven om de openingsmuziek uit zijn favoriete film, Ben Hur, te nemen. Die gaat immers over de geboorte van Christus. Hij vond het meteen een fantastisch idee. Ik kijk heel anders want ik sta er toch iets verder vanaf.

Zie jij je achternaam eerder als een vloek of als een zegen?

Beide eigenlijk. Ik maak er wel dankbaar gebruik van, maar ik heb er ook last van. Zo zou ik een expositie krijgen en de laatste vraag in de voorbereidende fase was toen of mijn vader die zou kunnen komen openen. Dan gaat het niet meer om mijn schilderijen, maar om andere dingen en dan is die achternaam wel eens moeilijk.

Heeft het succes jou als persoon veranderd?

O….dat is een goede vraag (korte stilte). Dat weet ik eigenlijk niet, ik hoop van niet. Ik hoop dat ik nog steeds dezelfde ben als altijd, maar dat zouden anderen misschien beter kunnen beoordelen.

Wat is je grootste persoonlijke succes in je leven?

Ik denk en hoop dat ik een heel goede papa ben voor mijn kinderen (zijn ogen stralen, hele brede glimlach). Dik anderhalf jaar geleden ben ik voor de derde keer vader geworden. Ik hou ontzettend veel van mijn kinderen, als ik een paar dagen voor een expositie hierheen moet komen en mijn kinderen achter moet laten, zit ik echt met een knoop in mijn maag in de auto.

Wat is geluk voor jou?

Een heel fijn gezin hebben. Geluk is gezondheid, blije kinderen en dat doen waar je gelukkig van wordt. Gezondheid is een heel groot goed.

Als je niet was gaan schilderen, wat zou je dan zijn gaan doen?

Schrijven!

Je bent ambassadeur van de stichting ‘Kunst van het Kijken’ die zich inzet voor kunstenaars met een beperking. Waarom vind je het belangrijk dit te steunen?

Ik zeg altijd ‘Schakel je verstand uit en kijk met je hart’. Kunst komt vanuit je gevoel. Ik heb eens gehoord dat er een bezoeker een galerie binnen kwam en helemaal onder de indruk was van een kunstwerk dat daar hing. Toen bleek dat een meneer met een lichamelijke beperking dat werk had gemaakt, vond de bezoeker het ineens niet meer mooi. Daar kan ik heel kwaad om worden. Hendrick Avercamp uit de zeventiende eeuw was doofstom maar toch een geweldige kunstenaar. Helaas is het tot op de dag van vandaag nog steeds nodig om dit soort kunst te promoten. En we hebben bovendien allemaal onze beperkingen, al zie je die soms niet aan de buitenkant.

Geloof jij in iets hogers?

Nee, daar ben ik misschien te nuchter voor. Al is het wel zo dat ik een keertje getwijfeld heb. Zes jaar terug ben ik getrouwd en mijn toenmalige beste vriendin Laura en mijn moeder waren mijn getuigen. Laura was toen net genezen van borstkanker. Zo’n drie weken na de bruiloft liet ze me weten dat de borstkanker terug was en dat het helemaal mis was. Een klein jaar na mijn bruiloft is ze overleden. Toen ik na de uitvaartplechtigheid naar buiten liep kwam er een vlindertje om me heen vliegen en dat was de enige keer dat ik dacht: Is dit toeval of…Ik krijg er weer kippenvel van. Misschien is er dan toch iets, ik weet het niet. Of soms denk je aan iets en dan breekt de zon ineens door de wolken heen. Ik weet het niet maar het zou kunnen…

Als jij naar die mooie onmetelijke sterrenhemel kijkt, wat gaat dan in jou om?

Dan denk ik: we zijn hier niet alleen, wat zijn we toch eigenlijk maar nietig in het onmetelijke universum. Wat ik sowieso niet kan bevatten is dat er iets bestaat waar geen einde aan is. Ik heb ooit sterrenkunde willen studeren maar ik was een echte alfa dus dat ging niet door. Maar als ik nu naar boven kijk denk ik: wat ongelofelijk fascinerend!

Heb je nu nog een droom?

Mijn droom is om het schilderen nog heel lang te kunnen doen. Verhalen vertellen met verf, daar kan ik zoveel in kwijt. Dat hoop ik nog heel lang te kunnen doen in goede gezondheid.

Als je alles over mocht doen, zou je het dan anders doen?

Nee!

Heb jij tenslotte nog een advies voor de lezers van dit interview?

Deze quote van Walt Disney zegt het: ‘If you can dream it, you can do it’. Als je ergens in gelooft, ga er dan helemaal voor want dan zit dat ergens heel diep in je. En haal alles uit wat erin zit, doe er alles voor maar hou daarbij wel rekening met anderen. Probeer altijd te blijven geloven in jezelf, dan zit je in de kern. En in die kern zit de waarheid en die moet eruit.

© Pascale Bruinen

 

 

 

 

 

 

 

 

DRIJFVEREN: interview met kunstschilder Chrit Rousseau

In het kader van een reeks interviews getiteld “DRIJFVEREN”, interview ik succesvolle vrouwen en mannen over hun heilige vuur. Wat drijft deze bijzondere mensen eigenlijk, diep van binnen? Waar vinden zij dat het om draait in het leven? Aan welke factoren schrijven zij hun succes toe? En heeft het succes hen ook gelukkiger gemaakt?

Petrus Johannes Christiaan Rousseau – roepnaam Chrit – werd geboren op 2 april 1941 in Maastricht. Deze begaafde, zeer succesvolle kunstschilder en bourgondische levensgenieter houdt van reizen en is al 53 jaar gelukkig getrouwd met zijn Fietje. Op een mooie vroege voorjaarsdag ben ik op weg naar een prachtige oude boerderij annex atelier in een landelijke buitenwijk van Maastricht. Daar spreek ik dit Maastrichtse artistieke icoon over doorzettingsvermogen, vrijheid en een bijna dood ervaring.

Foto: Peter Schrijen

 

‘Geluk is je leven leven, zoals je leven je lief is.’

 

Wanneer wist u dat u wilde schilderen?

Dat wist ik al heel vroeg, toen ik een jaar of zeven was. Mijn eerste tekenles had ik van Dolf Snel, dat was een buurjongen van de Mergelweg. Hij liet me iets zien – een liggende acht met een M daar bovenop, dan heb je een cowboyhoed (hij schetst het meteen voor me, redactie). Toen ik iets ouder was, moest mijn moeder naar een rustoord. Toen mocht ik met een van mijn broers intrekken bij mw. Postmes. Zij was de weduwe van de directeur van de Kunstnijverheidsschool. Wij logeerden daar in een hele grote kamer die volhing met schilderijen, daar keek ik iedere avond vol aandacht naar. Er was ook een atelier dat had toebehoord aan haar man, met beelden en dergelijke. Ik vond dat allemaal machtig interessant. Toen dacht ik al: ik wil kunstschilder worden. Als jonge jongen knutselde ik graag. Ik deed aan figuurzagen en die vormen beschilderde ik vervolgens. Mijn eerste schilderij heb ik gemaakt toen ik 12 jaar oud was, op een stukje triplex.

Wat was de reactie van uw ouders toen u aangaf dat u kunstschilder wilde worden?

Mijn vader zei: ‘Doe normaal, leer een vak! Als kunstschilder kun je toch geen geld verdienen?’. Voor mij was dit een extra motivatie om succesvol te worden, om hem te laten zien dat dit wél mogelijk was. Uiteindelijk mocht ik naar de kunstacademie, mits ik daar een vak ging leren. Dat was ‘Publiciteit en grafische vakken’, daar heb ik ook een diploma van. Toen was ik dus reclame-ontwerper. Ik heb elf jaar verpakkingen ontworpen bij Wesly. Maar na een half jaar achter zo’n grote tekentafel dacht ik al: ‘Hier word ik geen 65!’ Altijd dingen maken die anderen mooi vinden maar waar ik zelf niet achter sta, dan zou ik gek zijn geworden of dood zijn gegaan.

Wat heeft u toen gedaan?

Ik ben terug gegaan naar de directeur van de kunstacademie om kunstschilder te worden. Het eerste dat hij me toen te doen gaf, was een jaar lang alleen maar naakttekeningen maken. Toen ik vijf minuten bezig was met dat modeltekenen, dacht ik: ‘Dit had ik nooit moeten doen!’ want ik vond het erg lastig. Iedere tekening moest binnen tien minuten af zijn. Maar ik heb het toch volgehouden en ik kan nu zeggen dat ik kan tekenen. Dat is toch de basis van het kunstschilderen. Ik kan aan een schilderij zien of de maker ervan kan tekenen. Ik heb geleerd om op een bepaalde manier te kijken.

Is schilderen niet een gave?

Een gave….(zwijgt even). Of talent? Mijn talent was mijn wil. Die wil heb ik ontwikkeld omdat ik het zevende kind van elf kinderen was binnen het gezin Rousseau. Ik ben opgevoed door mijn broers en zussen want mijn moeder was altijd bezig. Zij was heel inventief en creatief, die eigenschappen heb ik echt van haar.

Heeft die ijzeren wil een rol gespeeld bij het bereiken van uw droom?

Ik had de insteek: Als het niet op deze manier lukt, dan lukt het wel op andere wijze. Ik wist wat ik wilde: vrij kunstenaar zijn om te maken wat ík mooi vond. Vrijheid. Maar het is toch wel een strijd geweest om fulltime kunstenaar te kunnen worden. Ik ben ook een tijdje overspannen geweest. Nadat ik bij Wesly was weggegaan, ben ik creatief groepsleider voor lichamelijk gehandicapten geworden. Sommigen hadden afasie (taalstoornis door hersenletsel, redactie) en konden niet praten. Ik nam die ellende mee naar huis en kon dat niet van me afzetten. Maar dat heeft me wel nog meer gesterkt om mijn droom te bereiken.

Hoe zag uw eerste schilderwerk er uit?

Op de kunstacademie schilderde men kleurloos, dat was toen gangbaar. Ik vond dat niks want ik was positief ingesteld en moest kleur hebben. Toen ben ik van de ene op de andere dag niet meer naar de kunstacademie gegaan. In die tijd ben ik de Maastrichtse carnaval gaan schilderen, want wat is kleurrijker dan dat? Ik vond het geweldig. Toen werden clowns ook mijn schilderobjecten.

Clowns zijn een belangrijk thema binnen uw werk. Vanwaar die fascinatie voor clowns?

Als kind had ik compassie met de clowns in het circus want er lukte niets en iedereen lachte hen uit. Sindsdien heb ik een zwak voor de clown, voor zijn emoties, de lach en de traan. Dat vond ik fantastisch. Dit schilderij (hij wijst op een groot doek van een bange clown aan de muur van de woonkamer, redactie) heb ik gemaakt naar aanleiding van mijn angst voor een open hartoperatie die ik in 2004 moest ondergaan. Een week voor de operatie heb ik dit schilderij gemaakt, het is een zelfportret. Want angst is een emotie en emotie is voor mij een zelfportret. Toen ik zeventig werd, heb ik zeventig emoties geschilderd. Dus zeventig zelfportretten.

Hoe gaat u te werk bij het maken van een schilderij?

Tijdens mijn reizen maak ik overdag schetsen en tekeningen van wat ik heb gezien. ’s Avonds schrijf ik daar mijn indrukken bij, allemaal in Maastrichts dialect. Uit die tekeningen haal ik dan later mijn inspiratie voor een schilderij. Maar het kunnen ook boeken, films of beelden op televisie zijn waardoor ik word geraakt. Soms heb ik een goede ingeving ’s nachts, die noteer ik dan.

Wanneer bent u tevreden met iets dat u gemaakt heeft?

Als ik mijn naam eronder zet.

En wanneer is het echt af?

Iedere vierkante centimeter van een schilderij moet boeiend zijn. Als ik vind dat er ergens nog iets niet goed is, signeer ik niet. Dan moet ik soms nog even afstand ervan nemen. Ik ben meestal sowieso met tien tot vijftien schilderijen tegelijk bezig.

Wilt u dat uw schilderijen bij mensen iets losmaken?

Ja, dat wil ik zeker. Tijdens de tentoonstelling ter gelegenheid van mijn 60e verjaardag zag ik op een gegeven moment een man staan die aan het huilen was. Een boom van een kerel. Ik ging naar hem toe en vroeg hem ‘Meneer, is er iets?’. Hij antwoordde ‘Meneer, wat dit met mij doet, dat kunt u zich niet voorstellen!’ Ik vond dat ongelofelijk. Ik beschouw dat als het grootste en mooiste compliment. Dat is ook een van mijn drives om te schilderen, zoiets aan emoties bij mensen losmaken. Dat maakt mij rijker.

Speelt intuïtie ook een rol bij uw schilderwerk?

Ik schilder op gevoel. Mijn werk beredeneer ik niet, dat komt uit het hart. Het is zuiver mijn emotie. Dat maakt mijn werk ook zo herkenbaar.

Wat is een echte Rousseau?

Dit hier (wijst op een ander groot schilderij aan de muur vol kleuren, redactie). Op de eerste plaats: emotie. Op de tweede plaats: kleur. Hier zit puur rood, puur blauw en puur geel in. Vroeger schilderde ik in zachte pasteltinten met meer afgebakende vormen. Maar dat heb ik echt losgelaten.

Uw reizen zijn ook een grote inspiratiebron voor uw schilderijen. Vreemde culturen lijken u enorm te boeien?

Ja. Dat is begonnen in 1991, toen heb ik een maand in Brazilië rondgereisd. Daar heb ik voor de eerste keer getekend wat ik her en der zag. In 1996 kreeg ik thuis bezoek van een Mexicaanse schilder die me uitnodigde om in zijn thuisland zijn atelier te bezoeken. Ook daar heb ik rondgetrokken en ik vond dat fantastisch. Mijn blik verruimen. Twee jaar later ben ik een maand naar Tibet gegaan. Daar heb ik veel tekeningen gemaakt. Toen ik terugkwam heb ik drie maanden niet over mijn overweldigende ervaringen in dat land kunnen spreken. Dat was zo emotioneel voor mij, wat ik daar allemaal gezien en meegemaakt heb… Pas toen ik na drie maanden thuis de documentaire ‘Die Salzmänner von Tibet’ op televisie zag, kon ik erover praten. Op dat moment ben ik ook taferelen van Tibet gaan schilderen. Dat eerste schilderij daarvan hangt nog achter in mijn atelier (een enorm doek waar de intense kleuren van afspatten en de vormen van een jak – een langharig rund uit de hooggebergten van Tibet en Nepal – op te herkennen zijn, redactie). Dat zal ik nooit verkopen. De mensen, de emoties, de culturen. Die spreken me het meeste aan.

U bent ontzettend succesvol als schilder. Uw schilderijen zijn zeer gewild, u heeft geëxposeerd. Hoe voelt dat?

Ja, hoe voelt dat? Het is vleiend, natuurlijk. Het is precies zoals ik het me had voorgesteld.

Heeft het succes u gelukkiger gemaakt?

Gelukkiger? (denkt even na). Ik leef mijn leven zoals mijn leven me lief is. Dat is een van mijn spreuken. Ik koester mijn vrijheid en hoef aan niemand concessies te doen. Ik bepaal zelf hoe en wat ik schilder. Dat maakt me gelukkig.

Heeft u hulp gehad om zover te komen?

In 1991, toen ik 50 werd, had ik een tentoonstelling in de Dominicanerkerk. Dat is mede gelukt dankzij mijn mecenas, een man die mijn schilderwerk zo mooi vond dat hij mij met alles heeft geholpen. In 2001 ter gelegenheid van mijn 60e verjaardag vond er op dezelfde locatie nogmaals een expositie plaats, getiteld ‘Een schilder op reis’. Hij heeft er toen met een comité voor gezorgd dat dit gesponsord werd en er een enorme happening van gemaakt. Als kunstenaar droom je ervan om zo iemand te hebben die je tot steun is, zowel financieel als anderszins. Het is een kwestie van geluk om de juiste mensen te vinden, maar de juiste mensen moeten wel jouw werk interessant vinden. Daarnaast heb ik een partner (Fietje, zijn echtgenote, redactie) aan wie ik veel te danken heb, die volledig achter mij staat en een geweldige gastvrouw is. Zij regelt de financiën, ik hoef alleen maar te schilderen.

Heeft het succes u ook veranderd als persoon?

Nou dat hoop ik niet. Het heeft er in ieder geval voor gezorgd dat ik een enorme ontwikkeling heb doorgemaakt. Ik heb kunnen reizen, ik ben in Libië, Nepal, India, Guatemala, Brazilië, Mexico, Kenia, Rwanda en heel Europa geweest. Dat maakt je rijker als persoon.

Wat is uw grootste persoonlijke succes?

Mijn tentoonstelling in 2001.

Aan welke factoren schrijft u uw succes toe?

Mijn doorzettingsvermogen. Ik wist wat ik wilde en ik had maar één doel voor ogen: vrij kunstenaar zijn. Ik wilde ook per se bewijzen dat ik het kon. Zo werd mij vroeger eens gevraagd wat ik echt wilde doen en dan antwoordde ik ‘Kunstschilder’. ‘Ah,’ zei men dan, ‘dat wil iedereen!’. ‘Ja’, zei ik dan, ‘maar ik kan het!’ Toen ik nog schilderlessen gaf, waren er leerlingen die bij een opdracht zeiden: ‘Chrit, dat kan ik niet.’ En dan zei ik: ‘Bewijs me dat eens, dat je dat niet kunt?’ Zo roep je bepaalde krachten op die je ver kunnen brengen. En als het me niet op de ene manier lukte, zocht ik wel een andere weg om toch te krijgen wat ik wilde.’

Als u deze carrière niet had gehad, wat had u dan willen worden?

(Kordaat) Musicus! Pianist. Ik had ook een heel mooie stem vroeger, ik moest altijd voorzingen in het zangkoor. Ik kan wel geen noot lezen, maar heb een goed muzikaal gehoor.

Wat is geluk voor u?

Mijn leven leven zoals mijn leven mij lief is. Schilderen. Mijn relatie met mijn vrouw, onze kinderen en kleinkinderen. Dat is heel belangrijk, dat is geluk. We hebben een fantastisch gezin. De kleine dingen van het leven, dat is rijkdom. Rijkdom is niet het hebben van geld. Geld op zichzelf boeit mij niet, het dient er voor mij puur toe om te kunnen doen wat ik wil.

Als u zichzelf zou moeten omschrijven, hoe zou u dat dan doen?

(Korte stilte). Een gelukkig mens. Dat is het eerste dat in mij op komt. Ik heb veel geluk gehad in mijn leven. Geluk komt niet vanzelf, daar moet je aan werken.

Gelooft u in iets hogers?

In 2004 heb ik een bijna dood ervaring gehad. Vijf dagen nadat ik aan mijn hart werd geopereerd, werd het me zwart voor de ogen en ben ik omgevallen. Ik ben toen gereanimeerd maar toen ik bijkwam, was ik heel erg boos. Het was zo mooi daarboven dat ik daar had willen blijven. Ik schreeuwde naar de dokters ‘Laat me!’ Tijdens die ervaring kwam ik in een prachtige ruimte met wondermooie muziek en schitterende kleuren, kleuren zoals ik die nog nooit ergens had gezien. Uiteindelijk was ik toch wel blij dat ik terug was (glimlacht). Ik heb hier heel weinig met anderen over gesproken en ook nooit geprobeerd om te schilderen wat ik heb gezien. Maar deze hele ervaring heeft me wel ervan overtuigd dat er meer is dan alleen het aardse.

Als u naar die onmetelijke sterrenhemel kijkt, wat gaat er dan in u om?

Ik heb dat gezien in de Sahara, in Libië. Ik heb toen een maand rondgereisd met touaregs. Als we ’s avonds bij het kampvuur zaten, keken we naar de hemel. Dat was machtig mooi. Toen voelde ik vrijheid en geluk.

Heeft u nu nog een droom?

Ik ben een tevreden mens. Maar ik heb nog één wens en dat is om naar Bhutan te gaan. Waarschijnlijk gaat dat dit jaar nog gebeuren.

Ter gelegenheid van uw 70e verjaardag heeft u 70 zelfportretten gemaakt. Vorig jaar zomer, als cadeau voor uw 75e verjaardag, heeft u in Maastricht de tentoonstelling ‘Thuiskomen’ gehad, samen met de dichter Frans Budé. Wat gaat er gebeuren als u 80 wordt?

Dat weet ik nog niet. Er staat wel nog iets op stapel later dit jaar maar daar kan ik nu nog niets over naar buiten brengen.

Als u alles over mocht doen, zou u het dan anders doen?

Nee, ik zou mijn weg weer precies hetzelfde uitstippelen. Al heb ik mijn pad wel even moeten zoeken om vrij kunstenaar te kunnen worden.

Tot slot. Welk advies heeft u voor de lezers van dit interview?

Zorg dat je tevreden bent met wat je hebt. Leef je leven zoals jij dat wilt, zoals jouw leven je lief is. Blijf jezelf, durf je eigen weg te gaan en heb respect voor anderen.

 

© Pascale Bruinen