Kranten en tijdschriften

11 mei 2018

Jaaaaa! De Marie Claire is uit! Hierbij het interview, waarbij overigens het citaat ‘Ik ben wel eens woedend’ ten onrechte zou kunnen leiden tot de conclusie dat Pascale anger management issues heeft :-). In de tekst staat namelijk nog het woordje ‘geweest’ erachter omdat dit ging over een zeer ernstige zedenzaak die ze in het kader van haar  vroegere werk als officier van justitie heedt gedaan. Het is maar dat jullie de juiste context kennen…:-)) Veel leesplezier!
12 april 2018

Vandaag heeft Pascale de lang verwachte fotoshoot gehad van het tijdschrift Marie Claire! Lees hier haar ervaringen:

‘Dankzij het fantastische team bestaande uit modefotograaf Suzanne Rensink, producer Gina Pesulima, visagiste Maaike Beijer en styliste Famke Mesman werd het een geweldige dag en zijn de foto’s goed gelukt. Deze vier dames verstaan niet alleen uitstekend hun vak, maar zijn ook heel aardige en warme persoonlijkheden bij wie ik me meteen op mijn gemak voelde. Vandaar ook dat de shoot in een dik kwartier was gepiept en ik – helaas – het mooie crèmekleurige pak al snel weer moest teruggeven. Maar niet getreurd, ik vond het zo mooi dat ik het erna zelf heb gekocht :-). Minder treurig was ik toen de schoenen weer uit mochten; ik kon er namelijk niet echt op lopen …(zie foto beneden, die boekdelen spreekt). Medio mei ligt de Marie Claire met daarin het artikel over vier sterke vrouwen (naast mij werden nog een strafadvocate, een politierechter en een zedenrechercheur geportretteerd) in de winkel! Wordt dus vervolgd.’ 

6 april 2018

De Limburger heeft Pascale’s ingezonden stuk ‘Aandacht is het nieuwe goud’ gepubliceerd. Blijkens de vele reacties op dit stuk vinden lezers dit onderwerp, dat gaat over het (dreigende) gebrek aan persoonlijke verbinding in ons digitale tijdperk, zeer herkenbaar.

24 februari 2018

Het interview in de rubriek ‘Opstaan met….’ van De Limburger is vandaag verschenen. Met dank aan Ivar Hoekstra voor de tekst en Harry Heuts voor de foto! Mooi sfeerplaatje compleet met uilenbroek…

9 februari 2018

Pascale heeft net een interview en fotoshoot achter de rug voor dagblad De Limburger in de Rubriek ‘Opstaan met….’, vandaar dat ze in pyjama aan tafel zit :-). Met dank aan journalist Ivar Hoekstra en fotograaf Harry Heuts!

24 november 2016

Vandaag is de Mijn Geheim special over wonderen verschenen met daarin een interview over Pascale’s transformatieproces dat ze doormaakte na de dood van haar vader zoals beschreven in ‘Het Jaar van de Uil’.

img_3309img_3312img_3313img_3314

23 november 2016

Uit Nieuwsbrief van ZijSpreekt, het sprekersbureau van Marga Miltenburg:

schermafbeelding-2016-11-24-om-22-05-30

21 november 2016

In Chapeau Magazine nummer 6 (december 2016/januari 2017) wordt aandacht besteed aan ‘Het Jaar van de Uil’, inclusief een passage uit het eerste hoofdstuk.

schermafbeelding-2016-11-24-om-15-12-29

29 oktober 2016

Vandaag staat een interview met Pascale in de weekendbijlage, L-magazine, van De Limburger. Veel dank aan journalist Kim Noach en fotograaf Roy Wanders.

img_3044img_3052img_3051

5 januari 2016

Interview in het Algemeen Dagblad door: Sander van Mersbergen. Foto: Annemiek Mommers. INTERVIEW | Pascale Bruinen (51), schrijver/columnist/blogger/spreker

Pascale Bruinen: ‘Het ergste wat er kan gebeuren, is dat het mislukt. En dat is dan maar zo.’ Officier van justitie geeft haar baan op om te gaan schrijven

‘Alles waar je ogen van gaan sprankelen, moet je doen’

AD-columniste Pascale Bruinen staat voor een opmerkelijke levenswending. Na 18 jaar officier van justitie te zijn geweest – bepaald geen verkeerde baan – wordt ze schrijfster. Tenminste, dat is het plan. ‘Ik word hier zó absurd gelukkig van!’

Het voelt alsof ze ondanks een gelukkig huwelijk verliefd is geworden op een andere man. Pascale Bruinen (51) was 18 jaar lang officier van justitie bij het Openbaar Ministerie in Limburg. Een prachtige baan, een functie met status. Ze deed grote zaken, had mooie portefeuilles. Maar dat zeurende gevoel diep vanbinnen…
De Maastrichtse kon zich er niet aan ontworstelen. Een aantal jaar geleden begon ze met schrijven, columns vooral, ook voor deze krant, en ze raakte eraan verslingerd. Had geen besef van tijd als ze er mee bezig was. Het ene moment was het 14.00 uur, de volgende keer dat ze op de klok keek 18.30 uur.

Om maar te zwijgen van de reacties van mensen op haar pennenvruchten. ,,Daar werd ik zó absurd gelukkig van!” Steeds vaker bekroop haar de gedachte: zal ik er mijn beroep van maken? ,,Het zweet brak me uit als ik eraan dacht. Nee, dat kan niet, zei ik dan.” Maar op een gegeven moment was er geen ontkomen meer aan.

Dus staat er sinds 1 januari geen officier van justitie, maar schrijver/columnist/blogger/ spreker op haar visitekaartje. Omdat ze de columns in het AD als officier schreef, stopt ze daar ook mee. Het wordt écht een nieuw begin. Het ergste wat er kan gebeuren, is dat het mislukt. En dat is dan maar zo. ,,Ik zou het mezelf nooit vergeven als ik dit liet passeren.” Als columniste probeerde Bruinen altijd te laten zien dat een officier ook iemand is met emoties. Met twijfel ook, gewoon een mens als alle anderen dus. Ze zag bij Pauw altijd wel de vertrouwde rits strafrechtadvocaten hun kant van het verhaal doen (‘dan zit ik echt tandenknarsend op de bank’) en miste de uitleg vanuit justitie.

Dat ook een officier van justitie gevoel legt in een strafeis, is iets wat de buitenwereld vol- gens haar moet weten, iets waar ze ook trots op is. ,,Je staat daar namens de maatschappij en moet dus ook rekening houden met het gevoel van rechtvaardigheid dat daar leeft. Op een professionele manier natuurlijk, niet door te gaan huilen of schreeuwen, maar door te proberen iets te bewerkstelligen. Ik heb me daarom altijd nadrukkelijk tot de verdachte gewend, om hem aan te spreken op zijn daden en de gevolgen daarvan. Bij velen glijdt dat meteen van de schouders af, maar bij sommigen komt het binnen. Dat zie je gewoon, aan hun lichaamshouding.”

Het is precies dit wat ze ook met de rest van haar leven wil gaan doen: mensen inspireren, tot veranderingen aanzetten. Als schrijfster, maar desnoods ook als een soort lifecoach. ,,Als officier van justitie heb je een heel mooie taak, maar je zit wel aan het eind van het tra- ject. Je komt in beeld als het al fout is gegaan. Ik wil meer aan het begin zitten, dáár mensen inspireren.”

Zelf dient ze daarbij meteen als lichtend voorbeeld. ,,Wat ik zeker wil gaan propageren, is de parallelle carrière. Zet een stap, door volkomen risicoloos naast je bestaande baan iets anders te gaan doen. En inderdaad, dan werk je je het schompes. Maar het is wel leuk! Ik hoor zo vaak mensen zeggen dat ze iets anders willen. Dan willen ze vrachtwagenchauffeur worden, maar doen ze het niet omdat ze dan hun hypotheek niet meer kunnen betalen. Maar dat is zo zonde. Alles waar je ogen van gaan sprankelen, moet je doen.”

Klik hier voor het originele artikel ‘Alles waar je ogen van gaan sprankelen, moet je doen’: pascale

Interview van 28 november 2015 in het NRC, onder de rubriek “Levenslessen”.

LEVENSLESSEN

‘Ik had te lang te veel vreselijks gezien’

Pascale Bruinen (51) is officier van justitie en auteur van Mijn eerste lijk is gelukkig vers.

Door Brenda van Osch. Foto Maurice Boyer

Geboren 11 februari 1964 in Kerkrade Opleiding: atheneum, studie Nederlands recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, beroepsopleiding advocatuur. Loopbaan: advocaat bij Advocatenkantoor Snijders te Swalmen (1991-1993), Duynstee Dahmen & Partners (1993-1995) en Fens, Bakker en Hermans Advocaten (1995-1998), sinds 1998 officier van justitie bij het Parket Limburg, lange tijd portefeuilles huiselijk geweld, slachtofferzorg en zeden, nu belast met opleiden jonge officieren Schrijver blog op www.coolcolumns.com, columnist Algemeen Dagblad, boek Mijn eerste lijk is gelukkig vers (januari 2015) Privé woont samen, zoon (21), dochter (20) en stiefzoon (19)

Perspectief

„Ik ben een nakomertje, kwam elf jaar na mijn jongste zus. Toch ben ik heel beschermd opgevoed, moest tot mijn zestiende wachten voor ik uit mocht en werd om elf uur al opgehaald. Thuis kwam veel bezoek en iedere zondag puilde het huis uit van mijn zussen met aanhang. Mijn moeder kon geweldig koken. Ik luisterde geboeid naar de gesprek- ken, over de oliecrisis, over politiek. Er werd ook veel flauwekul gemaakt, woord- spelingen, scherpe humor. Juist die combinatie vond ik heerlijk. Thuis was een warme en geborgen omgeving, bij mijn vriendinnen ook. Ik had toen niet de notie dat het elders heel anders kon zijn.”

Affiniteit

„Als advocaat deed ik veel letselschadezaken, maar ik vond het getouwtrek om geld weinig uitdagend. Bij het Openbaar Ministerie hoopte ik meer te kunnen betekenen voor slachtof- fers. Ik had destijds kleine kinderen, zedenzaken leken me te zwaar. Gek genoeg vond ik juist daar voldoening in. Het is fijn om op te komen voor mensen die zo worden aangetast in hun persoonlijke integriteit, te zorgen dat ze zich gehoord en geloofd voelen. Zodat zeker kinderen de schuld kunnen neerleggen bij de volwassen pleger. Ook ge- weldszaken raken me. Mijn man knuffelt me als ik thuiskom, er zijn mannen die dan hun riem afdoen.”

Dilemma

„De impact van mijn beslissingen kan enorm zijn. Op het slachtoffer, maar ook op de verdachte. Bij een serieus vermoeden van seksueel misbruik kan ik moeilijk zeggen: we gaan eerst een half jaar observeren. Niet ingrijpen kan niet, dat betekent dat de politie komt voorrijden. Met het risico dat je iemands leven misschien ten onrechte ruïneert. Want soms klopt de informatie niet, bijvoorbeeld als sprake is van een valse aangifte. Dan blijkt achteraf dat iemand onterecht als verdachte is aangemerkt, maar de schade is al berokkend. Buren en vrienden denken: waar rook is, is vuur. Dat besef benauwt me soms.”

Weerslag

„Ik kon goed omgaan met alle ellende, dacht ik, maar uiteindelijk heeft het zich toch opgestapeld. Ik deed drie jaar lang themazittingen huiselijk geweld, twaalf tot veertien zaken op een dag. Nadat een vermeende dader zijn ex-vriendin ver- wondde en zelfmoord pleegde, moest ik als portefeuillehouder uitleggen hoe dit had kunnen gebeuren. Vanaf dat moment voelde ik de verantwoordelijkheid drukken. Er gaat achter de voordeur iets mis, en dan kijken ze naar mij! De emmer was vol, ik had te lang te veel vreselijks gezien. Onlangs was ik op een bijeenkomst over secundaire traumatisering, daar her- kende ik zo veel.”

Confrontatie

„Ik ging onderuit toen mijn vader kort daarop overleed. De ellende van anderen en mijn eigen rauwe verdriet gingen niet samen. Ik voelde de druk om door te gaan, hij was negentig, dan overlijden mensen nu eenmaal, maar het verdriet steeg en steeg. Een vraag van de huisarts zette de sluizen open. Toen er eenmaal tijd was om te rouwen kwam alles eruit. Ik ben rock bottom gegaan. Heel akelig en confronterend. Maar beetje bij beetje ver- dween het verdriet uit mijn systeem. Het leerde me dat het loont om mijn gevoel toe te laten. Het besef dat ik zo’n groot verdriet kan verwerken, is een troost.”

Openstellen

„Voor een boegbeeld van het Openbaar Ministerie is het ongebruikelijk zich per- soonlijk te uiten of emoties te laten zien. Het schrijven heeft me stukje bij beetje geopend. Ik had behoefte aan een creatieve uitlaatklep, als tegenwicht denk ik. Eind 2011 schreef ik mijn eerste blog, een enorme stap, heel eng, want ieder- een kon het lezen. Het voelt alsof ik door het schrijven en de rouw ben afgepeld, ontdaan van alle sociaal wenselijke tralala. De kern is overgebleven, iemand die verbinding nodig heeft en openheid zoekt. Sindsdien ontmoet ik andere mensen en voer andere gesprekken, zo lijkt het. Een bonus.”

Wens

„De laatste tijd realiseer ik me: we doen prachtig werk, maar helemaal achteraan in de lijn, als het leed al is geschied. Ik zou me graag inzetten om ellende te voorkomen, te helpen voordat mensen elkaar iets aandoen. Ik heb nog niet concreet voor ogen hoe, maar het moet gaan over bewustwording en het weerbaar maken van kinderen. Veel slachtoffers hebben geen idee waar de grens ligt, wat normaal gedrag is en wat niet. Mede daarom kan geweld of misbruik vaak lang doorgaan. Daar is heel veel te winnen.”

Klik hier voor de originele tekst van ‘Levenslessen’: Bruinen

Interview “Mijn Geheim”, 27 oktober 2015

‘IK BEN GEEN KOUWE KIKKER’

In haar boek ‘Mijn eerste lijk is gelukkig vers’ biedt Pascale Bruinen (51) een uniek inkijkje in haar leven en haar werk als officier van justitie. “Soms kan ik me voorstellen dat iemand een bepaald feit pleegt in een roes van woede of jaloezie, maar er zijn ook dingen die mijn inlevingsvermogen te boven gaan.”

Tekst: Miranda Birney Fotografie: Jaap Lotstra

Bij een officier van justitie stel ik me een streng uitziende persoon voor, maar jij ziet er heel vlot en charmant uit. Heeft dat invloed op de rechtsgang?

Dat verrassingseffect is soms grappig. Ik heb wel meegemaakt dat enkele beroemde advocaten de rechtszaal binnenkwamen en dat ik zag dat ze mij taxeerden en dachten: ach, een blonde troela uit de provincie. Het is dan heel leuk en spannend om ze met iets te kunnen vastzetten. Maar mijn uiterlijk levert mij geen hogere score veroordelingen op. Dat zou ook schandalig zijn.

Welke eigenschappen heb jij die belangrijk zijn voor een officier van justitie?

Ik heb een groot rechtvaardigheidsgevoel en ben vasthoudend. Als ik het idee heb dat iets niet klopt, dan wil ik daar heel graag voor gaan. Als officier moet ik ook besluitvaardig zijn, want er wordt van mij verlangd dat ik snel tot de kern van het verhaal kom en dan de knoop doorhak. Je ziet heel veel leed in dit vak en daarom moet je incasseringsvermogen hebben en ook wel een hardere kant kunnen laten zien. Ik kan niet met elk slachtoffer gaan meehuilen. Of met een verdachte, want ook zij hebben soms heel schrijnende verhalen. Maar ik heb ook een kant die veel empathie herbergt en daar heb ik in mijn werk veel aan gehad. Verder moet je ertegen kunnen dat het werk nooit af is. Je neemt veel werk mee naar huis en hebt bereikbaarheidsdiensten, ook ’s nachts.

Hoe was dat voor je gezin?

Toen ik officier van justitie werd, waren de kinderen drie en vier jaar oud. Mijn toenmalige man ging minder werken, maar het was toch een heftige tijd. Ik moest ingewerkt worden, kennis inhalen en cursussen volgen. En dan dat gezin achterlaten…

Voelde je je schuldig?

Soms wel. We hadden het allemaal goed geregeld voor de kinderen en je probeert al die bordjes in de lucht te houden, maar een dag heeft maar vierentwintig uur. Vaak kwam ik moe thuis met een vol hoofd en dan moest er gekookt en gegeten worden en wilde ik de kinderen nog voorlezen bij het naar bed brengen. En dan rinkelde die telefoon weer. Twee jaar later ben ik gescheiden en kreeg ik een nieuwe partner, die een zoontje had. Vanaf dat moment kreeg ik te maken met twee ex-partners, twee omgangsregelingen en een samengesteld gezin. Ik vond het belangrijk dat we er allebei voldoende voor de kinderen konden zijn, maar dat betekende wel dat ik alle zeilen moest bijzetten. De laatste jaren zijn er meer vrouwelijke leidinggevenden bij het Openbaar Ministerie gekomen en is er iets meer aandacht voor de balans tussen werk en de thuissituatie.

‘Dit werk heeft me wel veranderd. Ik ben een stukje onbevangenheid kwijtgeraakt’

Je komt in aanraking met de meest afschuwelijke dingen. Hoe laat je dat los?

Ik werd portefeuillehouder zedenzaken en huiselijk geweld. Al het leed dat ik zag, kon ik loslaten door er thuis over te praten. Mijn man is politieman en zit nog veel dichter – fysiek ook – op die ellende dan ik. Ik heb een warm thuisfront, wat in schril contrast staat met gezinnen waarin kinderen misbruikt of mishandeld worden. Dat maakt mij extra dankbaar voor wat ik heb. Op het werk kun je op het einde van de dag even bij collega’s binnenwippen en zij begrijpen je als geen ander. Sommige zaken blijven een tijdje bij je, maar ik heb er nooit echt wakker van gelegen. Dat klinkt heel cru, terwijl ik er heel veel empathie in heb liggen. Dat vind ik zelf ook wonderlijk.

Je komt zelf uit een veilig nest. Kun je je voldoende inleven in die andere wereld?

Soms kan ik me voorstellen dat iemand een bepaald feit pleegt in een roes van woede of jaloezie, maar er zijn ook dingen die mijn inlevingsvermogen te boven gaan. Ik snap bijvoorbeeld niet dat hele volksstammen aan de drugs gaan. Dat je op een feest een handvol pillen koopt van een crimineel en die ook nog doorslikt zonder dat je weet wat er precies in zit. Ik ben weleens in huizen geweest waarvan ik dacht: hoe is het mogelijk dat hier mensen met kinderen leven? In het begin liep ik mee met een groot onderzoek en toen bleken er in een bepaald gebied rond de pleegdatum van een ernstig feit bijna alleen maar pedofielen te hebben gezeten. Dan denk je: mijn god, werkt dat zo?

Toen je besloot om officier van justitie te worden, schreef je: Mijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Is die verwachting uitgekomen?

Ja, dit werk heeft mij toch wel veranderd. Ik had ruim zeven jaar als letselschadeadvocaat gewerkt, maar wat zich precies op het vlak van criminaliteit afspeelde, dat wist ik niet. Zaken als inbraak, geweld en kindermisbruik werden dagelijkse kost voor me. Ik heb gezien wat mensen elkaar kunnen aandoen en ben daardoor een stukje onbevangenheid kwijtgeraakt.

Vind je dat vervelend?

Eerlijk gezegd wel. Omdat het onherstelbaar is. Als je iets eenmaal weet, kun je niet meer doen alsof je het niet weet.

Had het invloed op jou als moeder?

Ik denk dat het voor mijn kinderen niet altijd leuk was om een officier van justitie als moeder te hebben en een politieman als stiefvader. Als ze bijvoorbeeld naar een bepaalde discotheek of een concert wilden, dan waren wij precies op de hoogte van wat zich op die locaties had afgespeeld of wat er nog steeds speelde. Ook bij het gebruik van internet of als ze meegingen op schoolkamp, vond ik het soms moeilijk om niet meteen de associatie te leggen met zedenmisdrijven. Ik moest steeds goed nadenken: ik wilde ze leuke dingen bieden, maar tegelijkertijd de risico’s beperken, door ze bijvoorbeeld niet alleen naar huis te laten gaan. Je kunt ze niet opsluiten. En ik realiseer me natuurlijk ook dat het overgrote deel van de mensen niet crimineel is.

Wanneer begon je met schrijven?

Vier jaar geleden. Ik had een mooie baan, een fijne man en kinderen, maar toch miste ik iets. Ik las een keer een column in een krant die mij raakte en dacht: dat wil ik ook! Ik ben een aantal schrijfcursussen gaan volgen. Daar zat ik tussen heel andere mensen dan normaal. Dat had ik echt nodig. Een medecursiste had een blog en dat leek me fantastisch. Toen ben ik ook een blog begonnen, al was dat voor mij een enorme stap. Het is voor de lezer misschien moeilijk te begrijpen, maar voor iemand met mijn functie is het heel lastig om zich te uiten, zeker in het openbaar. Wat dat betreft was ik erg gesloten, maar daar voelde ik me helemaal niet happy bij, omdat het eigenlijk niet is zoals ik ben. Door het schrijven keerde ik als het ware terug naar mezelf. Schrijven is voor mij een noodzakelijke uitlaatklep geworden.

Na een jaar ging je voor het Algemeen Dagblad columns schrijven over je werk. Mocht dat zomaar?

Ik maak deel uit van een hiërarchische organisatie en moet daar inderdaad erg voorzichtig en terughoudend in zijn. Daarom heb ik het toen zelf aangezwengeld bij Herman Bolhaar, de baas van het Openbaar Ministerie. Ik wilde over de human interestkant van het werk schrijven en dat vond hij hartstikke mooi. In het begin heeft iemand van de communicatieafdeling meegekeken naar de toonzetting, maar inmiddels kennen ze me goed en weten ze dat ik geen gekke dingen schrijf.

Na de publicatie van je boek Mijn eerste lijk is gelukkig vers kwam je in een achtbaan terecht…

Ja, dat had ik niet verwacht. Ik liet het allemaal op me afkomen en vond het heel leuk dat er veel belangstelling voor was en dat mensen het een maatschappelijk relevant boek vonden.

Maakt het schrijven je ook kwetsbaar?

Dat heb ik me absoluut gerealiseerd, zeker omdat ik ging schrijven over persoonlijke ervaringen. In mijn columns voor het AD beschrijf ik op luchtige wijze wat ik als officier van justitie zoal meemaak. Ik maak trouwens ook heel grappige dingen mee, dus het is niet alleen maar kommer en kwel. En op mijn blog schrijf ik ook veel over dingen die niets met mijn werk te maken hebben. Ik stel me heel kwetsbaar op, maar volgens mij is dat de enige manier om het publiek te tonen wat dit werk met je doet en wat wij allemaal meemaken. Ik ben geen koude kikker en heb soms ook last van narigheid, net als ieder ander. Jarenlang zag ik met lede ogen aan hoe advocaten met grote namen de media domineerden. Er is ook een andere kant. Mijn drang om daarover te schrijven is groot en mijn boek was een logische stap na de columns.

Uit veel reacties bleek dat mensen jouw job heel heftig vinden. Dat verbaasde je een beetje?

Net als mijn collega’s doe ik wat ik moet doen. Omdat ik er middenin zit, weet ik niet beter en voelt het voor mij als normaal. Maar als je dat zo terugkrijgt van anderen… Ja, mijn werk is best heftig.

Toen je vader eind 2012 overleed, werd het je even teveel.

Voor dit werk moet je heel fit zijn, zowel geestelijk als lichamelijk. Zodra er iets speelt in de privésfeer, hakt dat er enorm in. Het verdriet lag zo aan de oppervlakte en was zo rauw… Alles werd op scherp gezet en ik drukte mijn emoties constant weg. Dan zette ik weer huilend de auto aan de kant van de weg om snel even mijn doorgelopen mascara weg te deppen, zodat ik weer toonbaar was op mijn werk. Maar dat verdriet moest er gewoon uit en daar moest ik energie in steken. Dat kon ik niet combineren met mijn werk. Ik heb een tijdje thuisgezeten en in die periode eigenlijk alleen maar gerouwd. Dat was een fulltime job. Het is goed voor me geweest. Ik heb ervan geleerd dat je verdriet echt kunt verwerken. En ik heb veel van me af geschreven, wat voor mij heel helend heeft gewerkt. Toen ik weer aan de slag ging, kwam ik geleidelijk aan weer in evenwicht en bouwde ik opnieuw veerkracht op. Ik besloot toen wel mijn portefeuille huiselijk geweld in te leveren. Ik had het vijftien jaar lang zonder problemen gedaan, maar ineens was dat emmertje toch vol.

‘Nu ik mijn hart meer heb opengesteld, merk ik dat mensen naar mij toetrekken’

Speelt spiritualiteit een rol in je leven?

Steeds meer. Na het overlijden van mijn vader is er iets bijzonders gebeurd in mijn leven, waardoor dat echt in een stroomversnelling terechtkwam. Het was alsof ik een geestelijke wens had gestuurd, die zich op een gegeven moment manifesteerde. Ik heb er op mijn blog twee columns aan gewijd, onder de naam Het jaar van de uil. Ik ben geen zweverig persoon – ik denk goed na en ben analytisch en zakelijk – maar die gebeurtenis was voor mij zo’n eyeopener. Het heeft mijn hele denktrant op zijn kop gezet. Alles is nu mogelijk voor mij tot het tegendeel bewezen is. Ik sta nu veel meer open voor alles.

Botst dat met je werk?

De wereld waarin ik beroepshalve zit, is lichtjaren verwijderd van spirituele waarden zoals harmonie, compassie, liefde en de schoonheid van dingen. Mensen zeggen de meest verschrikkelijke dingen tegen elkaar, ze slaan elkaar het hoofd in, besodemieteren hun baas, mishandelen zwangere vrouwen, misbruiken kinderen, beroven mensen van het leven, noem het allemaal maar op. Het contrast met spiritualiteit kan eigenlijk niet groter zijn en dat vind ik lastig. Ik ben zelf namelijk erg veranderd en hecht steeds meer belang aan dat soort zuivere waarden. Maar nu ik mijn hart meer heb opengesteld, merk ik ook dat mensen dat oppikken en naar mij toetrekken. Positieve mensen. Er zijn barrières weggevallen en daar geniet ik van. Ik vind het fijn om mensen te motiveren en te inspireren. Dat geeft mij veel positieve energie.

Je doet heel serieus werk. Laat je jezelf weleens helemaal gaan?

Ja, één keer per jaar met carnaval! Ik rook en drink niet, maar ben natuurlijk wel een meisje van het zuiden! Voor mij betekent carnaval veel meer dan je verkleden en de polonaise lopen. Het geeft mij een gevoel van saamhorigheid. Je hebt de meest idiote gesprekken en iedereen lacht. Echt fantastisch!

Je bent ook gek op cruises en deelt enthousiast je cruise-ervaringen op een speciaal blog.

Ik ben gek van de zee en op een schip heb je altijd zeezicht. Maar wat ik vooral zo mooi vind, is dat je met verschillende nationaliteiten en culturen op eenzelfde plek zit. Je kunt er niet meer vanaf en bouwt een beetje een band op met elkaar. Samen vaar je die haven uit naar onbekende verten. In tegenstelling tot die boze buitenwereld waar mensen elkaar bestoken met van alles en nog wat en waar de meest vreselijke dingen gebeuren, zie je op het schip die mensen, uit bij wijze van spreken diezelfde landen, gezellig samen zijn. Ja, waarom kan dat niet overal? Dat klinkt natuurlijk heel idealistisch, maar het zou zo mooi zijn!

Meer weten over Pascale? Kijk op haar website: www.coolcolumns.com.

Kijk voor het originele interview in Mijn Geheim op:MG1522p06_10TussenDeRegels

April 2015

Omdat het iconische tijdschrift Harper’s Bazaar mij “enorm bewondert om het carrièrepad dat ik bewandel”, ben ik in het voorjaar van 2015 verkozen tot “Woman of the Week”, een voortraject voor de verkiezing van Woman of the Year 2015, waarmee Harper’s Bazaar in december een ode brengt aan vrouwen die binnen hun vakgebied iets bijzonders hebben neergezet. “Harper’s Bazaar eert en bekroont nationale en internationale uitblinkers: vrouwen die van visie, durf, betrokkenheid en stijl getuigen”. Voorwaar geen misselijke eigenschappen die men mij toedicht!

Met tien van de vijftig genomineerden is een filmpje opgenomen op de achterbank van een fijne Mercedes, ik was één van die happy few. Het betreft een interview met hoofdredacteur Cécile Narinx over carrièrezaken en wat daarbij komt kijken wat mijn werk aangaat (klik voor het filmpje beneden op play of kijk op: http://www.harpersbazaar.nl/Women-of-the-Year/Officier-van-justitie-Pascale-Bruinen).

Afbeelding 10

Afbeelding 13

Overigens heb ik op 14 december 2015 de Award voor Harper’s Bazaar Woman of the Year 2015 helaas niet gewonnen. Ik geef toe dat mijn ego dat best jammer vond want als je eenmaal zover bent gekomen wil je natuurlijk ook graag als winnaar uit de bus komen. Maar ik moest mijn meerdere erkennen in Sophie Hilbrand voor haar tv-programma “Sophie in de kreukels”. Wat mij betreft is Sophie een terechte winnaar en is het dus ook helemaal geen schande om van zo’n sterke en succesvolle vrouw te “verliezen”.

Ik vind het heel bijzonder dat ik zo’n topavond heb mogen meemaken. Feestelijk aangeklede locatie (Posthoornkerk), Koninklijk Bezoek (Prinses Marilène), BN’ers (Marjolein Keuning, Sanne Wallis de Vries, Sonja Barend – die en passant een Lifetime Achievement Award mee naar huis mocht nemen – , Sylvana Simons (die de avond aan elkaar praatte in een fantastische jurk die haar wespentaille nog wat duidelijker accentueerde) en Ans Marcus, om er een aantal te noemen), heerlijk eten, leuk gezelschap en met een mooie en ontroerende muzikale omlijsting van Wende Snijders (die een fantastische David Bowie cover deed van “We could be heroes“) en harpiste Lavinia Meijer (beiden eveneens genomineerd).

Wel leuk dat Cécile Narinx nog even een compilatie had laten maken van de gefilmde interviews op de achterbank van de Mercedes:

Wetende dat ik door Harper’s Bazaar als genomineerde was uitverkoren samen met anderen zoals Dafne Schippers, de gezusters Birgit en Katja Schuurman, Chantal Janzen, Nikkie Plessen, Hanna Verboom, Marianne Thieme en Carice van Houten, ben ik trots en met opgeheven hoofd terug naar het zuiden gereisd.

Dus dank je wel, Cécile Narinx van Harper’s Bazaar, voor deze grote eer en de onvergetelijke avond. Het was me een genoegen!

Willen jullie een beeldverslag zien, klik dan op http://www.harpersbazaar.nl/mode-juwelen/news/g324/zien-het-beeldverslag-van-het-women-of-the-year-event/? .

Of scroll naar beneden voor de foto-impressie van al mijn media-optredens, inclusief het gala ter gelegenheid van Harper’s Bazaar Woman of the Year 2015 Award.

19 februari 2015

HEBBAN.nl Interview Pascale Bruinen: “Mijn moederhart spreekt mee” door Dick Van der Veen 

Als een Officier van Justitie uit de gesloten wereld van het vakgebied treedt wekt dat nieuwsgierigheid op. Pascale Bruinen deed het in haar columns voor het Algemeen Dagblad; ze doet het nu in boekvorm, waarvan de columns overigens een wezenlijk onderdeel vormen. Met welke intentie? “Om een inkijk te geven wat een Officier van Justitie doet en raakt. Ik ben een tevreden auteur wanneer mensen meer begrip opbrengen voor de problemen die we tegenkomen en zich realiseren dat ook wij emotioneel geraakt kunnen worden door strafzaken.”

Ze is ervan overtuigd dat een kijk in de keuken van het Openbaar Ministerie het draagvlak voor het doen ín en vóór de samenleving vergroot. “Daarnaast wil ik tevens de stem zijn voor slachtoffers, die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren.” De titel Mijn eerste lijk is gelukkig vers lijkt gefocust op sensatie. Dat valt reuze mee. Een Officier van Justitie krijgt namelijk ook met autopsie te maken. Naast wat al niet meer waar het boek de ogen voor opent.

Is de stap om ‘met het vak in de openbaarheid te treden’ een grote geweest?

Pascale: “Ik heb getwijfeld over de stap om (columns) te schrijven, temeer omdat ze heel persoonlijk zijn. Vervolgens vond ik het een mooi idee om columns over mijn werk te maken. Best spannend vooral omdat nog nooit iemand in deze functie op deze wijze over het werk schreef. Ik had wel toestemming nodig van de hoogste baas van het OM, Herman Bolhaar. Een dergelijke beslissing kan ik niet zelfstandig nemen. Het was mij eigen beslissing om te kijken of er een boek kon komen over mijn werk. Toen duidelijk werd dat er een contract in zat heb ik ook hiervoor netjes toestemming verzocht en gekregen.”

Wat was doorslaggevend om uiteindelijk ‘de pen te pakken’?

Pascale: “Een combinatie van factoren. Allereerst is nog maar weinig bekend bij het grote publiek van wat we nog meer doen behalve een eis neerleggen in een strafzaak. We hebben vergaande bevoegdheden die ontzettend kunnen ingrijpen in het leven van verdachten en slachtoffers. Ik vond het belangrijk dat mensen daar meer over te weten komen, zodat ze ook beter kunnen begrijpen met welke dilemma’s we te maken kunnen krijgen. Daarnaast vond ik het de hoogste tijd om wat tegenwicht te bieden aan strafadvocaten. De meeste mensen horen namelijk voortdurend geluiden in de media uit die hoek, maar stukken minder van onze kant. Met mijn boek hoop ik hierin iets meer evenwicht te brengen. Tenslotte wilde ik heel graag schrijven omdat, mits je je kwetsbaar opstelt, ik door het schrijven connecties maak met anderen. Ik vind het mooi als mensen moeten lachen om wat ik geschreven heb (bijvoorbeeld zelfspot) of als mensen aangeven geraakt te zijn door wat ik schrijf.”

Hoe groot is de kans dat mensen zich in bepaalde passages kunnen herkennen?

Pascale: “In sommige van de aangehaalde passages is dit een mogelijkheid. Maar daarbij mag niet vergeten worden dat de meest in het oog springende voorbeelden onherroepelijk afgedane strafzaken betreffen die destijds voor media-aandacht hebben gegenereerd. Het waren openbare strafzittingen. Er is dus al eerder veel anderszins over geschreven. Uiteraard noem ik nergens in het boek echte namen en soms zijn bepaalde details door mij veranderd om herkenning iets te verminderen.”

Kan het hinder opleveren voor de uitoefening van het vak?

Pascale: “Dat moet ik afwachten. In mijn boek schrijf ik bijvoorbeeld over de mogelijkheid dat advocaten misschien mijn boek gelezen zouden kunnen hebben en mij vervolgens op zitting treffen. Ik ben echter van mening dat ik weliswaar op open wijze aangeef hoe ik bijvoorbeeld tegenover strafadvocaten sta, maar dat ik nergens kwetsend ben. Ik mijn ogen is de kritiek die ik uit gefundeerd, maar op een fatsoenlijke manier verwoord. Aangezien advocaten zelf ook gewend zijn om soms ‘verbale tikken’ uit te delen op de zitting of anderszins, ben ik ervan overtuigd dat ze die van mij ook goed zullen kunnen incasseren. Maar ik ga het zien!”

Hoe zijn de reacties?

Pascale: “Ik kreeg ze van diverse collega’s, afkomstig uit de hele organisatie van het Openbaar Ministerie en die zijn positief. De rode draad in hun commentaar is dat de menselijke kant van het werk van de Officier van Justitie mooi verwoord vinden. Ik wil echter bevestigen dat ik natuurlijk alleen mijn eigen persoonlijke beleving van het vak heb beschreven en dus niet kan spreken voor al mijn collega-officieren.”

Is het mogelijk om honderd procent ,een en ondeelbaar’ te zijn/blijven wanneer het moederhart een aantal slagen meer maakt?

Pascale: “Dat ‘een en ondeelbaar’ zijn ziet er in de praktijk op toe dat ik – zonder veranderde omstandigheden – geen andere lijn kan volgen dat die in dezelfde zaak al ingezet was door een collega-officier. Naar buiten toe treden we op als een eenheid. Wanneer het om een zaak gaat waarin kinderen betrokken zijn, is het voorstelbaar dat mijn moederhart ‘een aantal slagen meer maakt’. Dan dien ik me in het concrete geval toch bewust te blijven van dit principe en mag ik me dus niet laten leiden door emoties die ik als moeder voel. Ik blijf natuurlijk mens, moeder en magistraat tegelijk. Daarom is het wel zo dat ik binnen de grenzen van hetgeen juridisch mogelijk is, in zo’n geval mijn moederhart op een andere manier zal laten spreken. Dit kan zich dan bijvoorbeeld uiten in de aandacht die ik in mijn requisitoir geef aan de impact die een zaak heeft gehad op de kinderen.”

(c) foto: Annemiek Mommers

15 januari 2015

HEBBAN.nl Interview De drie M’s van aanklager Pascale Bruinen door Peter Kuijt 

Dat advocaten en zelfs zij die van het tableau geschrapt zijn, boeken schrijven, is alom bekend. Sommigen boeren zelfs veel beter met hun legal thrillers, dan met hun geploeter in de rechtszaal. Dat een aanklager een boek publiceert, komt minder vaak voor. Officier van justitie Pascale Bruinen beschrijft haar werk in ‘Mijn eerste lijk is gelukkig vers’.

Een uniek kijkje achter de schermen van de misdaadbestrijding. Dat belooft uitgeverij De Fontein met het boek ‘Mijn eerste lijk is gelukkig vers’ van Pascale Bruinen. Zij is officier van justitie in Maastricht. Zondag 25 januari 2015 overhandigt de auteur, die wekelijks haar werk belicht in een column in het AD, het eerste exemplaar aan mr. H.J. Bolhaar, voorzitter van het College van procureurs-generaal. Twee dagen later ligt het boek in de winkel.

Bruinen speelt in haar boek vooral in op het menselijke aspect van haar werk. Immers, het boek moet antwoord geven op de vraag welke gevoelens, emoties en twijfels er schuil gaan achter ‘die strenge, zwarte toga’ van de officier van justitie. Ze beschrijft met een volgens De Fontein ‘open en eerlijke blik’ haar ervaringen tijdens strafzittingen, nachtelijke diensten en het leiden van opsporingsonderzoeken van de politie. Voorop staat dat zij als officier van justitie dan wel ‘één en ondeelbaar’ is, maar dat ze als persoon juist de som van drie delen is: ‘magistraat, mens en moeder’.

In het voorwoord, dat door de uitgeverij alvast verstrekt is, geeft Bruinen een opmerkelijk stevig signaal af. Bruinen wil met haar boek ‘een broodnodig tegengeluid’ laten horen ‘in de kakofonie’ die strafpleiters ‘al sinds jaar en dag’ produceren in de media. Volgens Bruinen komen de Hiddema’s, Spongs en Ankers louter en alleen op voor de belangen van hun cliënten. ”Maar als officier van justitie vertegenwoordig ik de hele maatschappij.”

Zonder blikken of blozen stelt Bruinen dat zij ‘de stem’ is van de hardwerkende middenstander die bestolen is door zijn eigen personeel, van de juwelier die voor de derde keer op brute wijze is beroofd en van de kleuter die seksueel misbruikt is door haar vader. Ze schrijft dat dit boek een nadere kennismaking is met iemand die een gevaarlijke verdachte eens níét tegen beter weten in probeert vrij te krijgen, maar juist haar best doet deze achter de tralies te zetten.

Overigens is Bruinen ook jarenlang werkzaam geweest als advocaat. Ze heeft eind jaren negentig met name slachtoffers in letselschadezaken bijgestaan.

(foto auteur: Annemiek Mommers)

Onderstaand vind je een impressie van mijn media-optredens in diverse kranten en tijdschriften.