Berichten

Het gelijk van Einstein

Einstein wist het zeker: verbeeldingskracht is belangrijker dan kennis. ‘Logica brengt je van A naar B. Voorstellingsvermogen brengt je overal.’

Onze verbeeldingskracht is een unieke menselijke capaciteit die in staat is om aantoonbare biologische effecten op ons lichaam te produceren. Die effecten lopen uiteen van alledaagse voorbeelden – als je honger hebt en  het beeld van je lievelingsmaaltijd oproept loopt het water je immers al in de mond – tot meer spraakmakende gevallen.

Zo zijn er diverse onderzoeken gedaan met behulp van elektromyografie (EMG). Daarbij worden de elektrische activiteit van de spier en de activiteit van de zenuw die de spier aanstuurt gemeten zodat jelive kunt zien welke instructies de hersenen geven aan het lichaam. EMG-onderzoeken uitgevoerd met skiërs toonden aan dat hun hersenen tijdens het enkel geestelijk oefenen van een afdaling (mental rehearsal) precies dezelfde elektrische impulsen naar de betreffende spieren stuurden als tijdens het maken van de echte bochten en sprongen. Ons brein kan namelijk vrijwel geen verschil zien tussen een situatie die je levendig in je geest oproept (zoals bij een visualisatie) en de daadwerkelijke uitvoering van een lichamelijke actie. Zodoende zet het intense verbeeldingsproces – dat levensecht lijkt – de hersenen er toe aan om alvast bepaalde chemicaliën te produceren, neurale netwerken (verbindingen tussen zenuwcellen in het brein) aan te leggen en spieren en zenuwen te ‘trainen’ voor het echte werk.

Topsportersgebruiken visualisatie om deze redenen al jaren. Bokser Muhammad Alizag in zijn verbeelding het wedstrijdverloop al helemaal voor zich. Hij rook als het ware reeds het zweet en bloed van zijn tegenstander, hoorde het publiek uitzinnig voor hem juichen en zag zichzelf door de scheidsrechter tot winnaar worden uitgeroepen lang voordat hij dit alles in werkelijkheid zou ervaren. Hij noemde dat ‘Future History’. Een recenter voorbeeld is toptennisser Novak Djokovicdie eveneens groot fan van visualisatie is.

Visualisatie leidt zelfs totfysiek waarneembare verschillen in het lichaam. Een voorbeeld hiervan is een experiment waarbij deelnemers in twee groepen werden opgedeeld; een groep ging echt naar de sportschool en trainde volgens een voorgeschreven schema met bepaalde gewichten, de andere groep volgde hetzelfde trainingsschema maar deed dit enkel met behulp van hun verbeeldingskracht. Na afloop bleek de spiermassa van de sportschoolgroep te zijn gegroeid met 30%, maar de groep die uitsluitend geestelijk had getraind liet opmerkelijk genoeg een spiergroei zien van bijna 14%.

Ander onderzoek bevestigt dit beeld. Mensen die echt bepaaldeoefeningendeden met hun pink hadden op het einde van het onderzoek 53% meer kracht in hun pink maar degenen die dat alleen in hun verbeelding hadden gedaan toonden een krachtstoename van 35% zonder letterlijk ook maar één vinger te hebben opgetild!

Deze motorische visualisatie-oefeningen worden inmiddels ook toegepast bij sommige revalidatietrajecten en leiden daar tot effectievere fysiotherapiesessies. Maar met het oog op de vergrijzing zou visualisatie ook nuttig kunnen zijn voor al die fysiek beperkte maar mentaal wel nog capabele ouderen. Spierzwakte en geringe gripkracht leiden immers tot een grotere hulpbehoefte bij dagelijkse activiteiten. Als ouderen geen lichamelijke oefeningen kunnen doen zouden ze visualisatie kunnen toepassen om hun spier- en gripkracht op peil te houden of zelfs te laten groeien. Op deze manier blijven ze langer fit, houden ze meer de eigen regie over hun leven en hebben ze minder hulp nodig waardoor ook de kosten lager worden.

Zo kan verbeeldingskracht een enorm steen-in-de-vijver effect hebben.

Had Einstein toch gelijk.

 

Dit artikel is op 1 mei 2019 gepubliceerd in De Limburger.

Weg met het ziekenhuis!

Op deze plek schreef ik eerder over het placebo-effect: geloof in een neppil, nepbehandeling en nepoperatie leidt tot klachtenvermindering en soms zelfs tot genezing. Je geloof wordt gevormd door je gedachten en overtuigingen waarbij conditionering, oftewel beïnvloeding door informatie die je systematisch wordt ingeprent, een grote rol speelt.

Daarom is het zaak dat we niet alleen onze gedachten, maar ook veel gebruikte benamingen zorgvuldig kiezen.

Zo is de aanduiding ‘ziekenhuis’ zo ongeveer de slechtst mogelijke omschrijving voor een instelling die, naar ik hoop, mensen beter wil maken. Het woord alleen al heeft een enorme negatieve lading en roept totaal verkeerde associaties op. Bovendien dekt het niet de lading want er komen ook kerngezonde zwangeren om te bevallen en mensen die na onderzoek niets blijken te mankeren. Laten we daarom de benaming ‘ziekenhuis’ per direct afschaffen en voortaan alleen nog spreken over ‘gezondheidscentrum’ (‘medisch centrum’ mag ook maar is neutraal en daarmee ook minder sterk qua positieve associaties).

‘Patiënt’ behoort eveneens tot deze foute categorie. Letterlijk betekent het woord, oorspronkelijk afkomstig uit het Latijn, lijden, dulden, volharding of geduld. Soms wordt het ook vertaald als ‘degene die wacht’, voor veel mensen die een arts bezoeken helaas herkenbaar. ‘Patiënt’ wekt de indruk dat je slechts passief af moet wachten (‘dulden’) wat de dokter in al zijn wijsheid gaat doen. Maar er kleeft nog een groter bezwaar aan dit woord. Stel iemand wordt gediagnostiseerd met een chronische longziekte. Vanaf dat moment ben je in onze cultuur niet langer Mevrouw Pieterse, maar ben je verworden tot ‘longpatiënt’ (‘lijden’).

Deze verandering van eigenheid is om meerdere redenen een probleem. Op de eerste plaats is iemand nooit zijn ziekte. Hooguit heeft hij die (al dan niet tijdelijk). Als je denkt dat je je ziekte bent, loop je het risico dat je je – bewust en/of onbewust – volledig identificeert met de diagnose, zeker op termijn. De diagnose wordt als het ware verinnerlijkt, hetgeen kan leiden tot de associatie dat dit permanent is. Zodoende ben je minder geneigd om te geloven dat je zelf je gezondheidssituatie kunt verbeteren of zelfs helemaal kunt genezen. Zo geef je de regie over je gezondheid eerder uit handen.

Op de tweede plaats is dit een ongezonde vorm van vereenzelviging omdat zo alle aandacht voortdurend is gericht op de ziekte. Waar je je aandacht op richt, is de plek waar je energie naar toe gaat. Hoe meer je ergens op focust, hoe groter dit wordt. Zo blijft je lichaam in negatieve zin anticiperen op alles wat hoort bij de status van longpatiënt. Want het placebo-effect en nocebo-effect leren ons dat verwachtingspatronen je lichaam prepareren op datgene wat je voorziet, in positieve maar ook in negatieve zin.

Laten we de term ‘patiënt’, waar veel te veel lijdzaamheid uit spreekt, daarom vervangen door de passender benaming ‘co-regisseur heling’. ‘Co-regisseur’ geeft al aan dat je samen met je behandelend arts (pro)actief de koers uitstippelt om het verstoorde evenwicht in het lichaam te herstellen. ‘Heling’ benadrukt het optimaal haalbare. Samen nodigen ze je vanuit een positieve mindset uit om mee te denken en mede-verantwoordelijkheid voor je eigen gezondheid en genezing te nemen.

Naamswijziging alleen is uiteraard onvoldoende voor een verregaande cultuurverandering in de gezondheidszorg. Maar je moet ergens beginnen en waarom dan niet kiezen voor termen die in ieder geval in staat zijn om de meest positieve associaties op te roepen? Want door inprenting kunnen ze een gunstige invloed hebben op onze gedachten, overtuigingen en uiteindelijk zelfs op hetgeen we geloven. Zo kunnen zorgvuldige woordkeuzes leiden tot gezondheidswinst.

Dus waar wachten we nog op?

 

Dit artikel is 14 december 2018 verschenen in De Limburger.

Artikel ‘Weg met het ziekenhuis’ gepubliceerd in De Limburger

Vanochtend is mijn artikel ‘Weg met het ziekenhuis’ gepubliceerd in De Limburger. Het gaat over bepaalde ongelukkige benamingen (zoals ‘ziekenhuis’ en ‘patiënt’) die verkeerde associaties oproepen. Een pleidooi voor het kiezen van alternatieve aanduidingen die mensen niet alleen positiever stemmen, maar ook meer de eigen (co-)regie over de gezondheid teruggeven.

Artikel gepubliceerd met toestemming van De Limburger.

Fijn weekend!

 

 

Artikel in De Limburger

Vandaag is mijn artikel over het placebo-effect verschenen in De Limburger. Lees hoe je geest je lichaam beïnvloedt. Publicatie met toestemming van De Limburger.

Interview in De Limburger voor rubriek ‘Opstaan met’

Vandaag verschenen: kort interview in De Limburger voor rubriek ‘Opstaan met’. Met dank aan Ivar Hoekstra voor de tekst en Harry Heuts voor de foto! Mooi sfeerplaatje compleet met uilenbroek…

Evenementen

Niets Gevonden

Uw zoekopdracht leverde helaas geen artikelen op