Berichten

Drijfveren: Marc Rieu

D R I J F V E R E N

In het kader van een reeks interviews getiteld “DRIJFVEREN”, interview ik succesvolle vrouwen en mannen over hun heilige vuur. Wat drijft deze bijzondere mensen eigenlijk, diep van binnen? Waar vinden zij dat het om draait in het leven? Aan welke factoren schrijven zij hun succes toe? En heeft het succes hen ook gelukkiger gemaakt?

Marc Rieu – inderdaad: de zoon van – werd geboren op 1 november 1978 in Maastricht. Deze artistiek begaafde oudste zoon van de wereldberoemde Stehgeiger is kunstschilder, al zes jaar gelukkig getrouwd en heeft drie kinderen, twee zonen en een dochter. Sedert 2008 specialiseert hij zich in landschappen. Romantiek uit de 19e eeuw is zijn favoriete epoque. Op een mooie zomerochtend spreek ik hem in het Theater aan het Vrijthof in zijn geboortestad waar hij dit jaar voor de achtste keer exposeert. Een gesprek over hoe het is om zo’n beroemde achternaam te hebben, suggestief illusionisme en kijken met je hart.

 

 

 

Geluk is gezondheid, blije kinderen en dat doen waar je gelukkig van wordt.’

 

Wat voor kind was je?

Een heel rustig kind. Toen ik in de buik zat bij mijn moeder waren mijn ouders soms ongerust omdat ze mij niet voelden bewegen (glimlacht). Later als tiener was het dat ze muziek uit mijn kamer hoorden komen, anders hadden ze niet geweten dat ik thuis was. Ik zat altijd stil in een hoekje met een boekje. Ik was geen kind dat graag buiten speelde.

Tekende of schilderde je toen ook al?

Nee. Mijn fascinatie voor kunst is wel begonnen toen ik een jaar of twee, drie was. Ik zat altijd voor de boekenkast van mijn ouders en haalde dan alle kunstboeken eruit. De volgende stap was in 1990, toen ik in groep 8 van de basisschool zat. Dat was het Van Gogh jaar omdat hij toen 100 jaar geleden was overleden. Toen zag ik een documentaire op tv die iets in mij losmaakte. Ik was sowieso al fan van het impressionisme. Na het zien van die documentaire heb ik twee beslissingen genomen: ik ga schilderen en ik ga kunstgeschiedenis studeren. Ik wilde graag meer weten over Van Gogh.

Wat trok je zo aan in Van Gogh?

Zijn gedrevenheid. Hij heeft zo’n 800 à 1000 schilderijen gemaakt in zijn leven. Dat rotsvaste geloof, zijn doorzettingsvermogen en zijn trieste leven vond ik heel interessant.

Zag je ook iets in zijn schilderijen dat je herkende?

Misschien de kleurenkracht wel. En de omslag van zijn Brabantse periode – toen hij duistere, deprimerende taferelen schilderde – naar de kleurenrijkdom als hij in Frankrijk arriveert en dat Franse leven met centimeters dikke verflagen vastlegt. Geweldig!

Hoe kijk je terug op je jeugd?

Ik heb een redelijk onbezorgde jeugd gehad. Maar Ik heb wel op twee middelbare scholen gezeten omdat ik op de eerste drie jaar lang werd gepest. Dat heeft er wel in gehakt. Op de tweede school, het Jeanne d’Arc College, was het daarentegen of de hemel open ging. Daar werd ik meteen volledig geaccepteerd. In het begin dacht ik telkens: ‘Zeggen jullie niks over mijn schooltas of vinden jullie mij geen buitenbeentje?’ Maar dat gebeurde niet. Voor de rest heb ik een heerlijke jeugd gehad.

Je wordt geïnspireerd door de Duitse romanticus Caspar David Friedrich en de Noor Johan Christian Dahl. Bergtoppen die in nevelen zijn gehuld, verlaten bossen, eindeloze zeeën met zonsondergangen vind je mooi. Daar zit een heel mystieke sfeer in. Waarom trekt jou dat zo aan?

Misschien herken ik daarin wel iets van mezelf. Ik heb ook die neiging naar het melancholieke, het mysterieuze, het geheimzinnige. Ik zeg altijd: ‘Ik ben een open boek maar sommige pagina’s zitten aan elkaar vastgeplakt’. Friedrich schildert mensen enkel van de achterkant, de zgn Rückenfiguren. In 2006 heb ik een zelfportret gemaakt dat mij ook alleen van de achterkant laat zien. De basis hiervoor werd gelegd toen ik een keer aan de Engelse kust was met mijn moeder en haar vroeg of ze van mij een ‘Friedrich’-foto wilde maken. Niet meteen met het idee om er een schilderij van te maken, maar meer als eerbetoon aan mijn grote held. Een jaar later had ik op advies van pa en ma schilderles genomen en het derde of vierde schilderij dat ik maakte was dat zelfportret. Dat heb ik aan mijn ouders gegeven die het in het kasteel hebben ophangen.

Denk je dat jouw voorkeur voor dit soort mystieke taferelen te maken kan hebben met je eenzaamheid uit de periode dat je als jonge jongen werd gepest?

Poeh…Dat zou kunnen. Ik heb daar nooit zo over nagedacht. Ik ben wel al veel eerder onbewust in contact gekomen met Friedrich. Toen ik nog heel jong was draaiden mijn ouders lp’s. Mijn favoriet was de zesde symfonie van Beethoven, de Pastorale. Op de voorkant van die lp stond een landschap met een zonsondergang met een eenzame herder in de verte. Later heb ik ontdekt dat dit een schilderij is van Friedrich. Maar die drie jaar dat ik werd gepest voelde ik me inderdaad heel eenzaam, niet begrepen…. Mijn ouders zagen het wel, maar ik zei altijd maar dat alles goed was. Ik was bang dat als ik iets erover zou zeggen, het pesten alleen maar erger zou worden.

Hoe zou jij jezelf nu omschrijven?

Dromer, levensgenieter, Bourgondiër. Ik probeer ook bewust te genieten van het succes. En ik sta positief in het leven.

Sinds 2008 schilder je landschappen. Maar je bent ook een groot fan van wolkenluchten. Kun je uitleggen wat jou daarin zo aantrekt?

Wolken zijn enerzijds heel concreet en anderzijds heel abstract. Iedereen ziet er iets anders in. Bijna iedereen kijkt ook als kind al naar de lucht. Wolken vind ik het ultieme symbool van dromen, wensen en verlangens. Ik wil ooit nog eens een expositie doen van schilderijen met alleen maar wolkenluchten. Dat is echt een droom van me. Het mooiste vind ik als ik in die zin van de lucht zou kunnen leven (lacht). Ik heb geleerd dat een wolk nooit wit is, daar zitten zoveel kleuren in…Een wolk is ook driedimensionaal. Wolken veranderen voortdurend, geen twee wolken zijn hetzelfde. Die voortdurende spanning om de veranderingen in die wolkenluchten vast te leggen vind ik heel mooi.

Wat vonden je ouders eigenlijk van jouw keuze om te gaan schilderen en kunstgeschiedenis te gaan studeren?

Mijn ouders hebben me gestimuleerd om schilderles te gaan nemen. En ze hebben me de levenshouding meegegeven: ‘Als je ergens voor wilt gaan, doe het dan! Volg je passie, daar word je gelukkig van.’ Dat probeer ik mijn kinderen ook mee te geven. Ik schilder zelf ook niet om geld te verdienen.

Kunnen je ouders ook kritisch zijn?

(Brede lach) Nee! Mijn vader geeft wel commercieel advies vanaf de zijlijn en mijn moeder zegt altijd: ‘Och wat is het mooi geworden!’ Mijn vrouw is wel kritisch. Gelukkig maar, anders zou ik alles ophangen wat ik thuis heb en dan zou de kwaliteit ook dalen.

Is schilderen een gave of kan iedereen het leren?

Ik denk dat iedereen het wel zou kunnen maar dan moet je het er wel uit laten komen en er echt iets mee doen. Ik hou heel veel van dingen maken, schilderen, crëeren. De studie kunstgeschiedenis was enerzijds de mooiste studie die ik me kon voorstellen. Ik heb tijdens die studie ook prachtige reizen gemaakt. Maar anderzijds ben je wetenschappelijk bezig met iets dat uit je gevoel voortkomt. Dat is heel raar. Daarom vond ik een scriptie schrijven ook moeilijk. Kunst is eigenlijk juist géén wetenschap.

Je zegt ‘suggestief illusionisme’ te schilderen. Daarvan zeg je: ‘Ik schilder dromerige, romantische werken die suggesties bieden van de werkelijkheid waarbij mijn schilderskwast als toverstaf fungeert.’ Hoe werkt dit?

Ik probeer sowieso de toeschouwer in het verhaal van het schilderij te betrekken. Ik schilder veel diagonale lijnen en die leiden de toeschouwer bewust of onbewust in het landschap. Er is ook wetenschappelijk onderzocht dat mensen een schilderij ‘lezen’ van links naar rechts. Weliswaar heel snel, maar toch. Daarna gaat de blik alle kanten op. Met mijn diagonalen wil ik dat ‘lezen’ versterken en tegelijkertijd een deel aan hun verbeelding overlaten. Van een hele fijne leraar, Gerard Huysman uit Alphen aan den Rijn, heb ik geleerd dat je niet te veel moet invullen. Want als je bijvoorbeeld een huisje in het midden van het schilderij tot in detail schildert, moet je het gras op de voorgrond in verhouding al welhaast met alle moleculen ervan gaan schilderen. Daarom hou ik altijd ruimte voor suggestie.

Een van jouw uitspraken is: ‘Mijn leven ís eigenlijk kunst.’ Hoe moet ik me dit voorstellen?

Ik ben inderdaad heel veel met kunst bezig. Ook tijdens vakanties kijk ik naar mooie plekken en maak ik daar zekerheidshalve foto’s van, voor het geval ik daar later een schilderij van wil maken. Ik heb anders leren kijken. Schilderijen zijn altijd een reflectie van degene die ze maakt. Ik ben zelf rustig en dromerig dus zo schilder ik ook.

Je komt uit een enorm muzikale familie, maar zelf zit je niet in de muziekwereld. Je hebt wel aangegeven dat muziek een inspiratiebron voor jouw schilderwerk is. Welke muziek is dat?

Tijdens het schilderen zet ik altijd muziek op. Die is trouwens lang niet altijd van mijn vader (brede lach). Soms is dat muziek van Within Temptation (symphonische metalband, redactie) en dan ga ik helemaal los. Dat heb ik dan soms even nodig. Maar ik luister ook heel graag naar zware klassieke stukken zoals de symfonieën van Gustav Mahler. En ik hou van filmmuziek, bijvoorbeeld van Lord of the Rings of composities van John Barry. Die muziek roept gevoelens op van melancholie, treurnis, vrolijkheid… en die vertaal ik dan in mijn schilderijen.

Hoe ga jij te werk als je begint met een schilderij?

Een blanco canvas krijgt eerst een basiskleur in acryl, bijvoorbeeld zacht roze, zacht geel of zacht bruin zodat het landschap dat er vervolgens op komt harmonisch uit ziet en alles één geheel vormt. Meestal weet ik al precies wat ik wil gaan doen. Vervolgens ga ik in één sessie de lucht schilderen. Dat doe ik met olieverf.

Wanneer is een schilderij af?

Dat is heel moeilijk…(korte stilte). Het is af als ik het hele verhaal verteld heb. Maar eigenlijk is het tegelijkertijd nooit af.

Schilder je op gevoel of op techniek?

Ik schilder vooral op mijn gevoel, mijn intuïtie. Je moet ook schilderen wat je ziet en niet wat je wéét dat je ziet. Dat blijft een spanningsveld.

Wanneer heb jij het goed gedaan als kunstschilder?

Als mensen mijn schilderijen herkennen én waarderen vanwege mijn kwaliteiten als kunstschilder en niet meer als een schilderij van ‘de zoon van…’.

En wat is een echte Marc Rieu?

Een schilderij met een dromerig sfeertje waar nooit mensen op staan. Dat doe ik bewust. We leven in een wereld waarin iedereen bezig lijkt met zijn smartphone. Niemand lijkt de schoonheid van alles om ons heen nog te waarderen, dat probeer ik door mijn schilderijen juist wel te bereiken. Ik wil met mijn landschappen het signaal afgeven om een beetje lief voor elkaar te zijn en niet alles kapot te maken.

Je bent succesvol als schilder. Je exposeert, je verkoopt goed. Maakt het succes je ook gelukkiger als mens?

Het succes voelt goed maar ik word daar niet per se gelukkiger van als mens. Drie jaar geleden heb ik alle schilderijen van mijn expositie verkocht. Toen kwam een Australische dame naar me toe die opmerkte dat ik nu wel erg rijk moest zijn. Ik heb haar toen geantwoord dat ik niet rijk ben omdat ik al mijn schilderijen verkoop. (met stralende ogen) Mijn vrouw en mijn gezonde kinderen, dát is mijn echte rijkdom!

Waar schrijf jij je succes aan toe?

Mijn kritische houding. Ik ben van nature vrij onzeker behalve als ik schilder. Je moet als het ware zeker zijn van je onzekerheid om scherp te blijven en te blijven presteren. Je bent zo goed als je laatste schilderij. Veel mensen vragen me hoe lang ik over een bepaald doek heb gedaan. Dan antwoord ik: ‘Mijn leven lang, eigenlijk.’ Want ik ben me mijn hele leven lang al aan het ontwikkelen en dat blijft ook zo. En misschien heb ik ook wel talent, aanleg of gevoel voor schilderen. Je moet geloven in wat je maakt en je moet authentiek zijn. Dat geldt ook voor mijn vader, het plezier dat hij op de bühne heeft is echt. Dat geldt ook voor mijn schilderijen. Dit is wie ik ben, take it or leave it. Dan ga je wel met de billen bloot maar er is niets mooiers dan jezelf te durven laten zien.

Je bent sinds kort creative consultant bij André Rieu Productions. Wat houdt dat in?

Dat houdt in dat ik teksten schrijf in de breedste zin van het woord. Teksten voor op de cd’s en teksten die mijn vader uitspreekt op het podium. Ik stel ook muziekstukken voor die het orkest kan instuderen. Een tijdje geleden waren er in Duitsland opnames voor een kerst cd. Mijn vader was nog op zoek naar een openingsnummer, maar wilde dit keer eens niet zo’n traditioneel nummer als Stille Nacht. Hij vroeg of ik niet een origineel idee had. Toen heb ik hem de tip gegeven om de openingsmuziek uit zijn favoriete film, Ben Hur, te nemen. Die gaat immers over de geboorte van Christus. Hij vond het meteen een fantastisch idee. Ik kijk heel anders want ik sta er toch iets verder vanaf.

Zie jij je achternaam eerder als een vloek of als een zegen?

Beide eigenlijk. Ik maak er wel dankbaar gebruik van, maar ik heb er ook last van. Zo zou ik een expositie krijgen en de laatste vraag in de voorbereidende fase was toen of mijn vader die zou kunnen komen openen. Dan gaat het niet meer om mijn schilderijen, maar om andere dingen en dan is die achternaam wel eens moeilijk.

Heeft het succes jou als persoon veranderd?

O….dat is een goede vraag (korte stilte). Dat weet ik eigenlijk niet, ik hoop van niet. Ik hoop dat ik nog steeds dezelfde ben als altijd, maar dat zouden anderen misschien beter kunnen beoordelen.

Wat is je grootste persoonlijke succes in je leven?

Ik denk en hoop dat ik een heel goede papa ben voor mijn kinderen (zijn ogen stralen, hele brede glimlach). Dik anderhalf jaar geleden ben ik voor de derde keer vader geworden. Ik hou ontzettend veel van mijn kinderen, als ik een paar dagen voor een expositie hierheen moet komen en mijn kinderen achter moet laten, zit ik echt met een knoop in mijn maag in de auto.

Wat is geluk voor jou?

Een heel fijn gezin hebben. Geluk is gezondheid, blije kinderen en dat doen waar je gelukkig van wordt. Gezondheid is een heel groot goed.

Als je niet was gaan schilderen, wat zou je dan zijn gaan doen?

Schrijven!

Je bent ambassadeur van de stichting ‘Kunst van het Kijken’ die zich inzet voor kunstenaars met een beperking. Waarom vind je het belangrijk dit te steunen?

Ik zeg altijd ‘Schakel je verstand uit en kijk met je hart’. Kunst komt vanuit je gevoel. Ik heb eens gehoord dat er een bezoeker een galerie binnen kwam en helemaal onder de indruk was van een kunstwerk dat daar hing. Toen bleek dat een meneer met een lichamelijke beperking dat werk had gemaakt, vond de bezoeker het ineens niet meer mooi. Daar kan ik heel kwaad om worden. Hendrick Avercamp uit de zeventiende eeuw was doofstom maar toch een geweldige kunstenaar. Helaas is het tot op de dag van vandaag nog steeds nodig om dit soort kunst te promoten. En we hebben bovendien allemaal onze beperkingen, al zie je die soms niet aan de buitenkant.

Geloof jij in iets hogers?

Nee, daar ben ik misschien te nuchter voor. Al is het wel zo dat ik een keertje getwijfeld heb. Zes jaar terug ben ik getrouwd en mijn toenmalige beste vriendin Laura en mijn moeder waren mijn getuigen. Laura was toen net genezen van borstkanker. Zo’n drie weken na de bruiloft liet ze me weten dat de borstkanker terug was en dat het helemaal mis was. Een klein jaar na mijn bruiloft is ze overleden. Toen ik na de uitvaartplechtigheid naar buiten liep kwam er een vlindertje om me heen vliegen en dat was de enige keer dat ik dacht: Is dit toeval of…Ik krijg er weer kippenvel van. Misschien is er dan toch iets, ik weet het niet. Of soms denk je aan iets en dan breekt de zon ineens door de wolken heen. Ik weet het niet maar het zou kunnen…

Als jij naar die mooie onmetelijke sterrenhemel kijkt, wat gaat dan in jou om?

Dan denk ik: we zijn hier niet alleen, wat zijn we toch eigenlijk maar nietig in het onmetelijke universum. Wat ik sowieso niet kan bevatten is dat er iets bestaat waar geen einde aan is. Ik heb ooit sterrenkunde willen studeren maar ik was een echte alfa dus dat ging niet door. Maar als ik nu naar boven kijk denk ik: wat ongelofelijk fascinerend!

Heb je nu nog een droom?

Mijn droom is om het schilderen nog heel lang te kunnen doen. Verhalen vertellen met verf, daar kan ik zoveel in kwijt. Dat hoop ik nog heel lang te kunnen doen in goede gezondheid.

Als je alles over mocht doen, zou je het dan anders doen?

Nee!

Heb jij tenslotte nog een advies voor de lezers van dit interview?

Deze quote van Walt Disney zegt het: ‘If you can dream it, you can do it’. Als je ergens in gelooft, ga er dan helemaal voor want dan zit dat ergens heel diep in je. En haal alles uit wat erin zit, doe er alles voor maar hou daarbij wel rekening met anderen. Probeer altijd te blijven geloven in jezelf, dan zit je in de kern. En in die kern zit de waarheid en die moet eruit.

© Pascale Bruinen

 

 

 

 

 

 

 

 

DRIJFVEREN: Manoe Konings

D R I J F V E R E N

In het kader van een reeks interviews getiteld “DRIJFVEREN”, interview ik succesvolle vrouwen en mannen over hun heilige vuur. Wat drijft deze bijzondere mensen eigenlijk, diep van binnen? Waar vinden zij dat het om draait in het leven? Aan welke factoren schrijven zij hun succes toe? En heeft het succes hen ook gelukkiger gemaakt?

Vandaag is het de beurt aan Manoe Konings.

Mathilda Elisa Hubertina Konings kwam op 10 maart 1961 ter wereld in Maastricht. Deze muziekvirtuoos en zelfbenoemde clown speelt al sinds 1989 bij André Rieu’s Johann Strauss Orkest, eerst de klarinet en later ook saxofoon en doedelzak. Ze is inmiddels wereldberoemd, rijgt als muzikant de successen aaneen en trekt al vele jaren de wereld rond. In 2001 kreeg ze borstkanker waarvan ze, volgens eigen zeggen deels dankzij haar geliefde muziek, helemaal genas. Een vraaggesprek over hoe haar leven is veranderd na deze dramatische diagnose, haar nomadenbestaan en de vraag of het leven in de spotlights haar gelukkig maakt.

 Foto: Frank Steijns

Het ultieme geluksgevoel is het plezier dat ik zelf voel aan anderen door te kunnen geven.’

Wanneer heb jij definitief voor de muziek gekozen?

Toen ik vier was. Mijn ouders hadden toen een kapperszaak, daar woonden wij boven. Zo jong als ik was vertelde ik iedereen dat ik muziek ging studeren, beroemd zou worden én de 96-jarige leeftijd zou bereiken. Ik heb nooit anders gewild. Het voelde gewoon goed.

Heb jij moeten knokken om een muzikale carrière te kunnen hebben?

Nee, helemaal niet. Mijn moeder was gek op muziek en mijn oma zong in het Koepelkerkkoor. Van mijn vaders zijde – opa, ooms – zaten ze allemaal in de harmonie. Bij ons thuis draaide men alleen klassieke muziek, opera en operette. Ik heb het dus met de paplepel ingegoten gekregen.

Kun je die passie voor muziek in woorden vangen?

Hmmm, dat is moeilijk voor een muzikant. Ik kan het je voorspélen (lacht). Aan demanier van spelen kan ik aflezen wat iemands karakter is. Want als je je helemaal wilt overgeven aan de muziek moet je als muzikant bereid zijn om in je blote kont te staan. Dan ben je kwetsbaar. Het gaat om de emoties die muziek teweegbrengt. Zo gauw als er ook maar één persoon is die aan het luisteren is, wil je van hier (ze wijst op haar hart) uit gaan spelen.

Waarom is dat zo belangrijk voor je?

Dat je mensen zo blij kunt maken met iets dat voor mij zo simpel is geeft mij een enorm goed gevoel. Muziek ontroert maar maakt ook heel vrolijk. Ik vind het fantastisch als ik tijdens het spelen reacties van het publiek zie. Tijdens een concert voelen mensen zich drie uur lang op en top en ik heb daar een bijdrage aan mogen leveren. Dat is toch geweldig!

Jij bent al jarenlang een prominent lid van het Johann Straussorkest van André Rieu en toert dus geregeld de wereld rond. Ben je ook wel eens thuis?

Niet veel. Gemiddeld hebben we rond de 100 concerten per jaar, daar komen dan nog de reis- en rustdagen bij. Al met al zijn we zo’n 150 dagen per jaar echt weg.

Wanneer voel jij je ergens thuis?

Ik hoef alleen maar te weten dat ik terug naar huis ga, naar Maastricht. Ik moet altijd een retourticket hebben, dan kan ik me overal thuis voelen.

Jij bent ook degene die tijdens concerttrips altijd controleert of iedereen aanwezig is in de bus enzovoorts. Ben jij zo’n moederkloek?

Nee, helemaal niet. Maar als ik een taak krijg toebedeeld, voer ik die zo goed mogelijk uit. In de 29 jaar dat ik dit werk doe, ben ik twee keer iemand vergeten. Dus dat valt nogal mee. En gelukkig is het in beide gevallen goed gekomen (grijnst).

Jij hebt nogal de reputatie om een clown te zijn binnen het orkest.

O echt? (grijnst). Mijn moeder dacht vroeger altijd dat ik een muzikale circusclown zou worden. En eigenlijk ben ik dat nu ook. Ik krijg er een kick van als mensen moeten lachen. Je hebt maar vier spieren nodig om dit te doen (lacht breeduit) en veertig om dit te doen (kijkt heel lelijk). Daarnaast ben ik inderdaad heel erg expressief. In de loop der jaren heb ik gelukkig wel geleerd om soms eerst even na te denken voordat ik iets eruit flap. In het verleden heb ik veel te vaak sorry moeten zeggen.

Durf jij jezelf dan wel nog te laten zien zoals je echt bent?

Euhm…, jawel maar niet bij iedereen. Bij sommige mensen kijk ik toch wel de kat uit de boom uit zelfbescherming. Vroeger zocht ik in situaties die mij niet bevielen vol de confrontatie, tegenwoordig zet ik dan een stap terug en denk: niet mijn probleem. Dat is wijsheid die met de jaren komt en die ik vooral heb opgedaan na mijn ziekte.

In 2001 kreeg jij de diagnose borstkanker. In dat kader heb je ooit gezegd: ‘Muziek is mijn zuurstof en heeft mijn leven gered.’ Kun je dat toelichten?

Ik kan niet zonder muziek. Al vanaf kleins af aan was ik altijd met muziek bezig. Als je mij mijn muziek afpakt, pak je mijn leven af. Het ergste dat mij kan gebeuren is dat ik doof zou worden. Tijdens mijn borstkankerperiode heeft muziek me erdoor heen gesleept. Ik heb toen ook alle medewerking gekregen van mijn baas. Voor hem is niets zo belangrijk als het welzijn van zijn muzikanten, dat heeft hij onlangs weer bewezen (na de tragische dood in december 2016 van trombonist Ruud Merx, redactie). Ik ben toen voor de ene helft dankzij mijn dokters hersteld en voor de andere helft dankzij mijn muziek.

Heeft borstkanker ook jouw muziekbeleving veranderd?

De beleving zelf niet maar muziek is wel nóg belangrijker voor mij geworden. Ik realiseerde me voor mijn ziekte niet wat wij als orkest teweegbrachten. Erna is dit besef veel beter doorgedrongen en ben ik ook veel meer gaan nadenken over mijn leven. Er zijn sindsdien veel dingen veranderd. Ik geniet veel meer van alles, vooral van de kleine dingen. En ik maak me niet meer druk over onbenullige zaken.

Dus deze vreselijke ziekte heeft je ook goede dingen gebracht?

Ja, in zekere zin was het zelfs het beste dat me had kunnen overkomen. Daardoor heb ik mezelf een halt toegeroepen want ik was te zeer een workaholic. Toen moest ik wel. Ik had natuurlijk eerder al vrij veel hints gekregen dat ik niet goed bezig was maar die heb ik genegeerd totdat – boem! – ik een enorme klap kreeg: Als je nu niet luistert, ga je dood. Ben je braaf, dan mag je verder.

Eigenlijk ook heel mooi dat het kennelijk zo werkt?

Ja. Er is iets hogers dat dan met de beste bedoelingen ingrijpt. Maar dan moet je wel luisteren (lacht).

Aan welke factoren schrijf jij je succes toe?

Ik ben gewoon mezelf op de bühne en daardoor trek ik kennelijk de aandacht. Als me iets invalt, doe ik dat gewoon. Toen ik dat de eerste keer deed met dat glas champagne (tijdens concerten slaat ze tot hilariteit van het publiek op een vast moment een glas champagne in één teug achterover, redactie) werd dat prompt geregistreerd door de cameraman en André vond dat zo grappig dat hij zei ‘Die houden we erin!’. Ik ben dus verplicht om te drinken tijdens het werk (lacht breeduit). Maar sommige invallen vindt hij minder geslaagd en dan vraagt hij me achteraf wel eens of het wat minder mag (grijnst).

Dus jouw succes zou alleen te maken hebben met jezelf zijn. Maar jij bent één van de happy few die in het Johann Strauss Orkest mogen spelen. Hoe zit het dan met talent?

Dat zal dan wel in mijn genen zitten, denk ik. Voor mij is het gemakkelijk dus het zit er gewoon in. Als je ergens op gefixeerd bent en je wilt dat heel graag, dan gebeurt dat ook. In mijn vocabulaire bestaat geen toeval. Ik had ook altijd de droom om ooit in zo’n groot orkest te mogen spelen. Eerder heb ik kamermuziek gedaan en gespeeld in een symfonieorkest maar dat was het toch niet voor mij. Maar toen ik een keer met het symfonieorkest in samenwerking met een Big Band een solo deed in Berlijn, heeft André me zien spelen.

Dat was het magische moment?

Ja, toen zag hij ‘een pittig klein ding dat stond te swingen’. Vlak daarna heeft hij mij benaderd om als klarinettist bij hem te komen spelen. Bij de speculaasconcerten mocht ik toen als zwarte piet optreden, dat was mij op het lijf geschreven.

Heb jij iets moeten overwinnen om op het podium te kunnen staan?

Ik heb nog steeds wel last van zenuwen, daar kom je nooit overheen. Een gezonde spanning heb ik altijd. Behalve als ik met de doedelzak op het podium sta, dan is het ‘doedelt’ie of doedelt’ie niet’. Ik weet dat die het wel eens kan begeven, dat is ook al eens gebeurd. Maar de rest wil ik op en top doen en daar heb je toch die spanning voor nodig. Als ik aan het spelen ben, zit ik in een bepaalde trance. Dan kun je een bom laten afgaan en zou ik het nog niet merken.

Was het succes zoals je dacht dat het zou zijn?

In conservatoriumkringen is het Concertgebouworkest het ultieme op het gebied van succes hebben. De moeilijkste stukken spelen, daar ligt de uitdaging. Ik heb dat gedaan en dacht toen: als ik dit vijftien jaar moet volhouden, heb ik gegarandeerd een burnout. Dat was het niet voor mij. Ik wil graag plezier hebben in wat ik doe. Vooraf had ik niet kunnen bedenken wat ik onder succes zou verstaan. Dit succes is mij overkomen. Pas achteraf realiseerde ik me dat dit precies is wat ik altijd wilde. Ik heb nu al 29 jaar een volkomen stressloze baan.

Heeft het succes jou gelukkiger gemaakt?

Ja! Ik kan me hier helemaal uitleven, ik heb alles gedaan waarvoor ik gestudeerd heb maar ik heb ook veel nieuwe dingen geleerd. Ik hou wel van uitdagingen. Zo was er eens een speculaasconcert waarbij de Sint Engels was. Toen riep ik dat het leuk zou zijn als er een ‘Schotse’ zwarte piet was die doedelzak zou spelen. Een tijdje erna kwam André naar me toe en zei: ‘Ik heb iemand gevonden’. Ik zei toen ‘Leuk, een doedelzakspeler!’. Waarop André antwoordde ‘Nee, iemand die het jou gaat leren!’. Dus let op met wat je wenst want het kan zomaar uitkomen!

Zijn er ook schaduwkanten van het succes?

Ja, je moet wel kunnen omgaan met de aandacht van fans. Sommigen zien je als publiek bezit en dat gaat ten koste van je privacy.

Wat is geluk voor jou?

Dat ik me volkomen happy voel als persoon en mensen blij zijn als ik er ben. Maar geluk is ook innerlijke rust, die kan ik namelijk heel goed gebruiken. Die vind ik in de muziek, maar ook in een goed boek. Maar het ultieme geluksgevoel is voor mij het plezier dat ik zelf voel aan anderen door te kunnen geven. Een mooi voorbeeld heb ik meegemaakt in Zuid-Afrika. Na een concert was iemand drie kwartier op mij aan het wachten omdat ze graag iets tegen mij wou zeggen. Dat bleek iemand van Artsen Zonder Grenzen te zijn. Die mevrouw vertelde me toen dat ze in alle rampgebieden haar computer bij zich had waarop al onze dvd’s staan. Die zette ze dan aan in haar tent om de beelden te laten zien aan slachtoffers van rampen, vluchtelingen, vrouwen die op gruwelijke wijze waren misbruikt. Ze zei dat dit anderhalf uur van onze muziek een onvoorstelbaar effect had op deze mensen. Dat was de eerste keer in mijn leven dat ik sprakeloos was. Toen moest ik wel even slikken (krijgt tranen in haar ogen).

Dat is toch het mooiste compliment dat je kunt krijgen? Daar doe je het toch voor?

Jazeker!

Wat beschouw je als je grootste persoonlijke succes in je leven?

Mijn grootste persoonlijke succes is toch dat ik werk heb gevonden dat me gelukkig maakt en waarin ik al mijn kwaliteiten kwijt kan.

Waar gaat het volgens jou echt om in het leven?

(Denkt even na). Wij zijn hier om de liefde te leren herkennen. Dat bedoel ik in ruime zin, liefde voor alles om je heen.

Zou jouw antwoord op deze vraag anders zijn geweest als ik je dit vóór jouw ziekte had gevraagd?

Ja. Ik dacht toen meer egoïstisch. Ik was toen vooral bezig met wat ik graag wilde hebben. Nu probeer ik veel meer rekening te houden met anderen en mensen die me kwetsen beter te begrijpen. Ik voel nu meer verbondenheid, vooral tijdens concerten. Al die mensen zijn dan samen met één doel, namelijk om van muziek te genieten en dat verbindt.

Wat is jouw mooiste jeugdherinnering?

Goh…, dat vind ik heel moeilijk (denkt even na). Wat ik altijd erg fijn vond, was om met mijn opa samen te zijn. Mijn ouders hadden het in het weekend altijd heel druk met de kapperszaak, dus dan mocht ik bij opa zijn. Van hem kreeg ik heel veel aandacht en mocht ik altijd alles, heel anders dan bij mij thuis. Mijn moeder was namelijk heel streng. Met haar botste het dus ook geregeld. Ik was enig kind en moest thuis veel doen, als achtjarige deed ik elke zaterdagochtend al de boodschappen en waste ik de koffiekopjes af van de klanten. Toen ik ouder werd, snapte ik dat beter maar als kind had ik daar geen begrip voor.

Hoe zou je jezelf omschrijven?

Sowieso als optimist. Maar ook vrolijk en prettig gestoord. Ik ben nog steeds soms een flapuit. Ik sta positief in het leven en ik doe mijn best mensen te behandelen zoals ik zelf graag behandeld zou willen worden.

Geloof jij in iets hogers?

Ja.

Wat voor gevoel roept zo’n prachtige sterrenhemel bij jou op?

Dat ik wil weten waar het ophoudt. Maar het houdt niet op en die oneindigheid kan het menselijk brein niet verwerken. Als mijn tijd er is, kom ik daar wel achter.

Heb je nu nog een droom?

Ik wil nog heel graag naar Cambodja en Vietnam, Machu Picchu… Nog meer van de wereld zien. Ik reis veel maar door de drukke agenda zie ik vaak vooral luchthavens, hotelkamers en concertzalen.

Als je het nog eens over mocht doen, zou je dan alles hetzelfde doen?

Ja!

Heb jij tenslotte nog een advies voor de lezers van dit interview?

Ik raad iedereen aan om dat te gaan doen wat je zelf leuk vindt. Want als je iets moet doen waar je zelf niet achter staat, word je doodongelukkig. Dat is zo zonde, want je verliest zoveel gelukkige tijd. We zijn hier met zijn allen om van het geluk te genieten. Dus doe dat zoveel mogelijk!

© Pascale Bruinen