Negatieve ouderdomsstereotypen (2)
Hoe jij denkt over veroudering heeft grote invloed op je mentale gezondheid en zelfs op de kans om dementie te ontwikkelen.
Bekijk de video hier.
![]()
Hoe jij denkt over veroudering heeft grote invloed op je mentale gezondheid en zelfs op de kans om dementie te ontwikkelen.
Bekijk de video hier.
![]()
Inspirerende voorbeelden van jeugdige ouderen die nog alles uit het leven halen waren nog niet zo lang geleden te zien in het SBS 6-programma ‘De wereld rond met 80-jarigen’. Die krasse knarren draaiden hun hand er niet voor om om lange en verre reizen te maken met een druk schema van bezichtigingen en waarbij een aantal van hen zelfs ging duiken, parachute springen en paardrijden, om maar een paar dwarsstraten te noemen.
En nu is er het programma ‘100 jaar jong’ waarin Gordon op bezoek gaat bij actieve honderdplussers. Ze wonen nog thuis, doen zelf boodschappen, koken hun eigen potje en hebben over het algemeen een druk sociaal leven. Sommigen rijden zelf nog auto. Ze doen allemaal dagelijks iets aan lichamelijke oefeningen en beweging. Een vrouw van 101 slikte zelfs geen enkel medicijn!
De meesten zien er ook aanmerkelijk jonger uit dan hun kalenderleeftijd. Een mevrouw van 105 (!) spant de kroon omdat ze een huid heeft die nagenoeg geen rimpels vertoont. Ze hebben allemaal een goed gevoel voor humor en – op een enkeling na – zijn ze nog steeds verliefd op het leven. En ze gaan allemaal met hun tijd mee, inclusief het gebruik van smartphones en iPads.
Deze jong-ouderen laten op overtuigende wijze zien dat zelfs hoge ouderdom niet per se met gebreken hoeft te komen.
Hoewel het leven ontegenzeglijk bepaalde veranderingen met zich meebrengt als we ouder worden en het leven zeker niet 100% maakbaar is, blijkt uit onderzoek dat hoe we over deze veranderingen denken bepalend is voor ons welbevinden. Een positieve kijk op ouder worden, gezonde zelfzorg en een goed gevoel van eigenwaarde geven ons een maximale kans om te genieten van elke fase in ons leven, zelfs tot op zeer hoge leeftijd.
Deze positieve kijk op ouder worden bereik je het beste door te stoppen met jezelf en dus je hersenen steeds te vertellen hoe oud je bent volgens de kalender. Je hersenen nemen namelijk voor waar aan wat je ze bij herhaling vertelt (ongeacht of dit klopt of niet) en zullen het lichaam vervolgens dienovereenkomstig gaan aansturen. Je cellen luistervinken 24/7 naar alles wat jij tegen jezelf zegt. Als jouw self talk over ouder worden negatief getint is, zullen je cellen deze negatieve boodschappen ontvangen, verwerken en doorgeven aan andere lichaamscellen (feedbackloop). Zodoende ga je op termijn jouw negatieve gedachten letterlijk belichamen. Een negatieve mindset leidt aantoonbaar tot snellere veroudering en een grotere kans op het ontstaan van (chronische) ziekten. Maar je kalenderleeftijd zegt op zichzelf niets. Het gaat immers erom hoe oud je biologisch gezien bent.
Gewapend met deze wetenschap over wat de kracht van herhaling van bepaalde boodschappen met je hersenen én je lichaam kan doen, kun je deze dus veel beter gebruiken door telkens tegen jezelf te zeggen dat je jong en jeugdig bent op elke leeftijd. Of dat je pakweg half zo oud bent als je kalenderleeftijd. Deze positieve boodschap zal vervolgens door al je cellen worden opgevangen en voorkomt zo een identificatie met de negatieve stereotypen over oud(er) worden. Een positieve mindset vertraagt het verouderingsproces en kan dit soms zelfs deels terugdraaien. Lees daar het boek The Telomere Effect van nobelprijswinnares dr. Elizabeth Blackburn maar eens op na.
Ik zou nog veel meer kunnen schrijven over dit boeiende onderwerp maar ik moet ook alvast wat voorbereidingen gaan treffen voor mijn verjaardagsfeestje van volgende week.
Ik verheug me nu al op mijn verjaardagstaart en het uitblazen van de 28 kaarsjes…
![]()
Een jaar of zes geleden (voor ingewijden: in mijn periode vóór de uil) lees ik ergens dat mensen standaard zo zijn geprogrammeerd dat ze zich bewust of onbewust altijd met anderen (willen) vergelijken en dan meteen hun oordeel – positief of negatief – vellen. Denk bijvoorbeeld maar eens aan al die onderzoeken die zouden uitwijzen dat we binnen twee (!) tot maximaal dertig seconden na een eerste ontmoeting onze indruk al klaar hebben. Stereotypen worden zelfs al in milliseconden geactiveerd.
Toen ik dit tot me door liet dringen was mijn eerste gedachte: Dat doe ik niet. Maar onmiddellijk hierna hoorde ik dat irritante innerlijke stemmetje vragen: ‘Of toch wel?’ Ik besloot er eens op te gaan letten. Vierentwintig uur later was ik me niet alleen rot geschrokken, maar was ik ook een illusie armer: ik deed niets anders.
Tijdens mijn proefperiode betrapte ik me er namelijk op dat ik inderdaad de hele dag alles en iedereen be- en soms zelfs ook véroordeelde. Vanaf het moment dat ik mijn ogen open deed totdat ik naar bed ging, nam ik iedereen voortdurend stilzwijgend, hardop of – in het ergste geval – luidkeels (zij het buiten gehoorsafstand) de maat. Ik veroordeelde mensen omdat ze er net iets anders dan anders uitzagen, hele andere dingen leuk vonden om te doen dan ik of zich publiekelijk anders gedroegen dan ik. Of ik het nu wilde of niet, op de een of andere manier viel het me op, keek ik ernaar en dacht of zei er dan het mijne van.
De ontdekking dat ik in de praktijk lang niet zo tolerant bleek te zijn als ik dacht bracht destijds bij mij een schok teweeg, temeer omdat ik oprecht van mening was (en nog steeds ben) dat je iedereen in zijn of haar waarde moet laten en niemand het verdient te worden buitengesloten.
Gewapend met de wijsheid dat je alleen datgene kunt veranderen waar je je van bewust bent, startte ik een zoektocht ter beantwoording van de vraag hoe dit in godsnaam mogelijk was. Mijn onderzoek leverde al snel een even eenvoudig als ontluisterend antwoord op: mensen zitten nu eenmaal zo in elkaar. We willen altijd graag ergens bij horen. Bij een bepaalde familie, sportclub, fanfare, vrijwilligersverband, vriendengroep, stadsdeel, geloof, seksuele geaardheid, nationaliteit of werkkring horen biedt een gevoel van geborgenheid, zekerheid en verbinding. Dat dit zelfs in negatieve zin zo werkt, bewijst de hele gangcultuur.
Het gevoel ergens echt deel van uit te maken raakt dus kennelijk een snaar die we allemaal hebben en waarnaar we altijd (onbewust) op zoek zijn. Het tragische is echter dat juist als we stevig in zo’n groepje zijn genesteld, we eerder geneigd zijn ons te gaan afzetten tegen iedereen die níet bij ons groepje hoort. Vanuit ons veilige collectief lopen we het risico een superioriteitsgevoel te krijgen en gaan we vergelijken en be- of veroordelen tot we een ons wegen. Dit leidt uiteindelijk tot een wij-zij gevoel. Als dit laatste de overhand krijgt, is de verbinding met alle anderen die buiten de groep vallen ver te zoeken.
Nadat ik was bekomen van de eerste schrik besloot ik dat ik zo snel mogelijk van mijn automatisch be- en veroordelingsgedrag af wilde. Zodoende ging ik me verder verdiepen in deze materie.
En toen werd het pas echt interessant.
![]()
Lees volgende week deel 2!