Berichten

Positieve mindset beschermt tegen (hart)ziekte

Uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken komt telkens als rode draad naar voren dat een positieve mindset een uitstekende beschermingsfactor is tegen ziekte. Zo werden gezonde vrijwilligers via neusdruppels blootgesteld aan verschillende virussen. Degenen die meer positieve emoties (zoals bijvoorbeeld geluk, vreugde en optimisme) aangaven kregen vervolgens veel lagere aantallen infecties van de bovenste luchtwegen dan degenen met meer negatieve emoties.

Maar een positieve mindset blijkt ook de beste bescherming tegen hartziekte (o.a. Harvard University en John Hopkins University). Een hoge mate van emotionele vitaliteit (een gevoel van positieve energie, een capaciteit om emoties en gedrag te reguleren en een gevoel van betrokkenheid op het leven) verminderde de kans om coronaire hartziekten te ontwikkelen met 19% ten opzichte van degenen die minder emotionele vitaliteit hadden.

Andersom werkt het helaas ook. In een 25-jarige studie over negatieve gevoelens als vijandigheid (zich uitend in cynisme, gebrek van vertrouwen in anderen, agressie en vernedering) zag men dat mensen die het meest vijandig waren vijfmaal zo veel coronaire hartziekten hadden dan degenen die minder vijandig waren, meer vertrouwen hadden in anderen alsmede meer aanvaardend en zachtaardig waren. Vijandigheid, haatdragendheid en verbitterdheid leiden letterlijk tot verharding van de aderen.

Een 30-jarige studie gepubliceerd in Journal of the American Medical Association (2003) stelt zelfs dat vijandigheid een van de meest betrouwbare indicatoren is voor het risico op coronaire hartziekten.

En wat te denken van een onderzoek onder 10.000 getrouwde mannen? Zij die een liefdevolle vrouw hadden, liepen een kleinere kans op angina pectoris – een drukkend, zwaar gevoel en/of pijn midden op de borst doordat de hartspier niet voldoende zuurstofrijk bloed toegevoerd krijgt – dan mannen die niet zo’n echtgenote hadden. Die kleinere kans op hartproblematiek hadden de geliefde echtgenoten zelfs nog als ze hoog scoorden op risicofactoren als roken of overgewicht.

De uitdrukking ‘Liefde overwint alles’ lijkt dus allerminst overdreven!

Kortom, je mindset heeft een belangrijke impact op je gezondheid en kan zowel beschermend als destructief daarvoor zijn.

Meer weten over deze materie? Kom dan naar de workshop Gedachtenkracht Basis op 14 september a.s. (zie de workshops pagina op de website www.pascalebruinen.com).

 

 

 

 

 

 

Interview met professor Levenslooppsychologie Nele Jacobs (2)

In het kader van haar welzijnblogs interviewt Pascale Nele Jacobs (44), professor Levenslooppspychologie bij de Open Universiteit en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de master afstudeervariant Levenslooppsychologie. Haar interesse ligt vooral op het vlak van positieve geestelijke gezondheid in het dagelijks leven. Een gesprek over floreren, veerkracht en de positieve gezondheidseffecten van positieve emoties alsmede hoe eigen regie over belangrijke aspecten van ons leven ons welbevinden kan vergroten.

Waardoor wordt bepaald of we positieve emoties ervaren?

Uit onderzoek naar het ervaren van positieve emoties in het dagelijks leven bij tweelingen blijkt dat erfelijke factoren hier nauwelijks een rol in spelen. Het ervaren van positieve emoties wordt door omgevingsfactoren en context bepaald. In dat onderzoek hebben we verschillende soorten positieve emoties bij elkaar genomen. Positieve emoties kunnen immers onder andere ingedeeld worden in high arousal en low arousal positieve emoties. Met arousal bedoelen we energie. De low arousal positieve emoties brengen kalmte en rust, de high arousal positieve emoties brengen opgewektheid en uitbundigheid. Daar ik denk dat ze allemaal wel in bepaalde mate bijdragen aan dat algemeen gevoel van welbevinden zou het wel interessant zijn om per specifieke positieve emotie na te gaan in welke mate deze door erfelijke factoren en/of omgevingsfactoren beïnvloed wordt. Als positieve emoties door factoren uit de omgeving beïnvloed worden, geeft dat immers ook mogelijkheden om zelf bewust op zoek te gaan naar die positieve emoties.

Is het kunnen voeren van de eigen regie over je leven ook een factor die bijdraagt aan welbevinden?

Als mensen het gevoel hebben dat ze autonomie hebben over belangrijke aspecten van hun leven gaat dat inderdaad gepaard met meer welbevinden. Uit recent onderzoek blijkt dat het gevoel van zelf keuzes te kunnen maken fluctueert doorheen de levensloop. Op sommige momenten hebben mensen het gevoel zelf hun leven te kunnen sturen, op andere momenten is dat gevoel minder aanwezig. Het belang van autonomie over de eigen levensloop sluit ook aan bij het mensbeeld dat ik voor ogen heb. Toen ik nog studeerde werd ik getroffen door het gedachtengoed dat vorige eeuw werd ontwikkeld door Carl Rogers. Hij stelt dat het inherent is aan de mens om te streven naar zelfontplooiing.

Persoonlijke tegenslag leidt tot negatieve emoties. Als je de tegenslag weer te boven komt, heb je veerkracht. Speelt erfelijke aanleg daarin een rol?

Mensen verschillen in de mate waarin ze veerkrachtig met tegenslag omgaan. Een stukje is inderdaad genetisch bepaald maar veerkracht wordt ook beïnvloed door ervaringen uit het verleden. Onder veerkracht verstaan we psychologische flexibiliteit: ben je in staat om op basis van wat er is gebeurd jouw toekomstbeeld bij te sturen? Het gaat dan om de mogelijkheid om te kunnen accepteren wat heeft plaatsgevonden. Er bestaat de neiging om te ontkennen, te verdringen, te negeren. Maar beter is om die negatieve emoties toe te laten voor wat ze zijn. En van daaruit kun je je dan de vraag stellen hoe je je toekomstbeeld kunt reconstrueren rekening houdend met wat zich heeft voorgedaan. Sommige mensen sturen dan hun leven bij omdat ze hun prioriteiten hebben herschikt. Dat vergt moed en dingen durven loslaten. Dat is heel moeilijk, vooral als je al eerder een bepaalde stabiliteit hebt moeten loslaten doordat je een verlies hebt moeten ervaren.

Wat is het verschil tussen veerkracht en posttraumatische groei?

Posttraumatische groei is als je er sterker uit komt nadat je een trauma of een negatieve gebeurtenis hebt meegemaakt. Dat kan op spiritueel of sociaal vlak zijn, bijvoorbeeld omdat je een nieuwe ontdekking voor jezelf doet. Die groei kan zich immers in verschillende levensdomeinen voordoen. Veerkracht kan leiden tot posttraumatische groei en daar aan bijdragen. Mensen die kunnen accepteren wat heeft plaatsgevonden, mensen die mindful zijn en een optimistische kijk op de toekomst hebben zijn degenen die posttraumatische groei kunnen doormaken. Zij zien een toekomst die voor hen nog steeds waardevol is, ondanks dat wat gebeurd is. Dat vergt dat je breder kijkt naar je eigen leven.

Hoe moeten we omgaan met negatieve berichtgeving in de media zodat we ons welbevinden niet in negatieve zin laten beïnvloeden?

We zijn van nature geneigd om ons eerder te richten op negatieve dingen. Deze roepen negatieve emoties op en die blijven vaker langer hangen, dat is evolutionair zo bepaald. Maar dan kun je je realiseren dat je in staat bent om deze negatieve emoties te counteren door bewuster positieve emoties te zoeken. Zo raak je meer in balans. Laat de negatieve emoties gewoon binnen komen maar probeer daarna bewust positieve emoties op te roepen, daar moet je dan actief naar op zoek gaan. Bijvoorbeeld door naar de sportschool te gaan, een warm bad te nemen of een goede vriendin te bellen.

Geluk, wat versta jij daaronder?

Filosofen willen geluk graag vangen in een allesomvattende definitie waarbij ze denken aan vervolmaking, je potentieel ontwikkelen en zingeving. In de wetenschap willen we alles juist opdelen in kleinere meetbare stukjes. Wij kijken niet zozeer naar de term geluk maar naar de term welbevinden. Welbevinden kunnen we in drie dimensies opdelen: emotioneel welbevinden oftewel de mate waarin iemand positieve emoties ervaart, psychologisch welbevinden dat verwijst naar zingeving en sociaal welbevinden dat te maken heeft met maatschappelijke aspecten zoals deel uitmaken van een gemeenschap. Die drie dimensies hangen nauw met elkaar samen. Mensen ervaren welbevinden in verschillende mate. Ook daar speelt een genetische factor in mee. Ook is onderzocht of mensen vanuit een bepaalde blik naar hun leven kijken en of dat verschil maakt voor hun welbevinden. Kijken ze naar het heden met de ervaringen uit het verleden? Of meer met de blik naar de toekomst? Uitkomst van dat onderzoek is dat het om de balans gaat tussen beide, een vermenging tussen beide blikken is optimaal voor je welbevinden.

Waar word je zelf het gelukkigst van?

Als ik voel dat ik iets kan bijdragen aan het welbevinden en de positieve emoties van anderen.

Volgende week het laatste deel van dit drieluik!

Foto: Chris Peeters

Interview met professor Levenslooppsychologie Nele Jacobs (1)

In het kader van haar welzijnblogs interviewt Pascale Nele Jacobs (44), professor Levenslooppspychologie bij de Open Universiteit en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de master afstudeervariant Levenslooppsychologie. Haar interesse ligt vooral op het vlak van positieve geestelijke gezondheid in het dagelijks leven. Een gesprek over floreren, veerkracht en de positieve gezondheidseffecten van positieve emoties alsmede hoe eigen regie over belangrijke aspecten van ons leven ons welbevinden kan vergroten.

Levenslooppsychologie is voor veel mensen onbekend terrein. Wat houdt het in?

Levenslooppsychologie houdt zich bezig met de ‘normale’, zeg maar functionele psychologische ontwikkeling van de mens door alle levensfases heen. Levenslooppsychologie is verwant aan de  ontwikkelingspsychologie; ontwikkelingspsychologie richt zich echter met name op de fases tot jong volwassenheid en heeft vooral aandacht voor biologische factoren. Levenslooppsychologie is breder en gaat over de hele levensloop van jong tot oud met bijzondere aandacht voor de omgeving en voor de vraag welke omgevingsfactoren van invloed zijn op onze ontwikkeling.

Als je kijkt naar jouw carrière in de levenslooppsychologie, springt daar dan iets uit?

Voor mij springen er twee dingen uit. Het intrigeert me dat het ervaren van positieve emoties wordt bepaald door invloeden vanuit de omgeving, invloeden die van kinds af aan zijn ontstaan en van nu. Daarnaast springt er voor mij uit dat zingeving oftewel psychologisch welbevinden heel belangrijk is. Dat heeft ook met mijn eigen levensfase te maken. Ik zie wat er allemaal voorbij en gerealiseerd is. Maar ik stel mezelf ook de vraag wat ik nog allemaal wil doen. Zingeving is een terrein dat ik steeds interessanter vind. Zo hebben we op basis van Amerikaans onderzoek een protocol ontwikkeld waarin we gedurende acht weken kinderen talentgericht les hebben gegeven om ze op het pad naar zelfontwikkeling te zetten. De wereld is voor jongeren veel complexer geworden, er zijn veel meer prikkels en het is lastig om daar een houding in te vinden. Je leert dat ook nergens. Ik vind het inspirerend om jonge mensen de handvatten te geven om een bewuste keuze te kunnen maken.

Hoe is jouw belangstelling ontstaan voor jouw specifieke vakgebied?

Mijn eerste werkervaring, ik was toen net afgestudeerd, was op een palliatieve zorgafdeling en volgens mij is daar al de kiem gelegd voor mijn interesse in het vakgebied van de Levenslooppsychologie. Wat me daar vooral heeft geraakt, is het gegeven dat de stervensfase weliswaar de meest droevige en moeilijke periode uit iemands leven is, maar er desondanks ook nog veel ruimte is voor positieve emoties, zoals een stukje dankbaarheid voor wat het leven gebracht heeft alsmede genegenheid en verbondenheid tussen mensen. Ik zag daar dat je die verschillende emoties naast elkaar kunt hebben.

Dat had je niet verwacht?

Nee, en mede daarom heb ik dat werk wel als intens maar niet als zwaar ervaren.

Er is wetenschappelijk aangetoond dat positieve emoties een positief effect hebben op je gezondheid. Kun jij dit nader toelichten?

Dat is inderdaad wetenschappelijk aangetoond. Positieve emoties hebben weldadige effecten voor het lichaam, ze versterken het immuunsysteem, verlagen de bloeddruk en dergelijke. Daarnaast toont recent onderzoek aan dat positieve emoties ook betekenisvol bijdragen aan onze geestelijke gezondheid. Dat positieve emoties positieve gezondheidseffecten hebben wordt theoretisch onderbouwd door de broaden and buildtheorie. Die gaat ervan uit dat als mensen positieve emoties hebben, ze ook meer open staan voor de omgeving en meer bereid zijn om nieuwe gedragingen uit te proberen. Je hebt dan een open blik. Als je positieve emoties ervaart, merk je dat je creatiever bent, je meer kennis vergaart en meer sociale contacten hebt. Die heb je vervolgens nodig bij tegenslag. Doordat je door je positieve emoties bepaalde vaardigheden hebt ontwikkeld en diverse personen in je omgeving hebt verzameld, zijn die hulpbronnen beschikbaar wanneer je ze nodig hebt. Dat zorgt voor een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Uit andere takken van onderzoek zien we dat mensen die daarentegen vast blijven zitten in negatieve gedachten en negatieve emoties vaker een risico lopen op angststoornissen en depressie. Het is dan de kunst om op een bepaald moment uit die negatieve gedachtenspiraal te komen.

Kan een pessimist optimistisch worden?

Dat kan. Er is onderzoek van hoogleraar Experimentele Gezondheidspsychologie Madelon Peters van de Universiteit Maastricht waaruit blijkt dat er strategieën bestaan om een optimistische stijl aan te leren. Een mate van verschuiving daarin is mogelijk via frequente visualisatie-oefeningen. De bedoeling is dan om zo concreet mogelijke visualisaties te doen waarin je echt een toekomstbeeld voor je ziet en voelt hoe het zou kunnen zijn als er op bepaalde gebieden een positieve verandering zou plaatsvinden. Die visualisaties hebben een effect op het teweegbrengen van een meer optimistische kijk.

Volgende week deel 2 van dit drieluik!

Foto: Chris Peeters